Verdient een tweede kans: test Cadillac CT5-V

0

Cadillac. Heb jij nog een scherp beeld bij dit automerk? Tot halverwege de jaren zeventig was het een hofleverancier van zogeheten sleeën met de stuureigenschappen van een stoomboot. Na de oliecrisis werd het gamma uitgebreid met de aanmerkelijk beter handzame Seville op basis van het onderstel van de voor Joe Average bestemde Chevrolet Nova. Amerikanen smulden er van.

Dit succes was van korte duur want de tweede generatie Seville gooide zijn eigen glazen in met voorwielaandrijving dat bij zo’n grote auto geen enkel voordeel had, een afgezakte kontpartij en prematuur gelanceerde, niet goed uitontwikkelde cilinderuitschakeling. Daarna ging het langzaam maar zeker bergafwaarts met Cadillac, al verdient het respect hoe vaak het meest prestigieuze merk van General Motors zich sindsdien heeft proberen te herpakken. Met de STS, de CTS en sinds kort de CT5.

De lancering van dit model, en van diens kleinere broer CT4, is opmerkelijk omdat Amerikaanse autofabrikanten de sedan afgezworen lijken te hebben. Bij de zustermerken Buick en Chevrolet is dit carrosserietype al zo goed als verdwenen, Ford stopt met de Fusion en de Taurus, en Fiat Chrysler Automobiles investeert ook geen ene dollarcent meer in 4-deurs gezinswagens. Waarom Cadillac dan wel? Wellicht omdat haar cross-over modellen (XT4, XT5, XT6) niet voor voorpaginanieuws zorgen. En misschien ook omdat zij stilletjes hoopt op herleving van de door lovende recensies voor de CTS gekenmerkte gloriejaren. Daarom werd kort na de lancering van de CT5 het modelgamma uitgebreid met een sportieve ‘V’ uitvoering.

Dat had Cadillac beter niet kunnen doen. Want de V uitvoering van de CTS, waar liefhebbers eigenlijk nog helemaal niet op uitgekeken waren (maar moederbedrijf General Motors heeft een talent om bij veelbelovende nieuwe autoconcepten de handdoek vroegtijdig in de ring te gooien), had een branie schoppende 6,2 liter V8 met compressor onder de motorkap, goed voor 640 pk. Zijn opvolger, de CT5-V (onderwerp van deze test), moet het doen met 280 pk minder en een voor Amerikaanse begrippen petieterige 3,0 liter V6. Weliswaar voorzien van 2 turbo’s, maar toch. There is no substitute for cubic inches.

Op de thuismarkt van Cadillac stak een storm van protest op. Autofans aldaar, die modellen van eigen bodem heus wel een warm hart toedragen, lagen nachten wakker van deze hooguit halfbakken opvolger. “Wij hebben ook gevoelens!”, zo werd er gezegd. En: “Wij houden van fantastische auto’s, dus Cadillac, waarom geef jij ons die niet?” Geschrokken van alle kritiek heeft moederbedrijf kortgeleden laten weten spoedig met een zogeheten Blackwing uitvoering van de CT-5 te komen. Die krijgt alsnog de begerenswaardige 6,2 liter V8 motor onder de kap. Beter laat dan nooit natuurlijk, maar Cadillac had veel imagoschade kunnen voorkomen als zij de hier geteste 3,0 liter uitvoering met 360 pk het label ‘V-Sport’ gegeven had. Dat is het Amerikaanse equivalent van ‘M Performance’ en ‘AMG Line’. De nachtrust van de auto minnende consument in de Verenigde Staten zou dan niet verstoord zijn geraakt.

Is de komst van de Blackwing uitvoering van de CT5 reden om de gewone ‘V’ direct af te serveren? Niet perse. Dankzij 360 pk kan hij in 4,9 seconden naar 100 km/u sprinten en daarmee is deze Cadillac een prima alternatief voor de BMW M340i en de Mercedes-AMG C 43. En waarmee de Amerikaan zijn Europese concurrenten aftroeft, is zijn versnellingsbak. Die telt maar liefst 10 versnellingen en schakelt razendsnel op en terug. De prijs van de CT5-V is ook competitief: omgerekend 98.000 euro. Dat is globaal even veel als de genoemde Mercedes kost. Ook de Kia Stinger GT is ongeveer net zo duur. De BMW M340i is weliswaar ruim 10 mille goedkoper, maar dat prijsvoordeel verdwijnt als sneeuw voor de zon zodra je hem gaan aankleden met (noodzakelijke) opties.

