Volvo XC40 verslaat ook in Australië andere trendy SUV modellen

0

Australië is vele malen groter dan Nederland en ligt erg ver weg, maar toch zijn er wel overeenkomsten met Nederland. Zoals het ontbreken van een nationale auto-industrie. Dat houdt de blik van de pers scherp en objectief. Bij onze oosterburen moet er heel wat gebeuren wil een Duitse auto een vergelijkingstest niet winnen, in Groot-Brittannië heeft men een irrationeel groot zwak voor Land Rovers en ‘chauvinisme’ is niet voor niets een Frans woord.

Daarom is het interessant om hier de uitslag van een Australische vergelijkingstest van 4 compacte premium SUV modellen te bespreken. Aanleiding voor de meerkamp is de lokale introductie van de tweede generatie Range Rover Evoque. Die gaat het opnemen tegen 3 andere trendy SUV modellen.

Ook in Australië ligt de lat voor de tweede generatie Range Rover Evoque hoog. Kan dit model in de voetsporen treden van zijn enorm succesvolle voorganger? Daarvan werden op jaarbasis afgerond 100.000 exemplaren verkocht. Voor Land Rover begrippen is dat een enorm aantal. Geen van de aan deze vergelijkingstest deelnemende concurrenten (Jaguar E-Pace, Lexus UX, Volvo XC40) kan daar vooralsnog aan tippen.

Het verkoopsucces van de Evoque heeft er zeker aan bijgedragen dat het segment voor compacte premium SUV modellen niet meer weg te denken is. Zo vist zustermerk sinds anderhalf jaar in dezelfde vijver met de E-Pace. Lexus debuteerde eind vorige eeuw in het SUV segment met de RX maar sinds 5 jaar mag het bij dit merk ook een onsje minder zijn: na de NX uit 2014 heeft de luxedochter van Toyota sinds begin dit jaar de nog kleinere UX in de aanbieding. Een soortgelijke afdaling van de SUV ladder vond plaats bij Volvo. Daar had de XC90 de primeur, gevolgd door de XC60 en nu is een kleine 2 jaar geleden gingen de orderboeken open voor de XC40. Die groeide in de eerste helft van 2019 in Australië uit tot segmentleider.

Maar is dat terecht? Of bieden één van zijn concurrenten die hier op het toneel verschijnt meer waar voor zijn geld? Bijvoorbeeld de nieuwe Evoque. Daarvan wordt de P200 S R-Dynamic uitvoering getest. Die kost in Nederland 73.500 euro. Naast 200 pk krijg je dan standaard vierwielaandrijving en een 9-traps automaat. Dezelfde aandrijflijn is ook leverbaar in de Jaguar E-Pace. Die kost als P200 R-Dynamic S 73.800 euro. Fors goedkoper is de Lexus UX. Die moet als 250h F Sport AWD 58.995 euro opbrengen. De in vergelijking met de Land Rover en Jaguar scherpe prijs is te danken aan een CO2-uitstoot van slechts 103 gram per 100 km. De E-Pace stoot 182 gram uit en zijn wat modernere familiegenoot Evoque houdt de milieuschade beperkt tot 173 gram. Van de Volvo XC40 T4 Geartronic AWD Inscription wordt het klimaat ook niet vrolijk (emissiewaarde 161 à 165 gram), maar dat vertaalt zich niet in een prijs op Jaguar of Land Rover niveau: hij kost zelf minder dan de Lexus, namelijk 54.975 euro. De XC40 en de UX zitten in de geteste uitvoeringen goed in hun toeters en bellen, maar dat kan niet van de S versies van de Evoque en E-Pace worden gezegd. Bij deze modellen moet je nog voor zo’n 6.000 euro aan opties aanvinken om ze op hetzelfde niveau te brengen.

Zou je vooraf jouw geld moeten inzetten op de lekkerst rijdende SUV, dan zouden veel mensen waarschijnlijk voor de E-Pace gaan. Die heeft immers zijn sportieve merknaam mee. En het moet gezegd worden: de Jaguar rijdt netjes met een nauwkeurige besturing en een goede carrosseriecontrole in bochten. Maar de E-Pace is zwaarlijvig (1.832 kg; dat geldt ook voor de 1.813 kg wegende Evoque) en bij het rijden wordt je toch minder betrokken dan je van deze fabrikant van sportieve auto’s mag verwachten. Zelfs de grotere F-Pace rijdt dynamischer. Het ietwat logge weggedrag van de E-Pace wordt niet gecompenseerd door een bovengemiddeld comfortabele vering, integendeel: de demping is veel te stug, met een frustrerend onrustige en stoterige rijeigenschappen tot gevolg.

