Toyota en Lexus bereiken hybride mijlpaal

0

In 1997 begon Toyota aan haar hybride hoofdstuk met de lancering van de eerste generatie Prius. Een auto die er vanwege zijn kleine wieltjes en merkwaardige carrosserievorm ‘niet’ uitzag, maar zijn tijd ver vooruit was qua aandrijftechniek. De doorbraak kwam met de tweede generatie Prius die wel het grote publiek wist te bekoren. Met name dit model heeft er voor gezorgd dat Toyota nu met trots kan zeggen dat zij anno 2020 samen met dochter Lexus meer dan 15 miljoen hybride auto’s heeft verkocht. Bijna 20 procent daarvan rijdt rond in Europa.

Na de wereldwijd succesvolle tweede generatie Prius (die in Hollywood zelfs een hype werd) bouwde Toyota haar hybride basis uit, enerzijds door haar dochtermerk Lexus de aandrijftechniek ook te laten gebruiken, en anderzijds door het eigen gamma te verbreden met soortgelijke uitvoeringen van de Yaris, Auris / Corolla, C-HR, RAV4 en Camry. Met name de eerste 4 genieten momenteel grote populariteit. Keerzijde van de medaille is wel dat de Prius, waar het dus allemaal mee begon, het ondergeschoven kindje is geworden. Al ligt dat vooral aan Toyota zelf door bij het design van de huidige, vierde generatie de plank volkomen mis te slaan. Ook de stekker hybride variant, al dan niet voorzien van een dak met zonnepanelen, is geen succes.

Maar de laatste jaren beseffen steeds meer autoconsumenten dat een hybride zo gek nog niet is. Er kan over (zeer) beperkte afstand elektrisch worden gereden maar men heeft geen gehannes met laadkabels. Tegelijkertijd is Toyota de techniek continu verder blijven; niet zozeer om de reeds ijzersterke betrouwbaarheid te optimaliseren maar bijvoorbeeld om de nadelen van de bijbehorende CVT automaat zoveel mogelijk te elimineren. Jongste voorbeeld is de ‘2.0 High Power’ hybride aandrijflijn van de Corolla en de CH-R. Daarmee toont Toyota aan dat een zuinige auto best ballen kan hebben.

Het succes van de hybride aandrijflijnen van Toyota kan niet los worden gezien van de dieselfraude affaire bij Volkswagen. De Duitsers stonden op de Noord Amerikaanse markt met lege handen voor wat betreft een alternatief en besloten toen maar uit armoede te gaan sjoemelen met de uitstoot cijfers van haar TDI modellen. In september 2015 liep Volkswagen tegen de lamp, met veel negatieve publiciteit tot gevolg. Toyota zag zijn kans schoon om haar hybride alternatief te promoten als zuinig én schoon alternatief voor de dieselmotor. Die zet heeft de Japanse autofabrikant geen windeieren gelegd, want oliegestookte modellen hebben een kwade reuk gekregen met menig rij verbod in binnensteden tot gevolg.

De concurrenten van Toyota proberen nu een inhaalslag te maken met volkomen elektrische modellen, maar dat gaat niet zonder slag of stoot, zoals de productieproblemen bij de Audi e-Tron, Mercedes-Benz EQ C en Volkswagen ID.3 aantonen. Het is bovendien nog steeds in nevelen gehuld of de autoconsument het volledig emissieloze alternatief zonder financieel voordeel van de overheid (subsidie en/of lagere bijtelling) wel écht omarmt. In de landen waar kopers van elektrische personenwagens in de watten werden of worden gelegd, is het Tesla die er met de buit vandoor gaat. De rest heeft het nakijken (ook de Jaguar I-Pace is een eendagsvlieg gebleken). Het gevolg is dat de gemiddelde CO2-uitstoot dit jaar boven de door ‘Brussel’ opgelegde norm dreigt uit te komen, met torenhoge boetes als gevolg.

Toyota, dat als geen ander gewapend is voor een leven na de dieselauto in Europa, hoeft daar niet bang voor te zijn. De hybride personenwagens van Toyota en dochtermerk Lexus zijn zo schoon dat de emissienorm van gemiddeld maximaal 95 gram/km zonder problemen gehaald kan worden. Het Japanse autoconcern heeft zelfs voldoende speelruimte over om ook ‘foute’ modellen met een dikke verbrandingsmotor in haar gamma op te nemen, zoals de GR Supra met 3,0 liter 6 cilinder motor. Dat is leuk beleg op de boterham die in de afgelopen 23 jaar steeds vaker met hybride personenwagens werd verdiend. Inmiddels gaat het dus om zo maar even 15 miljoen exemplaren: een mijlpaal om U tegen te zeggen.

Toyota had overigens liefst 10 jaar (!) nodig om de eerste 1 miljoen exemplaren te verkopen. Dat kwam vooral omdat de eerste generatie Prius vanwege zijn rare uiterlijk niet aansloeg. Collega’s als General Motors zouden de handdoek toen in de ring hebben gegooid, maar Toyota zette door en die moed werd beloond. Begin 2017 meldden de Japanners vol trots dat zij de grens van 10 miljoen eenheden gepasseerd waren. Inmiddels worden jaarlijks meer dan 1,5 miljoen hybride auto’s door Toyota en Lexus aan de man gebracht. In de afgelopen 23 jaar wisten de Japanners 2,8 miljoen exemplaren in Europa te slijten. Vorig jaar was 52 procent van de auto’s die de 2 merken wereldwijd verkochten, voorzien van hybride techniek. In Europa bedroeg het afzetaandeel liefst 63 procent.

Toch is dit resultaat geen excuus voor Toyota en Lexus om achterover te leunen. De vraag is of het Japanse duo, nu de elektrificatie in autoland doorzet, haar verkoopsucces weet vast te houden. De stekker hybride versie van de Prius is zoals gezegd min of meer geflopt. Toyota investeert al jaren veel in brandstofcel techniek (voor de Mirai), maar dat betaalt zich nog niet uit in indrukwekkend hoge verkopen. Lexus lanceerde onlangs een volledig elektrische variant van de UX, de 300e uitvoering, maar die heeft een te klein accupakket om in het premium segment een vuist te kunnen maken. Laat staan dat dit model een serieus alternatief voor het repertoire van Tesla is.

Toyota meldt dat zij in de periode tot 2025 in Europa minimaal 40 nieuwe of gemoderniseerde geëlektrificeerde modellen lanceert. Daar zitten minstens 10 zogeheten Zero Emission modellen tussen; volledig elektrische auto’s of exemplaren met een brandstofcel aan boord dus. Als Toyota haar leidende positie op de mondiale automarkt wil vasthouden, dan dienen die veel meer indruk te maken dan de tamelijk waardeloze Lexus UX 300e.

Reageren is niet mogelijk.