Minder werkpaard, meer gentleman: test nieuwe Land Rover Defender

0

Is een icoon vervangbaar? Land Rover heeft deze vraag proberen te beantwoorden met de nieuwe Defender. Die is nu ook eindelijk in Nederland gearriveerd. Wij hebben er lang op moeten wachten want het iconische oermodel ging in 2016 noodgedwongen uit productie omdat hij niet meer aan de moderne veiligheidsnormen voldeed. Sindsdien heeft de Defender een Doornroosje slaap gehouden. Maar nu is zij ontwaakt.

Het retro gehalte is veel lager dan bij de Mercedes G klasse; die andere robuuste terreinwagen die onlangs opnieuw werd uitgevonden in de vorm van een groot elektronisch overlevingspakket. Je zou dus kunnen zeggen dat Land Rover meer lef heeft getoond. Toch is de nieuwe Defender overduidelijk verwant aan de terreinwagen uit 1948, maar dan op een moderne manier geïnterpreteerd en zonder een karikatuur van zijn voorganger te worden. Wel zijn er een heleboel knipogen naar het oermodel.

Net als de 21ste eeuw interpretatie van de klassieke Mini is ook de nieuwe Defender een stuk groter geworden. Hij meet in ‘lange’ 110 uitvoering 5.018 x 2.008 x 1.967 mm. De nieuwe Defender is niet alleen flink gegroeid, maar heeft ook andere proporties want het oude model was een stuk smaller zonder noemenswaardig lager te zijn. De was net zo breed als een Opel Corsa, maar had de lengte van een Astra. De wielbasis van de Defender 110 bedraagt nu 3 meter. De kortere 90 uitvoering levert een halve meter en de achterportieren in. Maar voor beide carrosserievarianten geldt dat een bezoek aan een parkeergarage een transpiratie stimulerende activiteit is geworden. Als jij nu zegt: “Ja, maar daar is de Defender niet voor bedoeld”, dan zeg ik: “Okay, maar ook op smalle (Britse) landweggetjes voelt deze Land Rover zich niet langer thuis.

Het voordeel van de toegenomen carrosseriebreedte is wel dat de bestuurder nu veel meer bewegingsvrijheid heeft. Die hoeft nu niet meer zijn ene arm uit het raam te laten bengelen. Ook achterin de geteste 110 uitvoering is er meer dan voldoende ruimte voor zowel het hoofd, de schouders als de knieën. De bagageruimte is minstens 916 liter groot tot kan maximaal 2.233 liter aan koffers aan. De achterdeur opent traditioneel aan de zijkant. Een aan de bovenzijde scharnierende klep zou bij een wagenhoogte van 1,97 meter niet praktisch zijn.

Voorin zit je nog steeds erg hoog, waardoor het zicht rondom goed is. Maar anno 2020 monteert Land Rover wel comfortabele stoelen. Het dashboard is relatief simpel en dat kan een teleurstelling zijn voor een auto die (in 110 uitvoering) meer dan 100.000 kost, maar er zijn hoogwaardige materialen gebruikt en de afwerking is keurig. Ook zijn er leuke designdetails en is de Defender voorzien van het nieuwe, uitstekende multimediasysteem Pivi Pro met aanraakscherm. Dat laat zich eenvoudig bedienen en voor het doorgeven van opdrachten zijn slechts weinig handelingen in het menu nodig. Dankzij ‘Software Over The Air’ technologie (SOTA) kan een update eenvoudig worden uitgevoerd.

Er kon worden gereden met de 4 cilinder 2,0 liter D200 basisdiesel uitvoering van de Defender 110 en met de sterkste benzineversie, de P400 met 3,0 liter 6 cilinder lijn motor en milde hybride techniek. De eerste biedt slechts bescheiden prestaties, hetgeen ook tot uiting komt in de acceleratietijd naar 100 km/u: 10,3 seconden. Natuurlijk kan de vraag worden gesteld hoe belangrijk een rappe sprint voor een terreinwagen is en of je niet gewoon tevreden moet zijn met een topsnelheid van 175 km/u. Maar zeker van zo’n dure auto mag je een zekere krachtreserve verwachten. Die biedt de P400 met dubbel zo veel vermogen (400 pk in plaats van 200 pk) en een maximumkoppel van 550 Nm (in plaats van 430 Nm) wel. De terreinreus valt hiermee in 6,1 seconden naar 100 km/u te jagen. Verder kan de Defender in deze vorm een topsnelheid van 208 km/u bereiken. Maar de natuur, waar de Land Rover op zich een graag geziene gast is, wordt dan wel opgezadeld met 220 gram aan CO2/km, ondanks de aanwezigheid van milde hybride techniek. De D200 uitvoering is met 199 gram evenwel nauwelijks milieuvriendelijker.