Hierbij moet wel opgemerkt worden dat de testauto was voorzien van optionele 19 inch wielen (18 inch lichtmetaal is standaard). Ondanks het hoge gewicht is de E-Pace P200 het snelst in de sprint naar 100 km/u. De Jaguar doet daar 8,2 seconden over. De Evoque heeft iets andere overbrenging verhoudingen (met als resultaat een wat lagere CO2-uitstoot) en heeft daardoor 0,3 tellen meer nodig. Ondanks het winnen van het sprintonderdeel, zijn de prestaties van de Jaguar niet echt sportief te noemen. Dat komt doordat de 9-traps automaat niet goed weet wat hij wil. En als hij het wel weet, dan houdt hij bij lagere snelheden te lang een hoge versnelling vast. Daardoor is er altijd het beruchte turbogat aanwezig.

In de UX zit je voor SUV begrippen relatief laag. Dat kan een sportieve beleving van het rij gedrag ten goede komen, ook omdat de stoelen van de F Sport uitvoering een uitstekend compromis tussen sportiviteit, luxe en comfort bieden. Ook steunen zij uitstekend en is zowel verwarming als ventilatie standaard. Het stuurwiel dat bekleed is met geperforeerd leder voelt ook lekker aan. Het scherm van het infomediasysteem (zonder aanraakfunctie) staat naar de bestuurder gekanteld, maar de resolutie is erg laag. Verder houdt Lexus stug vast aan een touch pad waarmee het activeren van bepaalde functies lastig is. Voor de rest is er op de bediening van de UX weinig aan te merken. Alle knoppen voelen stevig en prettig aan. De telefoon valt draadloos op te laden en de 12 volt aansluiting ziet er indrukwekkend hightech uit. Tegelijkertijd detoneert het analoge klokje (uit de LS) niet. Ook zijn er tal van handige opbergvakken. Helaas stelt de Lexus op andere terreinen teleur. Ondanks dat hij de langste van dit gezelschap is, biedt hij achterin de minste ruimte. Passagiers zullen met name hun voeten en benen slecht kwijt kunnen. Ook blijft het zitcomfort van de bank sterk achter bij de voorstoelen. De kofferbak is opvallend klein voor SUV begrippen: er past niet meer dan 324 liter aan bagage in. Maar goed, het is wellicht geen toeval dat de ‘U’ uit de modelnaam voor ‘Urban’ staat. Blijkbaar is deze Lexus niet bedoeld voor verre vakantiereizen.

In de stad komt de fluisterstille hybride aandrijflijn sowieso het best tot zijn recht en is het verbruikvoordeel van de UX het grootst. Verder laat de UX zich makkelijk parkeren dankzij zijn kleine draaicirkel en prettige stuurbekrachtiging. De benzinemotor werkt vlekkeloos samen met zijn elektrische logo en de CVT automaat draagt ook bij aan de soepelheid van de aandrijflijn. Maar de Lexus heeft liever niet dat je hem op zijn staart trapt. Dat gaat de benzinemotor een onprettig kabaal produceren. Het volume staat in geen verhouding tot de daadwerkelijke snelheid. En ondanks dat er in de achteras een tweede elektromotor zit die voor vierwiel aandrijving zorgt, is het prestatieniveau van de UX 250h zozo. Als F Sport beschikt de Lexus over een sportiever afgestelde vering, maar met zijn indirecte besturing, amper pedaalgevoel en beperkte grip rijdt deze Japanner toch minder dynamisch dan zijn concurrenten. Ook in de technisch verwante Toyota Corolla of C-HR heb je meer plezier. Op slecht wegdek heeft de vering bovendien de neiging te gaan stuiteren. Per saldo is het daarom beter om voor de gewone UX te gaan. Die weet veel beter raad met oneffenheden in het wegdek.

De nieuwe Evoque lijkt in sommige opzichten op een kleine Range Rover Velar. Net als deze grote broer heeft hij verzonken deurgrepen. In het interieur kom je nog meer Velar invloeden tegen. Dit betekent dat de Evoque nu een echte premium ambiance in zijn cabine heeft. Het dashboard en de deurpanelen zijn bekleed met mooie, zachte materialen. Het plafond ziet er ook duur uit en de zetels zijn bekleed met geperforeerd, gestiksels soepel leder. Het aanwezige plastic is lekker zacht en diverse bedieningselementen zijn afgewerkt met metaal. Het dashboard van de nieuwe Evoque maakt een minder drukke indruk dan het exemplaar van de vorige generatie en het Touch Pro infomedia systeem met 10,0 inch scherm is ook een verbetering. Maar Evoque S klanten moeten voor een dubbel display à la de Velar afgerond 600 euro bijbetalen. Ook een volledig digitaal instrumentarium is een optie. De voorstoelen van de Evoque zitten prettig, zijn niet te hard en steunen goed. In de Land Rover zit je ook lekker hoog zoals je mag verwachten van een SUV. Dit betekent overigens niet automatisch een goede overzichtelijkheid van de carrosserie, want de achterruit is klein.