Vierwielaandrijving ontbreekt bij de Cadillac, maar dat heb je voor rij plezier ook helemaal niet nodig. Die biedt de CT5-V mede dankzij de standaard magnetische dempers meer dan genoeg. En grip is dik voor elkaar dankzij Performance Traction Management; een systeem dat General Motors normaliter voorbehoudt aan de Chevrolet Corvette en de hardcore versies van de Camaro. Heus, de fun factor van deze Amerikaan is minstens net zo hoog als die van zijn Duitse rivalen. De vering is stevig maar niet pret bedervend.

Echt stil is de CT5-V ondanks de aanwezigheid van dubbel glas in de voordeuren niet. Dat komt doordat er voor premium begrippen nogal veel motorgeluid de cabine binnendringt. Dat is soms een tikkeltje te veel van het goede, maar aan de andere kant zou ik het ploffen van de uitlaat bij opschakelen tijdens hoge toerentallen niet willen missen.

Ondanks dat de CTS de grotere broer van de ATS was, was het achterin voor passagiers behelpen qua beenruimte. Gelukkig heeft de CT5 een 4 centimeter langere wielbasis en dat scheelt een slok op een borrel. De ingreep maakte ook grotere achterportieren mogelijk en dat betekent meer in/uitstap gemak.

De bouwkwaliteit van het interieur is niet slecht, maar Cadillac zorgt op dit punt niet voor een nieuwe standaard. Wel weten de Amerikanen de BMW 3-serie in dit opzicht duidelijk af te troeven. Op de optielijst staan zaken als een premium geluidsinstallatie van Bose, verwarmde plus geventileerde voorstoelen en een navigatiefunctie voor het 10,0 inch grote touch screen.

Het infomediasysteem is voorzien van aparte knoppen voor de temperatuurregeling en het radiovolume. Dat komt het bedieningsgemak sterk ten goede. Verder zijn er toetsen op het stuurwiel en wie daar niet voldoende aan heeft, kan de draaiknop op de middenconsole gebruiken om door de menu’s van het infomediasysteem te wandelen. De structuur daarvan is logisch en simpel. De eerste generatie van het zogeheten CUE infomediasysteem was qua bedieningsvriendelijkheid een drama, maar gelukkig hebben Cadillac en General Motors sindsdien veel bijgeleerd.

Tot nu toe is deze test recensie, zoals jij hebt kunnen lezen, best positief en welwillend. Maar er staat nog een flinke olifant in de kamer te wachten: het uiterlijk. Tot aan de B stijl is er weinig mis met het design van de CT5, maar daarna gaat het mis. Cadillac heeft duidelijk niet voor een klassiek ‘three box’ ontwerp willen kiezen, maar de styling oplossing die de General Motors dochter bedacht heeft, is niet echt een verbetering.

Op zich kan een sedan met de schuine achterzijde van een liftback er best vlot uit zien. Dat weten wij van de Tesla Model 3. Maar hoewel de CT5 feitelijk net zo’n carrosserietype heeft, is het koetswerkgedeelte achter de B stijl een chaos. Op de C stijl zit een zwart stuk plastic dat herinneringen oproept aan de 1982 editie van de Opel Rekord en de Toyota Carina uit dezelfde periode. Niet bepaald premium dus. Jammer, want de voorzijde van de CT5 is zoals gezegd best geslaagd en gedistingeerd. Hij kijkt lekker gemeen uit zijn koplampen en dat is voor een sport sedan niet verkeerd.

 

80%
80%
Awesome

Conclusie

De Cadillac CT5-V mag dan een valse start hebben gemaakt in de (Amerikaanse) automedia, hij verdient wel degelijk respect. Ook rijdt hij verrassend appetijtelijk. Laat je dus niet op het verkeerde been zetten door de plompe, mislukte achterzijde. Van de CTS weten wij dat Cadillac de Duitse premium concurrentie een 'run for their money' kan geven als het aankomt op rij plezier. Bij deze CT5-V is dat niet anders. De prijs:prestatie verhouding is in orde, maar toch is deze Amerikaan kansloos in Europa. Niet omdat hij 'slecht' is (dat is hij in geen enkel opzicht), maar omdat de verkoopresultaten van de Kia Stinger GT (of beter: het gebrek daar aan) laten zien dat wij Europeanen onze neus ophalen voor outsiders. Jammer, maar als de toekomstige generatie elektrische Cadillac modellen net zo goed zijn als deze CT5-V, dan zie ik het premium merk van General Motors graag terugkeren naar Europa.

  • 8
  • Beoordelingen door bezoekers (8)
    4.9

Reageren is niet mogelijk.