Brexit leidt tot code oranje voor autosector

0

De kans op een harde Brexit is een stuk kleiner geworden nu het Britse parlement dat scenario voorlopig heeft geblokkeerd. Maar als het toch zo ver komt, dan zal de autosector hard worden geraakt.

Voor de Duitse autofabrikanten BMW, Daimler en Volkswagen is het Verenigd Koninkrijk goed voor bijna 15 procent van de verkopen. Voor PSA, eigenaar van het merk Vauxhall, is dat nog meer. De autofabrikanten zullen de waardedaling van het pond, die door analisten als onvermijdelijk wordt gezien, niet kunnen compenseren door prijsverhogingen. Hun winsten zouden gemiddeld 10 procent gaan dalen.

Een harde Brexit vergroot daardoor de kans op een recessie. Autofabrikanten verwachten economisch zwaar weer en zien de bui al hangen. Dat komt niet alleen door de zich voortslepende Brexit soap, maar ook door onzekerheid over het al dan niet opwerpen van handelsbarrières tussen de Verenigde Staten, China en Europa. De gestegen importtarieven van sommige landen hebben reeds geleid tot dalende verkoopvolumes en winst waarschuwingen.

De autobranche verkeert momenteel in grote onzekerheid. Hoewel de Amerikaanse president Donald Trump uit alle macht in eigen land een recessie probeert te voorkomen, constateren fabrikanten dat de groei er in de Verenigde Staten volledig uit is. In Europa staat de automarkt flink in het rood. Het is de vraag of dit geheel kan worden verklaard door de WLTP registratiepiek die vorig jaar in de periode tot 1 september plaatsvond.

Zelfs de mooie winstcijfers van de PSA Groep en de verrassend goede kwartaalresultaten van het Volkswagen concern zijn geen garantie op aanhoudende voorspoed. Want ook bij deze autofabrikanten sluimert het gevaar. Zo heeft PSA in China een flink hoofdpijndossier liggen in de vorm van een zwaar onderbenutte productiecapaciteit als gevolg van een sterk gedaalde belangstelling voor de modellen van Citroën, DS en Peugeot. De Fransen overwegen nu om 2 van de 3 fabrieken in China te sluiten. Volkswagen neemt een enorme gok door zwaar te investeren in elektrische auto’s. Die kan goed uitpakken, maar het is niet denkbeeldig dat de transitie naar emissievrij rijden minder snel verloopt dan men in Wolfsburg hoopt.

Daar komt bij dat bij het Volkswagen concern de dochters Audi en Porsche momenteel aan het kwakkelen zijn omdat de WLTP certificatie van hun modellen allesbehalve vlekkeloos is verlopen. Audi heeft daarnaast ook aan glans verloren door het voort etterende diesel schandaal. Dit ging ten koste van de ontwikkelingscapaciteit op het gebied van technologie, waardoor het merk qua elektrische aandrijving en autonoom rijden niet langer leidend is. Ook Daimler kan trouwens het dossier over het sjoemel diesel schandaal nog niet sluiten, met als gevolg dat deze autofabrikant een winstwaarschuwing heeft moeten afgeven. Bij BMW zijn de motoren niet verdacht, maar deze autofabrikant lijkt een patent te hebben op ruzie in de directieburelen. Getalenteerde managers laten zich daardoor wegkopen en CEO Harald Krüger heeft voortijdig de handdoek in de ring gegooid.

In het onderlinge gevecht tussen de Duitse premium merken wie de toppositie weet te bemachtigen, zijn zij uit het oog verloren dat Tesla er inmiddels met het been vandoor is. Audi, Mercedes-Benz en Porsche hebben inmiddels hun antwoord op de Model S klaar (zonder deze elektrische Amerikaan overtuigend te declasseren) maar het bedrijf van Elon Musk is alweer een ronde verder met de Model 3. Daarvan zijn in de eerste helft van dit jaar in Europa al 37.500 exemplaren verkocht.

Maar de zorgen die de Duitse fabrikanten van luxe auto’s hebben, zijn niets vergeleken bij de verkoopellende waar Nissan momenteel mee kampt. Een vraag duikeling van liefst 27,5 procent in de Europese verkoop in de eerste 8 maanden van dit jaar illustreert de algehele staat van het Japanse concern. Daar komt bij dat de winst afgelopen boekjaar met 99 procent gedaald is. Nissan voelt zich hierdoor genoodzaakt om 12.500 banen te schrappen. Door de vrijwel geheel verdampte winst staan ook de resultaten van aandeelhouder Renault flink onder druk.

Honda is een andere Japanse autofabrikant die de afgelopen tijd harde tikken kreeg in Europa. In de eerste 8 maanden van dit jaar daalde de afzet met 14,0 procent en bleef de verkoopteller steken op 83.846 exemplaren. Honda is daarmee gedegradeerd tot een nichespeler en weet in de statistieken het stadsautomerk Smart amper voor te blijven. De vuist die Alfa Romeo nog weet te maken, is slechts half zo groot. Bij dit merk zijn de verkopen in de eerste 8 maanden van dit jaar met 45,1 procent gedaald tot 37.206 exemplaren. Bij Nissan en Honda is er in de vorm van de nieuwe Juke respectievelijk de E licht aan het eind van de tunnel, maar Alfa Romeo zal zich pas in 2021 kunnen herstellen als de Tonale, een compacte SUV, leverbaar wordt.

