De Belgische fabriek van Volvo moet het werk opnieuw tijdelijk stilleggen. Er zijn namelijk te weinig computerchips om de productie te laten draaien.
Door het wereldwijde tekort aan halfgeleiders voert Volvo in Gent eind deze week opnieuw een tijdelijke productiestop in. Hoelang de onderbreking zal duren, is niet bekend. De fabriek van Volvo in Gent, die met 6.500 personeelsleden de grootste industriële werkgever van Oost-Vlaanderen is, kampt sinds de kerstperiode met onzekerheid over de leveringen. In februari stond de lopende band 2 maal stil omdat er onvoldoende halfgeleiders beschikbaar waren. Eind deze maand gebeurt dat opnieuw.

“Door het algemene mondiale tekort aan halfgeleiders lassen wij eind deze maand een productiestop in”, zo laat woordvoerster Barbara Blomme weten. Die zal “een aantal shifts” omvatten, al wil de persvrouw zich niet laten vastpinnen op een bepaalde duur.
Met de aanhoudende lockdown en het langdurige thuiswerken is de vraag naar chips voor computers en spelconsoles fors toegenomen. Aanvankelijk kon daarmee de gedaalde autoverkopen worden gecompenseerd, maar de auto-industrie zag eind vorig jaar de vraag onverwacht snel weer aantrekken. Zij, maar ook de toeleveranciers van computerchips werden daardoor verrast, met als gevolg een wereldwijd tekort. Moderne hoogtechnologische auto’s hebben in bijna 100 onderdelen chips zitten. Het gebrek aan dit onderdeel maakt het onmogelijk om een auto af te werken.
Meerdere autofabrieken kampen daardoor met leveringsproblemen. In het geval van Volvo kan dit betekenen dat de productie van de nieuwe C40 in Gent pas later opgestart kan worden dan gepland.
