Volkswagen: van e-Golf naar e-Up

0

Niet alleen bij Renault vieren ze feest (er zijn inmiddels 200.000 exemplaren van de Zoé geproduceerd), ook voor Volkswagen is er reden om de slingers op te hangen. Bij deze autofabrikant is namelijk het 100.000ste exemplaar van de e-Golf van de band gelopen.

Voor autofabrikanten in het volume segment zijn ‘100.000’ en ‘200.000’ geen aantallen om de vlag uit te hangen. Het zijn kloeke cijfers natuurlijk, maar het echte werk begint pas als het woord ‘miljoen’ in een persbericht kan worden vermeld. Voor elektrische auto’s gelden echter andere criteria. Daarvan moeten de verkopen nog op stoom komen, niet in de laatste plaats omdat veel consumenten de kat nog even uit de boom kijken. Door nu media-aandacht te genereren voor het 100.000ste / 200.000ste productie exemplaar, kunnen autofabrikanten vandaag de dag echt heel ‘gewoon’ zijn geworden. Dat Volkswagen op slechts de helft van de output van concurrent Renault zit, komt in de eerste plaats doordat de e-Golf anderhalf jaar later op de markt kwam. Daarnaast is er in tegenstelling tot de Zoé geen sprake van zelfstandig model. Verklaring drie is dat de Renault in een lagere prijsklasse opereert dan de Volkswagen en dat werkt natuurlijk ook afzetmarkt verruimend.

Er zijn dus meerdere wegen die naar het elektrische Rome leiden: met een apart model of met een derivaat van een conventioneel aangedreven auto. Je bent geneigd te denken dat Volkswagen spekkoper was, want die heeft zonder helemaal terug naar de tekentafel te moeten toch de helft van het verkoopresultaat van Renault behaald. En de Zoé mag nu dan niet onaardig verkopen, aanvankelijk viel de belangstelling voor dit specifiek elektrische model tegen. Maar desondanks heeft Volkswagen besloten om overstag te gaan: de e-Golf zal namelijk worden afgelost door de ID.3. Dat een apart elektrisch model vanaf volgend jaar de fakkel overneemt, heeft alles met efficiëntie te maken. Dat is een woord dat alle Duitsers boven hun bed hebben hangen: de ID.3 heeft niet alleen een efficiëntere ruimtebenutting dan de e-Golf, maar is ook (bij voldoende aantallen) goedkoper om te produceren. Ook omdat zijn ondersteltype nog veel meer volledig elektrische modellen gebruikt gaat worden, waaronder diverse ontwerpen van de dochtermerken van Volkswagen.

Maar op de valreep heeft Volkswagen dus 100.000 stuks van de e-Golf weten te produceren. Het betreft een ‘Pure White’ exemplaar en de gelukkige eigenaar is Maik Jaehde, een Duitser uit Landolfshausen, ongeveer het middelste midden van het land. De koper werd door Volkswagen naar de fabriek in Dresden gehaald voor een foto en wat handen geschud. Dat het mijlpaal exemplaar in eigen land blijft, is geen toeval want de Duitse regering heeft besloten om dieper in haar buidel te gaan tasten om de transitie naar elektrisch rijden in een stroom versnelling te brengen. Daar wil Volkswagen maar al te graag een graantje van meepikken en dan is elke vorm van media-aandacht welkom. Behalve op de thuismarkt is de e-Golf ook in trek in Noorwegen (dat mondiaal ver voorop loopt bij de transitie), in de Verenigde Staten (waar sowieso veel auto’s verkocht worden), Groot-Brittannië (waar Volkswagen concurrent Ford qua marktaandeel op de hielen zit en Vauxhall al ruimschoots is gepasseerd) en Nederland (waar leaserijders in de fiscale watten worden gelegd).

