Afgelopen zaterdag berichtte Autointernationaal.nl in de Newsflash dat de designchef van Renault, Laurens van den Acker, twijfelt over een opvolger voor de Mégane. Reden is dat de Franse autoproducent de komende jaren haar aandacht voor een belangrijk deel zou moeten gaan verleggen naar elektrische auto’s. Bestaande modellen kunnen in die transitie niet allemaal mee. Ook de Mégane staat volgens Van den Acker hoog op het eliminatielijstje.
Het huidige decennium staat voor alle (grote) autofabrikanten in het teken van de switch naar (deels) elektrisch aangedreven personenwagens. Er moet in relatief korte tijd een compleet gamma aan modellen op de markt worden gebracht die over kortere of langere afstand emissievrij kunnen rijden. Renault wil in 2023 een 8-tal (deels) elektrisch aangedreven personenwagens in de showroom hebben staan. Dat gaat ten koste van traditioneel aangedreven modellen. Dat er geen vervolg komt voor de Espace, (Grand) Scénic en Talisman zal, kijkend naar de homeopatische verkoopaantallen, weinig verrassend zijn. Maar volgens Van den Acker wordt er op het hoofdkantoor in Parijs overwogen om zelfs de Mégane te schrappen (spoiler alert: hij lijkt voor zijn beurt te hebben gesproken).

Volgens de Nederlandse designchef (foto) is het logisch dat er vanwege de noodzakelijke uitbreiding van het gamma met elektrische modellen elders ontwikkelingsbudget weggehaald moet worden. De minder succesvolle modellen van Renault zullen dan mogelijk het veld ruimen: “We kunnen niet alles bekostigen en tegelijkertijd zowel conventioneel aangedreven als elektrische auto’s blijven ontwikkelen. Sommige personenwagentypes zullen dus moeten verdwijnen. De Mégane bevindt zich in een segment waar de verkopen vanwege de populariteit van cross-overs en SUV modellen onder druk staan. Het is daarom verstandiger als Renault haar geld steekt in delen van de markt die en groter toekomstpotentieel hebben”, aldus Van den Acker.
Op Europees niveau is de dalende afzetlijn duidelijk zichtbaar. 20 jaar geleden verkocht Renault op jaarbasis afgerond 300.000 exemplaren van haar compacte middenklasser, met in 2004 zelfs een uitschieter naar bijna 500.000 stuks. Het jaar 2010 was ook niet slecht met 465.732 bestellingen. Maar na 2012 lukt het de Mégane niet meer om boven de 170.000 registraties te pieken en de afgelopen 2 jaar verkochten de Fransen slechts 130.000 stuks van dit modeltype in Europa (en nog eens afgerond 80.000 eenheden elders). In Nederland is de huidige generatie ook aanzienlijk minder succesvol dan haar voorgangers, met 7.722 exemplaren die in 2017 op kenteken werden gezet als hoogtepunt. Daarna werd duidelijk dat de Mégane onmiskenbaar op zijn retour is met slechts 3.775 registraties in 2019. In de eerste 3 maanden van dit jaar is de verkoop met nog eens 40 procent gedaald.

Dat de C segment middenklasser het moeilijk heeft, is geen specifiek Renault probleem. Alfa Romeo stopt dit jaar met de Giulietta zonder dat er een opvolger is gepland. Citroën herlanceert wel de C4, maar dan op basis van het B segment onderstel van de Peugeot 2008 (het wordt dus een soort Skoda Scala). Bij Nissan is de Pulsar volledig geflopt. Opel weet lang niet zoveel exemplaren van haar Astra te slijten als gehoopt. Volvo geeft geen cent meer voor een directe opvolger van de V40 omdat zij niet meer in het verkooppotentieel van ‘lage’ modellen gelooft. En de Volkswagen Golf, volgens velen de referentie in deze autoklasse, verkoopt vandaag de dag mondiaal minder goed dan de Tiguan.
Met een nettoverlies van 141 miljoen euro in 2019, een marktaandeel dat keldert en verkopen die in het eerste kwartaal van dit jaar sterk daalden, is Renault genoodzaakt om het dorre hout weg te snoeien. De Fransen kunnen weliswaar rekenen op een door de staat gegarandeerde lening van 5 miljard euro, maar dat gedrag moet natuurlijk wel terugbetaald worden en dat lukt alleen als alle ballen nu ingezet worden op de meest veelbelovende projecten. Bedrijfsactiviteiten die niet of nauwelijks bijdragen aan de winst, zullen worden beëindigd. Zo gaat Renault zich in China uitsluitend focussen op elektrische en bedrijfsvoertuigen ten nadele van modellen met een verbrandingsmotor (Captur, Kadjar en Koleos). Clotilde Delbos (foto), tot de komst van voormalig Seat merkchef Luca de Meo, interim CEO, zei in een toespraak in februari dat de fabrikant geen taboes heeft.

