Gevaarlijk: Europese auto is steeds vaker ‘Made in China’

0

De in China geproduceerde Europese auto is sinds enkele jaren bezig met een opmars. De Volvo S90 beet in 2016 de spits af en sindsdien neemt het aantal gestaag toe. Ook dit jaar zullen er verschillende nieuwe modellen gelanceerd worden wiens wieg in China staat. Niet iedereen is blij met die ontwikkeling.

Voorbeelden van modellen met een ‘Europees imago’ die dit jaar op de markt komen en vanuit China worden aangevoerd, zijn de BMW iX3, de toekomstige Citroën C5, de Dacia Spring en de DS 9. Dat de iX3 als elektrische SUV alleen in het Aziatische land gebouwd wordt, is tot op zekere hoogte begrijpelijk. China is immers de grootste afzetmarkt voor emissievrije auto’s. Vanuit dat perspectief valt ook de productie aldaar van de Dacia Spring te billijken. De DS 9 beschikt weliswaar niet over een volledig elektrische aandrijflijn, maar er zijn vandaag de dag nog maar weinig Europeanen die zijn carrosserievorm (een sedan) doen smaken. Chinezen lusten er daarentegen nog steeds pap van.

Maar de beslissing van Citroën om zijn nieuwe generatie C5 in China te gaan produceren is veel meer voer voor discussie. De carrosserievorm (een mix van een 5-deurs liftback en een stationwagen) zal eerder Europeanen dan Chinezen aanspreken. En dat geldt misschien ook wel voor de aandrijving: een volledig elektrische versie is niet gepland. De C5 zal wel leverbaar worden in stekker hybride vorm, en daarmee verschilt hij niet van andere middenklassers van de PSA Groep die wél in Europa worden gebouwd. De beslissing om de Citroën door Chinese handen te laten produceren, lijkt dan ook primair door boekhouders genomen te zijn. Het verkleint bovendien het verkooppotentieel in met name Frankrijk sterk, waar veel autoconsumenten uit chauvinistische overwegingen een model van nationale bodem prefereren.

Maar goed, verzachtende omstandigheid is natuurlijk dat Citroën niet het eerste Europese automerk is dat er voor kiest om bepaalde voertuigen in Azië te laten assembleren en ook niet de laatste zal zijn. China is het nieuwe eldorado voor autofabrikanten.Het is ‘s werelds grootste automarkt. In 2020 werden volgens de China Association of Automobile Manufacturers (CAAM) meer dan 25 miljoen nieuwe voertuigen verkocht.Geen wonder dat veel Europese fabrikanten beginnen met het ontwikkelen van specifieke modellen, aangepast aan de lokale markt.Dit is met name het geval bij Volkswagen, die een hele reeks SUV’s op de markt heeft gebracht die niet beschikbaar zijn in Europa maar voorbehouden zijn aan lokale klanten.Maar wat China voor Europese fabrikanten ook interessant maakt, zijn de lagere productiekosten.

Zo is in de afgelopen jaren de productie van sommige modellen naar China verhuisd. Dat is straks het geval voor de auto’s van Smart. In de eigen fabriek in Hambach (aan de Moezel) ontstaat daardoor plaats voor de bouw van de rustieke terreinwagen van Ineos, de Grenadier. Smart, Frans sinds de oprichting in 1998, wordt daarmee Chinees in 2022. Dan zullen in Hangzhou (200 km van Sjanghai) de auto’s van het merk van de band rollen. Ook grote middenklassers van PSA worden steeds meer ‘made in China’. Niet alleen bovengenoemde nieuwe Citroën C5, maar ook de DS 9. De rede ? Het grotere verkooppotentieel in China, waar de afzetmarkt voor (grote) middenklassers die niet in de SUV categorie vallen dynamischer is dan in Europa. Aanvankelijk was PSA van plan om de toekomstige Citroën C5, die in april gepresenteerd zal worden, in de historische Citroën fabriek van Rennes-La Janais (Ille-et-Vilaine) te bouwen, maar de boekhouders beslisten anders: hij zal worden geproduceerd in China en vervolgens worden geëxporteerd naar Europa. De DS 9 zou volgens de originele planning eveneens in Frankrijk het levenslicht zien, maar dat is inmiddels eveneens het Aziatische land geworden geproduceerd.De premium sedan zal nu in Shenzhen van de band rollen, in de provincie Guangdong.Die stad ligt een paar kilometer van Hong Kong en Macao.