Gelukkig volgt binnenkort een stekker hybride variant. Die zal met name interessant zijn voor diegenen die in de P.C. Hooftstraat al winkelend de poseur willen uithangen. Maar de Defender is natuurlijk primair bedoeld om door rivierbeddingen te baden. Dat kan straffeloos door een diepte van 90 centimeter. Scheuren over veld paden gaan hem ook goed af. Daar hoef je niet perse het royalere motorkoppel van de P400 uitvoering voor te hebben, al merk je wel dat die ondanks zijn gewicht van 2,3 ton tot een snelheid van 140 km/u nog moeiteloos versneld. De Defender blijft zelfs in snel genomen bochten lang neutraal tot hij decent naar de buitenkant schuift. Natuurlijk is vierwielaandrijving standaard, inclusief te vergrendelen midden en achter (sper) differentiëlen (midden: mechanisch, achter: elektronisch). Maar je kan ook vertrouwen op de bekende Terrain Response technologie: diens software is ontwikkeld om het beste uit de hardware te halen. Je kiest zelf de gewenste rij modus en activeert desnoods de afdaal hulp. Verder heb je de keuze om de lage gearing van de 8-traps automaat (van ZF) te activeren en kan je zelf de rijhoogte bepalen. Dankzij de standaard luchtvering (een ladder chassis, starre assen en bladveren zijn zó 1948) kan dat een kleine 30 centimeter. Ter illustratie: dat is voldoende om over een rechtopstaande wijnfles te rijden zonder dat die omvalt. Land Rover is niet alleen trots op het moderne onderstel van de nieuwe Defender, maar ook op diens carrosseriestijfheid. Dat is te danken aan een aluminium basisstructuur met stalen hulpframes. De nieuwe Defender is de stijfste in serie geproduceerde auto die Land Rover ooit heeft ontworpen. Zijn wielophanging combineert dubbele driehoeken vóór met een multi-link constructie achter. Verder zijn er adaptieve schokdempers. Daardoor kan hij met de sereniteit van een luchtkussenboot vol beladen met een tempo boven de 130 km/u over onverharde veldweggetjes worden geraasd. De terreinwagen heeft een maximaal laadvermogen van 900 kilo en kan maximaal 3,5 ton trekken. De nieuwe Defender kan hellinghoeken van 38 graden (voor) en 40 graden (achter) aan. Rijdend in ruig terrein zal je merken dat de soevereine Land Rover geen krimp geeft. Er zijn amper concurrenten die obstakels met een groter gemak overwint.

 

70%
70%
Awesome

Conclusie

Dat de nieuwe Defender geen koopje is, werd al zijdelings genoemd. Net als zijn voorganger is het een zeer capabele terreinwagen waarvan zelfs de hardcore fans van het oude model onder de indruk zullen zijn, maar zijn karakter is wel heel anders. Per saldo is dat een goede zaak, want de slimme ondersteltechnologie tilt de Land Rover naar een hoger, beschaafder plan. De nieuwe Defender is duidelijk het visitekaartje geworden van waartoe Land Rover vandaag de dag in staat is. Maar is deze vorm zijn ook de ruwe sensaties weg gevijld. Mensen voor wie terreinrijden het lust en het leven is, zullen meer plezier beleven in een Suzuki Jimny (die meer dan tweederde goedkoper is) of in een Ford Ranger Raptor.

Voor ruim 100.000 euro krijg je een moderne interpretatie van een icoon met superieure terreincapaciteiten en een karakteristiek design. Onder deze verpakking zit, bij de Defender 110 althans, een heleboel interieurruimte, maar door de stevige groeistuip die hij heeft doorgemaakt is de handelbaarheid afgenomen. In het terrein of andersoortige buitengebieden hoeft dat geen issue te zijn, maar iedereen moet wel eens een boodschap doen en soms ontkom je niet aan een bezoek aan een druk tankstation. Dan merk je dat deze Land Rover onhandig groot is.