Achterin is de nieuwe Evoque merkbaar ruimer dan zijn voorganger. Het kofferbak formaat is er ook op vooruit gegaan. Er past nu 591 liter aan bagage in. Het is jammer dat de achterbankleuning zich nog steeds niet helemaal plat laat leggen. Verder zou de elektrische bediening van de kofferklep standaard moeten zijn in plaats van optioneel. De testauto was voorzien van 20 inch wielen waarvoor eveneens bijbetaald moet worden. Die onderstrepen het ‘conceptstudie’ uiterlijk van de Evoque, maar halen bij lage snelheid en op dwars naden wel de finesse uit de vering. Op tempo heb je daar gelukkig geen last meer van. Per saldo scoort de vering van de Land Rover daarom toch het beste en zijn interieur is ook het stilst van dit kwartet. Dit bevestigt dat de Evoque vooral qua verfijning een grote sprong voorwaarts heeft gemaakt. De besturing zou rond de middenstand wat meer gevoel kunnen bieden en de bekrachtiging is net even te sterk, maar voor de rest kan je goed interpreteren wat er onder de voorwielen gebeurt. Stuurcommando’s worden vlot uitgevoerd, waardoor de Land Rover net zo gretig bochten neemt als de Jaguar. De hoeveelheid grip die hij dan biedt is prima. Dit zorgt er voor dat de Evoque graag met jou een bochtig traject bezoekt. De 2,0 liter turbobenzinemotor hangt goed aan het gas en is prettig stil, maar de prestaties zijn eerder ‘bevredigend’ dan sprankelend. Dat komt ook doordat de automaat niet de slimste in zijn soort is en regelmatig aarzelt voordat hij tot actie (lees: verzetwisselingen) overgaat. Dat kan met name bij het verlaten van een rotonde irritant zijn. Of als het stop/start systeem net de motor weer tot leven heeft gewekt. In andere situaties laat het tijdig opschakelen juist te wensen over, waardoor de motor niet altijd zo relaxt is als zou kunnen tijdens het cruisen op de snelweg.

Vroeger verdiende Volvo zijn brood met grote, praktische stationwagons maar de XC40 bewijst dat het Zweedse automerk ook van compacte SUV modellen kaas gegeten heeft. Dit model heeft zoveel (grote) opbergvakken dat zelfs de grootste rommelverzamelaars aan hun trekken komen. Tassen kunnen bevestigd aan een haak die uit het dashboardkastje kan worden geklapt en in de middenconsole zit zowel een muntklem als een verwijderbaar prullenbakje. De gebruikte interieurmaterialen zijn niet zo mooi als bij de grotere XC60, maar de algehele presentatie is voldoende premium. De XC40 deelt wel het 9,0 inch infomedia aanraakscherm met zijn grote broer, evenals het 12,3 inch grote digitale display dan dienst doet als instrumentarium. De bediening van het centrale touch screen vergt enige gewenning want in het begin voer je sommige (veeg)handelingen soms onnodig dubbel uit. In Inscription tenue biedt de meest luxe versie van de XC40 bovendien klassiek Scandinavische afwerking details zoals licht gekleurd hout en een kristallen pookknop. Achterin worden passagiers getrakteerd op eenzelfde kwaliteitsniveau. Ook is daar meer dan voldoende ruimte. Je krijgt in tegenstelling tot bij de XC60 geen ingenieus uitklapbare kinderzetel, maar natuurlijk wel Isofix bevestigingspunten. Het skiluik kan je ook gebruiken voor het transporteren van lange voorwerpen. De achterklep kan handenvrij worden geopend. Doe je dat, dan tref je een kofferbak aan die net zo doordacht is als het interieur. Het formaat van 460 liter zal doorgaans voldoende zijn en de laadvloer kan omhoog geklapt worden en vervolgens dienst doen als verdeelscherm tussen diverse compartimenten. Verder zijn er 3 haken waaraan je tassen kan bevestigen en een goed bruikbaar opbergvak onder de laadvloer.