Een bijzondere positie neemt Polestar in. De productie van auto’s van dit merk zijn een exclusief Chinese aangelegenheid. Voor modellen die een sterk Volvo karakter hebben, lijkt dat geen vanzelfsprekendheid te zijn, tot je beseft dat beide automerken onder de Chinese vlag van Geely vallen. Afgezien van de S90 worden de overige modellen van Volvo (ook) buiten China geproduceerd. Dat geldt niet voor de toekomstige XC20, die op hetzelfde platform voor compacte elektrische auto’s gebaseerd zal worden als de SUV van Smart. Logisch, want dit stadsautomerk is tegenwoordig voor de helft eigendom van Geely. De meest directe concurrent van de Polestar 2, de Tesla Model 3, loopt sinds vorig jaar trouwens ook in China van de band. En een deel van de productie wordt naar Europa gestuurd.

Feit is dat de productiekosten in China lager zijn dan die in Europa. Dat kan er voor zorgen dat een businesscase in Europa voor met name kleinere, goedkopere modellen niet rond te maken valt, maar in het Aziatische land wel. Bovengenoemde Volvo XC20 is daar een voorbeeld van, maar ook de toekomstige ID.1 en ID.2 van Volkswagen, met in hun kielzog de derivaten van Audi, Seat en Skoda. Al met al verdwijnt er een flink deel van de autoproductie richting China. Dat betekent meer (economische) macht voor een land dat het niet zo nauw neemt met de mensenrechten en er ronduit maffiapraktijken op na houdt als het gaat om het plotseling laten verdwijnen van burgers, of vol rancune andere landen onder druk zet. Soms met maatregelen die volgens onze Westerse maatstaven ‘onder de gordel’ zijn.

Dienen Europese automerken daarom geen auto’s in China te laten bouwen? Misschien. Maar het is de vraag of je zoiets van een aan de beurs genoteerd bedrijf kan verwachten. Een commerciële onderneming heeft andere doelstellingen, waaronder winstmaximalisatie en zo lang dat niet met wantoestanden gepaard gaat, vaart de vrije markt daar wel bij. Ligt er dan een rol voor de overheid die de productie van auto’s door Europese automerken moet verbieden? Nee. Canada en Australië hebben vorig jaar ondervonden als zij (op het punt staan om) beleid (te) ontwikkelen dat China onwelgevallig is. De reactie vanuit Peking is dan ronduit beschamend en weerzinwekkend. Landen die lastig zijn, worden door China bestraft, zo leert de praktijk. Dus er schuilt een risico in als wij onze regering vragen om Peking tegen de haren in te strijken.

Maar dit betekent niet dat er geen andere mogelijkheden zijn om China een lesje te leren. Wij moeten dat doen! Op micro / individueel niveau zal China, dat geen democratie is à la Japan of Zuid Korea maar een dictatuur, met zijn torn ons nooit kunnen raken. Dus koop geen in China geproduceerde auto! Het is in ons het belang van ons eigen welzijn om de macht van dit Aziatische land zo klein mogelijk te houden. Daarvoor moeten wij niet naar de overheid (of het bedrijfsleven) kijken. De samenleving maken wij samen. Burgers, bedrijven en overheid. Ieder heeft daarbij zijn eigen taak. Overheid noch bedrijven beschikken over het ultieme middel om China een toontje lager te laten zingen, want dat zal worden afgestraft met gedrag dat nog het beste te vergelijken is met dat van nazi Duitsland. Maar wij, burgers oftewel consumenten kunnen onder de radar van Peking wel in verzet komen. Namelijk door geen in China geproduceerde auto’s te kopen. Doen wij dat, dan raken wij Peking waar het pijn doet. En zal bijvoorbeeld de nieuwe C5 weer gebouwd gaan worden in het land waar Citroën zijn oorsprong heeft: Frankrijk.

Reageren is niet mogelijk.