Nieuwe DS 4 komt later dan gepland

0

De introductie van de nieuwe DS 4 heeft vertraging opgelopen. Het marktdebuut is uitgesteld tot in de tweede helft van 2021.

Oorzaak is de late beslissing van moederconcern PSA om de productie in Duitsland bij Opel te laten plaatsvinden. Daardoor kan de nieuwe DS 4 niet, zoals oorspronkelijk gepland was, al dit najaar worden gelanceerd, maar zal hij pas in de tweede helft van 2021 op de markt worden gebracht.

Het is het tweede DS model na de grote 9 dat voor wat betreft de marktintroductie achterop schema ligt. Maar dit keer gaat het om een veel belangrijker model voor Europa: de compacte DS 4 markeert namelijk de terugkeer van het premium merk in het C segment zou markeren. Nu de verkoopstart is uitgesteld tot de tweede helft van 2021, is ook het tijdstip waarop het model zal worden onthuld verschoven van komend najaar naar begin 2021.

De dubbele vertraging heeft niets te maken met de annulering van de autosalon van Parijs noch met het corona virus. Het is namelijk het gevolg van de beslissing om de productie van de toekomstige DS 4 over te dragen aan de Duitse Opel fabriek in Rüsselsheim. Daar zal hij naast de volgende generatie Astra van de band gaan rollen. Aanvankelijk was de Franse site in Sochaux geselecteerd voor de nieuwe DS 4.

Dat PSA deze keuze erg laat heeft gemaakt, komt grotendeels door politieke redenen. Het historische bolwerk van Peugeot kan, door het uitbesteden van de productie van de DS 4 aan Opel, nu eenvoudiger worden gemoderniseerd om sneller plaats te bieden aan een nieuwe evolutie van het EMP2 platform. Die is bestemd voor de toekomstige 3008 die in 2023 op de markt komt en die dan ook in een 100 procent elektrische variant te koop zal zijn. Peugeot heeft die uitvoering hard nodig in de concurrentiestrijd met de volgend jaar te introduceren nieuwe C segment emissievrije cross-over van Renault.

Een volledig elektrische aandrijflijn is onmogelijk bij de huidige versie van het EMP2 platform. Die zal echter nog steeds gebruikt worden door de tweede generatie DS 4. Dit betekent dat dit model alleen leverbaar wordt met verbrandingsmotoren, al dan niet met elektrische assistentie. Het alternatief om de DS 4 in Sochaux te gaan bouwen en de nieuwe Peugeot 3008 in Rüsselsheim (waardoor geen introductievertraging zou zijn ontstaan), was echter geen optie omdat president Emmanuel Macron van de Franse autofabrikanten geëist heeft dat zij de productie van volledig elektrische modellen in eigen land concentreren. Pas nadat deze garantie werd gegeven, kwam de staatsman met zijn financiële herstelplan voor de autosector over de brug.

Bij DS is men niet blij met de gang van zaken. Het premium merk krijgt op termijn weliswaar ook een C/D segment elektrische cross-over (een productieversie van de Aero Sport Lounge conceptstudie), maar doordat de 4 nu later op de markt komt dan gepland, is zijn showroom debuut heel dicht bij die van de toekomstige Peugeot 308 komen te liggen. Daar zal het doek ook in 2021 van af worden gehaald. DS had liever een grotere verkoopvoorsprong gehad, want als premium merk kan zij minder scherpe prijzen hanteren dan zijn neef die zich als generalist positioneert. Nu is er een groter gevaar van kannibalisatie van de verkopen, want Peugeot zal zeker alles uit de kast halen om de nieuwe 308 te kunnen presenteren als de modernste C segment middenklasser op de markt. Daarnaast is het de vraag of chauvinistische Fransen de DS 4 überhaupt nog wel zien zitten als zij weten dat die door Duitsers gebouwd wordt.

De Opel fabriek in Rüsselsheim produceert nu alleen de Insignia. De nieuwe DS 4 is dus meer dan welkom. Opel zal in Rüsselsheim ook de nieuwe Astra gaan bouwen. Door de combinatie van de productie van 2 technisch grotendeels identieke modellen, kan de efficiëntiegraad in de fabriek worden verhoogd, en daarmee de winstgevendheid. PSA topman Carlos Tavares spaart op deze manier ook de geit en de kool, want anders was hij in aanvaring gekomen met de Duitse vakbonden. Die reageerden eerder al met knarsende tanden op de beslissing om de opdracht voor de ontwikkeling van een nieuwe generatie grote bedrijfswagens (Jumper, Boxer, Movano) van de PSA Groep, die eerder aan Opel was gegund, daar weer weg te halen en neer te leggen bij de aanstaande huwelijkspartner Fiat. Bij de overname van het Duitse automerk zegde Carlos Tavares in 2018 toe aan de machtige vakbond IG Metall dat hij de werkgelegenheid in de Opel fabrieken tot 2023 zou garanderen. Dat lukt alleen als daar ook de DS 4 gebouwd gaat worden.

Reageren is niet mogelijk.