De mijlpaal werd gepasseerd net voordat Volkswagen de stekker uit de e-Golf trekt. Volgend jaar maakt hij zoals gezegd plaats voor de ID.3. Van de nieuwe Golf, die afgelopen maand werd voorgesteld, is geen volledig elektrische versie gepland. De ID.3 gaat in Duitsland op 2 locaties geproduceerd worden: in Zwickau en in de Gläserne fabriek in Dresden. Aldaar loopt nu nog de e-Golf van de band. Dit jaar werden wereldwijd al 27.900 stuks van het model verkocht. Dat is aanzienlijk meer dan vorig jaar, toen er 24.800 exemplaren werden afgeleverd. Bij ons is momenteel afgerond 40 procent van de Golf verkopen elektrisch. Dat percentage zakt volgend jaar dus tot nul, tenzij Volkswagen ook de (stekker) hybride versies als ‘elektrisch’ beschouwd.

De e-Golf zwaait in Nederland uit als e-Dition; een actiemodel met een extra aantrekkelijke verhouding tussen prijs en uitrusting. Hij is onder meer voorzien van LED verlichting, een verwarmbare voorruit, spraakbediening en een uitgebreid infomediasysteem. De e-Golf e-Dition kost 34.295 euro. Net als de reguliere uitvoering heeft hij een batterijen set met een capaciteit van 35,8 kWh en een 136 pk sterke elektromotor. Met een volle accu kan deze elektrische Volkswagen maximaal 230 kilometer ver komen. Een dergelijk rij bereik is eigenlijk niet meer van deze tijd (hoewel BMW / Mini en diverse Japanse autofabrikanten daar anders over denken) dus het is begrijpelijk dat de e-Golf binnenkort met pensioen gaat. Voor wie wel trek heeft in het e-Dition, is het niet onbelangrijk om te weten dat zijn accu set met een 40 kW snel lader in 45 minuten voor 80 procent op te laden is. In tegenstelling tot de ID.3 is deze elektrische Volkswagen nog dit jaar leverbaar. Dit betekent dat er met de e-Golf e-Dition de komende 5 jaar geprofiteerd kan worden van slechts 4 procent bijtelling.

De aangescherpte bijtelling regels voor elektrische auto’s die sinds januari gelden, hebben behoorlijk wat invloed op het leasegedrag. Emissievrije personenwagens met een catalogusprijs boven de 75.000 euro worden nauwelijks meer verkocht. Het marktaandeel bedraagt met 1.837 registraties slechts 5 procent. Vorig jaar werden nog ruim 12.000 exemplaren uit deze categorie op kenteken gezet. Oorzaak is dat sinds 1 januari het verlaagde bijtelling percentage van 4 procent niet meer geldt voor elektrische auto’s die duurder zijn dan 50.000 euro. Met het oog op deze aangescherpte regel werden vorig jaar op de valreep prijzige exemplaren zoals de Tesla Model S, de Tesla Model X en de Jaguar I-Pace (die alle drie meer dan 75.000 euro kosten) op kenteken gezet. Zij gingen toen als warme broodjes over de toonbank, maar dit jaar is de verkoop van dure elektrische auto’s volledig ingestort. De Audi e-Tron ontspringt de dans omdat die in 2018 nog niet leverbaar was. Deze Duitser heeft de Tesla Model S van de troon gestoten als marktleider in het hoogste prijssegment.

Dat Tesla dit jaar desondanks goede zaken doet in Nederland, is te danken aan de uitbreiding van het gamma met de uitstekend gerecenseerde Model 3. Die doet qua rij plezier ondanks zijn fors lagere prijs niet of nauwelijks voor zijn grote broers onder. Deze elektrische auto zorgt er voor dat leaserijders wel degelijk meer dan 4 procent willen bijtellen, ook al is de Tesla verkrijgbaar in een uitvoering die 2 euro minder dan 50.000 euro kost. Uit cijfers van VWE Automotive blijkt dat 37 procent van alle elektrische auto’s die dit jaar verkocht zijn, tussen de 50.000 euro en 75.000 kost. In dit prijssegment is Tesla (met de Model 3) wél marktleider. Dankzij de 49.998 euro kostende basisversie gaat het automerk van Elon Musk ook in de prijsklasse ‘45.000 tot 50.000 euro’ aan kop. Dit segment is goed voor 31 procent van de verkopen. In de onderste prijsklasse (tot 45.000 euro), waar 26 procent van de afzet aan elektrische auto’s wordt gegenereerd, bestaat de kopgroep uit de Hyundai Kona, de Kia e-Niro, de Nissan Leaf en de Volkswagen e-Golf.

