Opel overweegt gedeeltelijke verkoop hoofdfabriek

0

Opel wil delen van haar fabriekspand op de hoofdlocatie in Rüsselsheim verkopen. De Duitse autofabrikant heeft geld nodig en de productiefaciliteit is sowieso te groot.

Daarom wil Opel afscheid nemen van grote delen van zijn fabrieksterrein in Rüsselsheim als onderdeel van een algehele herstructurering. Het plan is om het parkeerterrein, een groter gebied aan de rivier Main en het Adam Opel Haus te verkopen. Daarmee denkt Opel haar ruimtegebruik op de locatie Rüsselsheim te kunnen optimaliseren. De fabriek is momenteel onevenredig groot, ook in vergelijking met productielocaties van de concurrentie. Het doel is om het bedrijfsterrein te comprimeren en delen die niet langer nodig zijn te verkopen.

Eerder werden delen van het fabriekspand, een enorm complex, verkocht aan de Franse R&D dienstverlener Segula en aan meubelgigant Ikea voor een vestiging van haar woonwarenhuis. Momenteel vinden er gesprekken plaats met de stad Rüsselsheim. Concrete beslissingen zijn nog niet genomen. Opel zelf heeft eerder aangekondigd dat de productie van bepaalde aandrijfcomponenten en andere onderdelen volgend jaar uit Rűsselsheim wordt weggehaald. Eerder werd daar al de fabricage van de Zafira beëindigd. De fabriek mag wel de nieuwe Astra gaan bouwen.

In Rüsselsheim legde Adam Opel meer dan 150 jaar geleden de basis legde voor zijn fabriek. Aanvankelijk werden hier vooral fietsen en naaimachines gebouwd,  maar vanaf de eeuwwisseling ook auto’s. Op het hoogtepunt liepen hier alle exemplaren van de Rekord, Commodore, Kapitän, Admiral en Diplomat van de band, maar die modellen zijn allemaal verdwenen en hebben, nadat de Omega, Monza en Senator hun laatste adem hadden uitgeblazen geen opvolger gekregen. Momenteel loopt in Rüsselsheim alleen de Insignia van de band; een model dat moeite heeft om zijn hoofd in het D segment boven water te houden. Daardoor is de fabriek veel te groot geworden voor Opel, ook als de Duitsers vanaf volgend jaar er de nieuwe DS 4 en DS 4 Crossback mogen gaan bouwen.

“Ons hoofdcomplex is in verhouding tot dat van andere autofabrikanten buitenproportioneel groot. 3 jaar geleden was ons areaal hier groter dan het hele vorstendom Monaco’’, aldus een woordvoerder van Opel. De autofabrikant is na de overname door de Franse PSA Groep in 2017 grondig gereorganiseerd en diverse bedrijfsonderdelen zijn afgestoten. Een flink deel van de overhead-taken wordt nu uitgevoerd door het moederbedrijf. Daarnaast is de hele R&D afdeling inclusief alle werknemers aldaar zoals gezegd verkocht aan Segula, dat in dit kader een deel van het complex in Rüsselsheim heeft overgenomen.

Opel kampt meer dan de concurrentie met sterk gedaalde verkopen, met name in eigen land. Het is decennia geleden dat het merk nog een bedreiging vormde voor het marktleiderschap van Volkswagen. Die speler op de Duitse automarkt was vorige maand goed voor 18,5 procent van de verkopen. Opel bleef in juli steken op slechts 11.746 registraties waarmee het minder populair was dan de importmerken Skoda, Renault en Seat. Het lijkt een kwestie van tijd te zijn totdat de fabrikant van auto’s het het bliksemschicht logo in de verkoopstatistieken ook wordt ingehaald door Hyundai.

Volgens de woordvoerder wil Opel “op alle locaties een duurzame en efficiënte bedrijfsexploitatie realiseren”. Dit betekent het optimaliseren van het gebruik van de beschikbare ruimten. Wat Opel niet meer nodig heeft, gaat daarom in de verkoop. De autofabrikant is over mogelijke nieuwe bestemmingen zoals gezegd in gesprek met de gemeente Rüsselsheim. “Tot nu toe is er nog niets besloten”, benadrukt de woordvoerder. Ondertussen wordt vorig gehoopt dat de verkopen weer gaan aantrekken. Alle blikken zijn daarbij gericht op de nieuwe Mokka. Maar die zal niet in Rüsselsheim noch in een andere Opel fabriek gebouwd gaan worden, maar door moederbedrijf PSA in Frankrijk.

Reageren is niet mogelijk.