Achter de schermen wil Renault de bladzijde van het Ghosn tijdperk omslaan. Het doel is duidelijk: orde brengen in het huis waar alles niet goed gaat. En vanuit verkoopperspectief is er dus van alles mis met de D segment conventionele middenklassers van het merk. Die constatering valt samen met de noodzaak om te investeren in emissievrij vervoer. “Renault bereidt de overgang naar een volledig elektrisch gamma in 2030 voor”, aldus Ali Kassai, product en programma directeur bij de Franse autobouwer. “Elektriciteit vereist veel investeringen, maar we hebben het geluk een alliantie met Nissan te hebben. Dat heeft ons in staat gesteld om een nieuw, specifiek voor elektrische modellen bestemd platform te ontwikkelen, terwijl sommige van onze concurrenten (lees: PSA) kiezen voor een technische basis met meerdere typen energiebronnen. Waarom wachten tot 2025 als wij die transitie eerder kunnen maken?”. Concreet betekent dit dat het zogeheten CMF-EV platform wordt ingehuldigd door een B segment elektrische SUV (codenaam BCB), waarvan de presentatie gepland is voor de herfst en waarvan de verkoop in 2021 start. In 2022 volgt er een groter model (codenaam HCC), min of meer tegelijkertijd met het marktdebuut van de Nissan Ariya. Op de tekentafel staat ook een D segment elektrische SUV die het Alpine logo moet gaan dragen. “Deze voertuigen zullen de top van het Renault gamma vertegenwoordigen”, zegt Kassai. Het trio zal worden vervaardigd in de fabriek in Douai, die het elektrische centrum van Renault in Europa wordt en waar nu nog de Espace, (Grand) Scénic en Talisman van de band rollen.
Kassai erkent evenwel dat “niet alle voertuigen onmiddellijk kunnen overschakelen op elektriciteit, zoals de Clio, de Captur of de Kadjar”. Bovendien blijven benzinemodellen voor autofabrikanten noodzakelijk omdat medio 2023 / 2024 waarschijnlijk het doek valt voor de diesel omdat dan de Euro7 emissienorm van kracht wordt. Daarom heeft Renault geïnvesteerd in (stekker) hybride techniek met haar ingenieuze E-Tech systeem dat in juni bij de Clio en Captur wordt gelanceerd en in de herfst bij de Mégane. Deze benzinebesparende architectuur zal uiteindelijk voor 10 modellen van de Renault Groep beschikbaar komen, waaronder de nieuwe Kangoo, de Europese versie van de Arkana en diverse Dacia modellen. Kassai laat weten dat er ook een beroep zal worden gedaan op de stekker hybride techniek van Mitsubishi. Dat systeem is specifiek bestemd voor de toekomstige Kadjar die in 2022 wordt gelanceerd.

Wat het gerucht over de niet-vervanging van de Mégane betreft, reageert Kassai (foto) als volgt: “We hebben niet geïnvesteerd in onze nieuwe CMF C / D platformarchitectuur op te stoppen met modellen voor wie deze basis bestemd is”. Daarmee laat weten dat de uitspraak van Van den Acker volledig voor eigen rekening is, en niet representatief is voor het beleid van Renault. Het doek laten vallen voor de Mégane zou bovendien een onverantwoord grote vorm van kapitaalvernietiging zijn aangezien de stekkervariant van het E-Tech systeem deels voor dit modeltype ontwikkeld is. De techniek alleen geen gebruiken tijdens de tweede levensfase van de huidige generatie is, om het zachtjes uit te drukken, niet de juiste manier om de ontwikkelingskosten terug te verdienen.
Maar Kassai windt er aan de andere kant geen doekjes om dat de (Grand) Scénic zal worden vervangen door een SUV. Dat wordt een soort Allspace versie van de toekomstige Kadjar. Kassai stuurt wel de Espace met pensioen. Verder is de ontwikkeling van de Koleos opvolger stopgezet, evenals het project ter vervanging van de Talisman. Door deze modellen te slachtofferen hoopt Renault in totaal voor 2 miljard euro aan kosten te besparen. Renault zal de Talisman klanten trouwens niet in de kou laten staan, maar hen uitnodigen om over de stappen op de sedanversie van de volgende generatie Mégane. Die zal met een wielbasis van circa 2,74 meter achterin niet of nauwelijks minder ruim zijn.

Om extra kosten te besparen, heeft Renault besloten om de voor Alpine geplande elektrische SUV niet in diens fabriek in Dieppe te gaan produceren, maar zoals gezegd in Douai. Dit betekent dat de overheerlijke A110 het enige model blijft dat in de aloude Alpine faciliteit het levenslicht ziet. Dat is sneu voor het productiepersoneel aldaar, want de sportwagen verkoopt lang niet meer zo goed als direct na de introductie; een veel voorkomend euvel bij dit type auto’s. In Dieppe zou men de productieorder voor een tweede model dan ook met gejuich hebben ontvangen, maar de fabriek aldaar is vermoedelijk niet berekend op de een output volume van tienduizenden auto’s. Althans, niet meer, want in het verleden zagen in Dieppe ook de Clio RS en de Espace het levenslicht. Die werden ook in hogere volumes gemaakt dan de A110, waarvan op jaarbasis slechts een paar duizend stuks worden vervaardigd.
Een elektrische SUV is misschien geen voor de hand liggend model voor Alpine dat faam verwierf met zogeheten rijders auto’s, maar aan de andere kant: de volgende generatie Macan wordt ook volledig emissievrij. En Porsche is toch het grote voorbeeld voor Alpine. Dat er gebruik gemaakt zal moeten worden voor het CMF-EV platform, betekent dat er onherroepelijk water bij de Franse wijn gedaan moet worden maar per saldo zijn die concessies nog altijd minder groot dan bij een onderstel dat ook gebruikt wordt voor conventioneel aangedreven modellen (deze strategie, waarvoor niet alleen PSA kiest, maar ook BMW en Mercedes is op de korte termijn zeker winstgevender, maar technisch niet optimaal. Renault bevindt zich met haar architectuurbeleid in het gezelschap van de Volkswagen Groep dat ook van mening is dat elektrische personenwagens een specifiek onderstel verdienen. En aangezien dit de grootste autoproducent ter wereld is en in technologisch opzicht leidend, kan dat als een grote geruststelling worden beschouwd voor iedereen die het merk het het wybertjeslogo een warm hart toe draagt.
