In volle overtuiging houdt BMW alle aandrijfopties open. De voorkeur gaat niet uit naar een bepaalde vorm en elektrisch is niet de onvermijdelijke toekomst. Dat is de boodschap die Pieter Nota, de verkoopchef van BMW heeft (foto).
Met deze aandrijfstrategie neemt BMW min of meer afscheid van het i label. Dat komt door de tegenvallende belangstelling voor de i3. Nu verkoopt deze elektrische hatchback heel redelijk (maar aan dat feest komt wellicht een eind zodra de Volkswagen ID.3 leverbaar wordt, maar de start was uiterst moeizaam. Het was reden voor BMW om zich op het achterhoofd te krabben. De i3 was ooit een grote belofte, maar Nota is niet van plan om vaker het licht op groen te zetten voor dit soort onalledaagse modellen. Zonder scrupules over het i label kondigt hij nu een koerswijziging aan: in de toekomst komen er geen directe opvolgers van de i3 en i8 (de laatste gaat volgend jaar uit productie), maar zullen reguliere modellen een elektrische versie krijgen. Daarmee volgt BMW de strategie van PSA, dat bijvoorbeeld de Peugeot 208 ook in meerdere aandrijfsmaken aanbiedt. De i3 zal nog worden doorgebouwd zolang de verkoopcijfers op peil blijven, maar daarna valt het doek voor dit specifieke elektrische model.

Zodra de i3 met pensioen is, wordt i een toevoeging voor het traditionele deel van het modellen aanbod van BMW. Dan zou de autofabrikant uit München bijvoorbeeld de i1 kunnen lanceren, waarbij de ‘i’ niet langer voor ‘injection’ staat, maar voor ‘elektrisch’. Naast dit relatief betaalbare model kunnen wij ook geëlektrificeerde versies van de X3 verwachten (komt al in 2020). In hoeverre de i4 zal verschillen van de nieuwe 4-serie Gran Coupé is nog niet duidelijk. Daarnaast zal de conceptstudie iNext waarschijnlijk in productie worden genomen als iX5, maar met een ander koetswerk dan de gewone X5. Deze modellen werden ontwikkeld vóór de nu door Nota aangekondigde strategische koerswijzigingen. Maar alle later volgende elektrische modellen wordt afgeleid van bestaande, conventioneel aangedreven auto’s van het merk.
‘Flexibel’ is dus het sleutelwoord. Platforms moeten volgens Nota geschikt zijn voor veel vormen van aandrijving: uitsluitend een verbrandingsmotor, (stekker) hybride of volledig elektrisch. Een verklaarbare keuze die vooral is ingegeven door economische motieven en productie-efficiëntie. Het meergewicht van mogelijk enkele tientallen kilo’s wordt voor lief genomen en de voordelen die een specifiek platform voor elektrische auto’s biedt, namelijk veel interieurruimte, wordt niet benut. Maar daar staat tegenover dat alle aandrijflijn smaken op dezelfde productielijn het levenslicht kunnen gaan zien. En dat is Nota veel waard aangezien niemand weet hoe snel de adoptie van de elektrische auto zal plaatsvinden. Volkswagen gaat haar ID.3 in een andere fabriek bouwen dan de Golf. Maar als de vraag naar het eerste model tegenvalt (en ook de verkoopprognose voor alle navolgende ID derivaten neerwaarts moet worden bijgesteld), dan is Wolfsburg in last en is arbeidstijdverkorting voor het productiepersoneel onvermijdelijk.
Herbert Diess, de topman van het Volkswagen concern, straalt naar de buitenwereld uit dat hij het volste vertrouwen heeft in een elektrische toekomst. Maar eigenlijk voelt hij nattigheid. Bijstelling van de strategie voor het hoofdmerk zou gezichtsverlies opleveren, maar hij heeft dochter Audi inmiddels toestemming gegeven voor de ontwikkeling van een nieuw modulair platform dat geschikt is voor diverse aandrijfvormen (waarbij de verbrandingsmotoren maximaal 4 cilinders mogen hebben). Dat lijkt aardig op wat BMW van plan is.
Nota heeft de steun van zijn baas Oliver Zipse. Die is geenszins van plan om krampachtig vast te houden aan een inflexibele strategie want tegen 2030 kunnen de kaarten helemaal anders liggen. Dan zou er bijvoorbeeld een goed afzetpotentieel kunnen zijn voor een X5 met brandstofcel zijn. Maar op de korte termijn smaken benzine en diesel nog prima bij BMW en die menukeuzes wil Nota de klanten van het merk niet onthouden. Dit betekent bijvoorbeeld ook dat VDL Nedcar in Born in staat moet zijn om auto’s met diverse aandrijfvormen te bouwen. Over deze betrouwbare leverancier zegt Nota heel tevreden te zijn. “VDL Nedcar is ook onderdeel van onze strategie om flexibel te zijn in onze productie”.
“Als je naar de wereldmarkt kijkt, dan zijn de wensen over de aandrijflijnen lokaal heel verschillend. Het kan heel goed zijn dat in Nederland elektrisch rijden gemeengoed wordt, maar dat men in bijvoorbeeld Rusland kiest voor waterstof vanwege de grotere afstanden”, aldus Nota. “Daarom willen wij flexibel zijn qua aandrijflijnen. Wat de klant wil en kan gebruiken in zijn omgeving, dat moeten wij produceren”, zo zegt de Nederlander die in de Raad van Bestuur van BMW verantwoordelijk is voor verkoop en marketing.
Nota denkt dat het ook haalbaar is om diverse soorten aandrijvingen naast elkaar te ontwikkelen. “Wij draaien een omzet van 100 miljard euro en hebben vorig jaar 7 procent daarvan in R&D geïnvesteerd. Of elektrisch populair wordt, is van zoveel dingen afhankelijk, zoals bijvoorbeeld de infrastructuur en overheidsstimulering. Nederland doet het elektrisch erg goed en Noorwegen is koploper. Maar dit betekent niet dat wij de waterstofauto nu afzweren. Andersom zal dat ook niet het geval zijn. Ik wil alle opties open houden. Maar wij bij BMW vinden het heel belangrijk dat wij elektrische auto’s blijven aanbieden”.
Over de samenwerking met aartsrivaal Mercedes-Benz zegt Nota: “We hebben met het Daimler concern een joint venture op het gebied van diensten zoals autodelen en parkeerservices. Hiervoor hebben wij inmiddels 75 miljoen gebruikers. Maar samenwerking heeft zijn grenzen, want iedere autofabrikant heeft toch zijn eigen DNA. Toch verwacht ik nog wel meer allianties om investeringen te kunnen delen”.