Omdat bij Fiat Chrysler Automobiles niet alleen Alfa Romeo in de verkoopproblemen zit, maar ook het Europese hoofdmerk (26,0 procent lagere verkopen in augustus) en Maserati (27,5 procent) is het niet verwonderlijk dat het Italiaans/Amerikaanse autoconcern zichzelf keer op keer (tevergeefs) aanbiedt als fusiepartner voor branchegenoten met een grotere slagkracht op het gebied van onderzoek en ontwikkeling.

De wens van Fiat Chrysler Automobiles om de krachten te bundelen komt ook doordat China voor dit autoconcern geen Mekka is gebleken. Maar misschien is dat maar goed ook nu ook in dit Aziatische land de autoverkopen onder druk staan. Voor het eerst in 2 decennia wordt China dit jaar geconfronteerd met een grote afzet duikeling die bovendien steeds groter wordt; de laatste maanden met soms meer dan 15 procent. De verstoorde handelsbetrekkingen met de Verenigde Staten zijn daar debet aan, maar ook interne marktontwikkelingen. Zo wordt de aankoopsubsidie op elektrische auto’s momenteel afgebouwd. Daardoor wist BYD in juli 17 procent minder auto’s te verkopen. Zelfs het succesvolle Geely moest met haar op Volvo technologie gebaseerde modellen een stap terug doen.

Aan de andere zijde van het handelsconflict, in de Verenigde Staten, zijn de gevolgen ook merkbaar. Ford en General Motors hebben uit voorzorg respectievelijk 20 en 18 miljard dollar gereserveerd om de komende jaren financiële tegenslagen op te kunnen vangen. Daarmee laten zij zien geleerd te hebben van hun traumatische ervaringen in het rampjaar 2008/2009 toen General Motors failliet ging en Ford er ook niet zonder kleerscheuren van af kwam.

Nu de auto-industrie mondiaal in mineur is, is de kans klein dat er zich spoedig een fusiepartner voor Fiat Chrysler Automobiles zal melden. En dat terwijl de druk in de branche groot is om de krachten te bundelen want de ontwikkelingskosten van autonome rij systemen zijn momenteel onrealistisch hoog. Ook de transitie van verbrandingsmotoren naar elektrische aandrijving gaat veel geld kosten. Om deze reden heeft ook Jaguar Land Rover het moeilijk. Analisten stellen dat dit merkenduo het beste kan worden overgenomen door BMW, maar het is de vraag of die daarvoor voldoende geld in kas heeft aangezien ook bij deze autofabrikant de winst onder druk staat.

Tot Jaguar Land Rover in rustiger vaarwater terecht is gekomen, proberen te voorkomen dat zij kopje onder gaan door 5.000 banen te schrappen. Daarmee is zij niet de enige, want er dreigt ook banenverlies bij Ford (dat in Europa tot 12.000 werknemers wil ontslaan) en Daimler (10.000 arbeidsplaatsen). BMW is van plan om in de periode tot 2022 minimaal 6.000 banen te schrappen. Dat zet de algehele economische groei onder druk en de effecten voor de verkoopstemming bij de consument laten zich dan raden.

Als Groot-Brittannië op 31 oktober de Europese Unie daadwerkelijk verlaat zonder deal over de toekomstige handel, dan heeft dat catastrofale gevolgen voor de Europese auto-industrie. “Vrije handel zonder barrières is cruciaal voor het succes van een diepgaand geïntegreerde pan-Europese autosector. Een no-deal moet worden uitgesloten om de toekomst daarvan veilig te stellen”. Dat staat in een verklaring van de Europese autokoepel Acea, de organisatie van toeleveranciers voor de auto-industrie CLEPA en 21 nationale organisaties voor de autosector, waaronder de RAI Vereniging. Zij hebben de krachten gebundeld om de gevolgen van een no-deal Brexit “voor één van de meest waardevolle economische sectoren” te onderstrepen. De autobranche is in hun ogen één van de grootste successtories en grootste bijdragers aan groei en welvaart, met een productie van 19,1 miljoen voertuigen per jaar en werkgelegenheid voor 13,8 miljoen mensen. “Fundamenteel daarbij is de diepe geïntegreerde aard van die industrie die de voordelen van de eenheidsmarkt en de douane-unie maximaal heeft uitgebuit ten voordele van bedrijven in de hele Europese Unie”.

Als er op 31 oktober een no-deal Brexit komt, dan leidt dat tot ‘een aardverschuiving bij de handelsvoorwaarden.’ Miljarden aan tarieven zullen de keus van de consument en de betaalbaarheid van auto’s aan beide zijden van het Kanaal ondermijnen. Een recessie is dan welhaast onvermijdelijk. In de verklaring wordt er op gewezen dat een productiestop van 1 minuut in Groot-Brittannië alleen al 54,700 euro schade oplevert. En de WTO tarieven, die dreigen bij een Brexit zonder handelsovereenkomst, kunnen oplopen tot 5,7 miljard euro. “De autofabrikanten zullen dat aan hun klanten in heel Europa door moeten berekenen”, zo waarschuwt de CLEPA.

Zoals gebruikelijk bij recessies duren die meerdere jaren. Analisten denken dat de autoverkoop in de traditionele grote afzetregio’s (Europa, Noord-Amerika, Japan en Zuid Korea; de laatste 2 landen zijn momenteel in een onderling handelsconflict verwikkeld) de komende 5 tot 7 jaar onder druk zal blijven staan. Op korte termijn zal deze conjuncturele ontwikkeling niet door andere markten als China, Rusland en India gecompenseerd kunnen worden. Dit betekent op mondiaal niveau een krimp van enkele procenten. Dat mag je gerust een recessie noemen. In weer termen betekent dit minimaal code oranje.

Reageren is niet mogelijk.