Oud Nissan topman Carlos Ghosn krijgt het deksel op de neus bij een door hemzelf aangespannen rechtszaak tegen zijn voormalige werkgever. De rechtbank Amsterdam heeft een dikke streep gezet door de geëiste vergoeding van 10 miljoen euro voor ontslag, reputatieschade en achterstallig salaris, omdat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst. De rechter veroordeelde Ghosn bovendien tot het terugbetalen aan het bedrijf van onterecht ontvangen loon na zijn ontslag in 2018, oftewel bijna 5 miljoen euro.
Ghosn was jarenlang de gevierde topman van de Japanse autobouwer Nissan – Mitsubishi, die een alliantie had met de Franse autoreus Renault. In 2019 werd hij door de Japanners ontslagen. Hij werd beschuldigd van malversaties voor tientallen miljoenen euro, onder meer ten koste van de in Nederland gevestigde joint venture Nissan – Mitsubishi (NMBV). Volgens de Renault – Nissan – Mitsubishi alliantie heeft Ghosn zichzelf voor zo’n 80 miljoen euro verrijkt over de rug van de 3 bedrijven. Hij wordt door de Japanse autoriteiten verdacht van financiële malversaties, waaronder valse verklaringen over zijn salaris en privégebruik van bedrijfsgelden.
Volgens Ghosn (foto) is hij slachtoffer van een politiek complot in Japan van Nissan en justitie en dreigde in Japan een oneerlijk proces. In afwachting van de rechtszaak kreeg hij huisarrest, maar hij wist in oktober 2019 op spectaculaire wijze te ontsnappen. Hij omzeilde de bewaking bij zijn huis en vloog met een privévliegtuig naar Istanbul, waarbij hij zich zou hebben verstopt in een kist voor geluidsapparatuur. Vanuit Turkije vloog hij naar Libanon, dat geen uitleveringsverdrag met Japan heeft. Ghosn is van origine een Libanees, maar heeft ook de Franse en Braziliaanse nationaliteit.
Volgens Ghosn werkte hij voor NMBV en was hij regelmatig in Amsterdam voor overleg. Hij zou ook het mandaat hebben gehad om zich te laten belonen voor zijn werkzaamheden. De rechter oordeelde echter dat uit de stukken niets blijkt van een arbeidsovereenkomst tussen NMBV en Ghosn en dat hij ook niet bevoegd is om met zichzelf een arbeidsovereenkomst te sluiten.
Ghosn was sinds 1 juli 2012 wel in dienst van Nissan International Holding B.V. Aan deze arbeidsovereenkomst is per 1 april 2018 een einde gekomen, zo oordeelt de rechtbank. Ook deze vennootschap is daarom aan de oud-bestuurder geen vergoeding schuldig. Betaald loon over april 2018 moet door hem worden terugbetaald.
In een interview zei Ghosn onlangs dat hij de zaak in Amsterdam had aangespannen omdat hij een “geloofwaardige, onafhankelijke rechter op neutraal terrein” wilde. Bij het Japanse Openbaar Ministerie “draait die zaak niet om rechtvaardigheid. Dat is een politieke zaak: het Openbaar Ministerie mag niet verliezen”. Er lopen wereldwijd tientallen rechtszaken rond Ghosn. Hij verklaarde eerder Japan te hebben verlaten omdat hij daar geen kans had om zich fatsoenlijk te verdedigen tegen de aanklachten. Ghosn ontkent iets fout te hebben gedaan. Volgens hem spande de Japanse justitie samen met hoge krachten binnen Nissan om hem ten val te brengen.