Per 1 januari 2020 veranderen de bijtelling regels voor elektrische auto’s opnieuw. Dan betalen leaserijders 8 procent over de eerste 45.000 euro en 22 procent over het resterende bedrag (bij een duurdere auto). Fors meer dus dan nu en de verwachting is dat ook deze wijziging veel invloed zal hebben op het koopgedrag. Zo zal de populariteit van de Tesla Model 3 aanzienlijk afnemen, terwijl ook de afzet van de Kia e-Niro waarschijnlijk een tik zal krijgen. Gelukkig voor leaserijders wordt het aanbod van elektrische auto’s onder de 45.000 euro steeds groter. Zo start in 2020 de levering van onder meer de Honda E, de Mazda MX-30, de Mini Electric, de Opel Corsa-e, de Peugeot modellen e-208 plus e-2008 en het stadsauto trio Seat Mii Electric, Skoda Citigo-e iV en Volkswagen e-Up.

 

Rij test vernieuwde Volkswagen e-Up

De laatste neemt als elektrische afgeleide van een bestaande Volkswagen het stokje over van de e-Golf. Het zustermodel Seat Mii kon vorige maand al worden getest en afgelopen week kon er kennis worden gemaakt met de e-Up, die tot het showroomdebuut van de ID.3 volgend jaar de elektrische kar bij Volkswagen moet trekken. De e-Up kost minimaal 23.475 euro. De kleinste Volkswagen rijdt met een verbrandingsmotor heel volwassen en dat is met de elektrische versie niet anders. Zolang jij niet achterom kijkt, en ziet dat het achterruitje zich dicht achter jou bevindt, heb je het idee in een auto in een hogere klasse te zitten. De bagageruimte is 250 liter groot, maar daar kan 923 liter van gemaakt worden als de achterbank leuning platgelegd wordt. De e-Up rijdt heel comfortabel en laat zich niet van de wijs brengen door slecht wegdek, drempels en dwars naden in de weg. De sprint naar 100 km/u duurt 12,2 seconden. Op de snelweg rijd je voordat je het weet 130 km/u. En ook daar voelt de Volkswagen heel volwassen aan.

Ondanks de voor elektrische begrippen scherpe prijs van 23.475 euro is de e-Up mooi compleet met zaken als automatische airconditioning, elektrisch bedienbare portier ruiten, een rijstrookassistent, een duidelijk afleesbaar instrumentarium, centrale portier vergrendeling met afstandsbediening, een in hoogte verstelbare bestuurdersstoel plus stuurwiel en de mogelijkheid om remenergie te recupereren zodat men langer achter elkaar elektrisch kan rijden. Volgens Volkswagen bedraagt de actieradius van de verbeterde e-Up met een onder het meubilair geplaatste 36,8 kWh batterijenset 260 kilometer. Voor een stadsauto is dat ruim voldoende. De oude versie moest al na 160 kilometer aan de stekker.

Accelereren doet de 83 pk sterke e-Up verrassend vlot en hij stuurt ook nog eens heel prettig: de installatie biedt voldoende feedback en is tamelijk direct. Dankzij de elektromotor is hij ook nog eens heel stil. Alleen als je verkeersdrempels passeert, merk je dat de elektrische versie van de Up aanzienlijk zwaarder is dan de reguliere uitvoering. Toch is het veercomfort heel behoorlijk. Met een snellader kan de batterij in 1 uur van 20 tot 80 procent van de maximale capaciteit worden opgeladen. Dan kan er weer 200 kilometer worden gereden. Thuis opladen vergt meer geduld, namelijk 12 tot 16 uur. Een middenweg biedt het gebruik van een wisselstroomlader van 7,2 kW. Dan duurt opladen 5 uur. De prijs inbegrepen zijn ook 6 jaar onderhoud en APK. Voor wie 23,5 mille te veel is, blijft de Up leverbaar het een 3 cilinder verbrandingsmotor. De zustermodellen Seat Mii en Skoda Citigo schakelen volledig over op puur elektrische aandrijving. Die zijn overigens marginaal goedkoper dan de Volkswagen e-Up.

Reageren is niet mogelijk.