Auto’s van Volvo hebben het in het verleden zelden van hun rij dynamische eigenschappen moeten hebben, maar de XC40 heeft een speelsheid die mist bij de meer volwassen SUV modellen XC60 en XC90. Wel is de besturing te licht en biedt de installatie te weinig gevoel voor daadwerkelijk plezier op bochtige wegen, maar de nauwkeurigheid is voldoende goed en de responssnelheid respectabel genoeg om vertrouwen te schenken. Verder is de hoeveelheid grip in bochten sterk (ook op nat wegdek) en worden verticale carrosseriebewegingen excellent in de kiem gesmoord op hobbelig wegdek. Die lichte besturing komt wel van pas bij de dagelijkse ritten in en om de stad. Verder heeft de vering een soepel en absorberend karakter dat daar uitstekend van pas komt. Op dit punt laat de Volvo al zijn testrivalen achter zich. Qua onderdrukking van windgeruis en rolgeluiden moet de XC40 de Evoque evenwel voor laten gaan. Met de 2,0 liter motor van de T4 versie, die gekoppeld is aan een 8-traps automaat, is weinig mis. Hij kan wat luidruchtig worden als hij op zijn staart getrapt wordt, maar voor de rest heeft hij een soepel karakter. De automaat is niet de snelste in zijn soort qua opschakelen, maar per saldo weet hij steeds de juiste versnelling te vinden voor jouw rij snelheid. Alleen de bediening van de transmissie is anders dan gebruikelijk: om Drive of Reverse te selecteren, moet je de instructie 2 keer met de pook uitvoeren. Dat kan bij een snelle keeractie in een straat soms wat stress veroorzaken.

Tijdens de test verbruikte de hybride UX met afstand de minste benzine. Dat zal geen verrassing zijn. Het gemiddelde verbruik kwam uit op 7,4 liter per 100 km. De XC40 jaagde er 10,0 liter doorheen en de E-Pace en de Evoque respectievelijk 12,4 en 13,8 liter. Dat de Land Rover in de praktijk onzuiniger is dan de Jaguar ondanks een gunstigere emissiewaarde op papier, komt vermoedelijk door de neiging van zijn automaat om langer dan nodig is lagere versnellingen vast te houden. Het gebruikskosten onderdeel wordt dus gewonnen door de Lexus, ook omdat dit merk op het gebied van betrouwbaarheid van haar modellen een fabuleuze reputatie heeft. Bovendien heb je altijd de beschikking over een leenauto die gratis op de door jou gewenste locatie wordt afgeleverd.

 

Conclusie

Als het puur om uiterlijkheden gaat, dan wint de Evoque subjectief deze vergelijkingstest. Zijn design is het meest bijzonder, ondanks dat er overduidelijk sprake is van een evolutie van de vormgeving van de eerste generatie. De XC40 heeft met zijn pure Scandinavische look ook wel wat, terwijl de styling van de UX met al zijn vouwen (die ogen als een metalen interpretatie van origami) misschien niet ieders kopje thee is, maar beslist bijzonder. De E-Pace ziet er vanuit de meeste hoeken ook goed uit, maar zijn voorzijde is een beetje een Jaguar karikatuur.

Objectief bekeken weet de E-Pace minder te overtuigen dat de grotere SUV van Jaguar, de F-Pace. Zijn vering is te hard en dit wordt niet gecompenseerd door een rij dynamisch voordeel. Daarnaast weet de E-Pace niet te imponeren met zijn prijs:uitrusting verhouding. Verder maakt zijn interieur niet echt een premium indruk.

De UX scoort met zijn lage benzineverbruik en relaxte rijkarakter in de stad, maar eigenlijk is hij een hoge hatchback. En daarmee een veel beter product dan de verouderde en gemankeerde CT 200h. Als een SUV komt de UX evenwel niet goed uit de verf. Daarvoor is zijn interieurruimte en kofferbak capaciteit te beperkt. Een SUV ontleent zijn populariteit niet in de laatste plaats aan praktische kwaliteiten en in dit opzicht scoort de Lexus ondermaats. Verder voegt de F Sport vering niks toe, integendeel. Het comfort lijdt er onder en echt dynamisch gaat de UX er niet van rijden.

Ben jij van plan om te gaan doen wat veel mensen met hun SUV niet doen, namelijk terrein rijden, dan is de Evoque de beste keuze. Hij is in dit opzicht het meest getalenteerd en kan bijvoorbeeld door 60 centimeter diep water waden. Handig als er weer eens een wolkbreuk is. Verder heeft zijn interieur met afstand de meeste premium uitstraling. De bouwkwaliteit doet niet onder voor die van veel duurdere modellen, zoals de Volvo XC60. Dat is niet onbelangrijk, omdat de prijsstelling van de Evoque beslist ook premium is.

Maar de Volvo XC40 is bijna 20 mille goedkoper en biedt daardoor veel meer waar voor zijn geld. Hij oogt van binnen en buiten minder bijzonder dan de Land Rover Evoque, maar dat rechtvaardigt diens meerprijs niet. Bovendien heeft de Zweed een praktischer interieur plus kofferbak, een prettigere automaat en een soepeler veercomfort op lage snelheden. Voor het geld dat je bespaard kan je gerust de T5 R-Design versie bestellen (59.975 euro). Dan ben je ook de snelste en sportiefst ogende van dit kwartet. Dit eindresultaat maakt daarom goed duidelijk waarom Zweedse SUV modellen tegenwoordig zo populair zijn.

Reageren is niet mogelijk.