Per saldo kan ik niet heel enthousiast worden over de nieuwe Defender. Dat komt enerzijds door zijn formaat en prijsstelling (die is met name voor een werkpaard veel te hoog) en anderzijds door de interne concurrentie met de Discovery waarmee hij veel techniek deelt en die vrijwel even duur is. Land Rover wil minimaal 20.000 exemplaren per jaar van de Defender gaan verkopen (het maximale afzetniveau van het oude model), maar zal dat op deze manier lukken? 'Iets' zegt mij dat de Britten er verstandig aan hadden gedaan om niet de Discovery als soort van donormodel te nemen, maar zijn kleinere Sport broertje. Standaard vierwielaandrijving poetst het gevoelsmatige nadeel van een dwars voorin geplaatste motor weg. Land Rover had de Defender in dat geval direct vanaf de verkoopstart kunnen aanbieden met de P300e stekker hybride aandrijflijn (en een CO2 uitstoot van minder dan 50 gram). Om interne concurrentie met de Discovery Sport te voorkomen, hadden de prijzen best bij 75 mille mogen beginnen. Dat is weliswaar 20 mille meer, maar dat had gecompenseerd kunnen worden met bijvoorbeeld standaard luchtvering. Het resultaat was een beter betaalbaar én beter handelbaar vervolg op een legende geweest.

Maar in vergelijking met de Jeep Wrangler (de moderne reïncarnatie van de Willys GP) is de Defender toch helemaal niet zo duur (de Limited 2.2D uitvoering kost 103.340 euro)? Klopt, maar in 2015 kostte de 2.2D versie van het oude model 53.390 euro oftewel afgerond de helft minder en was hij goedkoper dan de oliegestookte Discovery Sport. Moderne techniek heeft natuurlijk zijn prijs, maar zoveel? Ik sluit niet helemaal uit dat de nieuwe Defender ooit bedoeld was voor een lagere plaats op de tariefladder, duidelijk onder de Discovery. Het simpele dashboard lijkt daar ook op te wijzen, maar blijkbaar zijn de ontwikkelingskosten gigantisch uit de hand gelopen (de Britten hebben heel lang aan de opvolger gewerkt) en is Land Rover nu genoodzaakt om hem voor een veel hogere prijs aan te bieden. Dat verklaart echter niet de grotere afmetingen. Waarom zijn die zoveel toegenomen?

Het antwoord op die vraag is vermoedelijk in Noord Amerika te vinden, waar Land Rover een comeback wil maken met de (nieuwe) Defender. Met het oog op de Amerikaanse voorkeuren volstaat een carrosserielengte van minder dan 5 meter blijkbaar niet, noch een breedte onder de 2 meter. Dat is begrijpelijk, maar waarom staarde Land Rover zich blind op deze potentiële doelgroep (waarvan de daadwerkelijke koopbereidheid nog niet bewezen is) en veronachtzaamde zij het feit dat Europese modelfans (inclusief de Engelse koningin) beter bediend zijn met een handzamer formaat Defender? Het gras is in Noord Amerika voor de Britten groener dan in haar eigen achtertuin, maar met een meer dan 5 meter lange en 2 meter brede terreinwagen zouden zij wel eens van een koude kermis thuis kunnen komen. Ook omdat ik mij niet kan voorstellen dat Chinezen en andere Aziaten zitten de springen om zo'n grote Defender.

Ondertussen lacht Ford zich in zijn vuistje. Die zal later dit jaar de Bronco Sport presenteren: een ruig ogende SUV. De techniek is afkomstig van de jongste Kuga dus stekker hybride techniek behoort tot de mogelijkheden. De prijs? Volledig aangekleed vermoedelijk hooguit 50 mille oftewel 5.000 euro minder als de oude Defender moest opbrengen. Daarnaast zit er ook een gewone Bronco in de pijplijn op basis van de nieuwe Ranger pick-up. Die krijgt de eigenschappen van een volwaardige terreinwagen.

  • 7
  • Beoordelingen door bezoekers (16)
    5.6

Reageren is niet mogelijk.