De Renault 5 wordt volgend jaar 50. De sympathiek ogende 3-deurs hatchback debuteerde in 1972 met techniek van zijn broers 4 en 6. In 1984 werd de opvolger gelanceerd, dit keer op basis van een ingekort platform van de 9 en 11. Die editie werd zijn leven lang overschaduwd door de Peugeot 205. In 1990 werd de Renault 5 daarom afgelost door de Clio. Maar in 2024 maakt hij een comeback in elektrische vorm. Het prototype van die nieuwe Renault 5 is in München te zien aan de zijde van het origineel.
De nieuwe 5 zal binnen het Renault gamma de plaats innemen van de Zoé. Het wordt dus een relatief betaalbare elektrische auto. Met zijn schappelijke prijsstelling kan hij in Europa een steentje bij gaan dragen aan de omarming van emissievrij vervoer door het grote publiek, zo is de gedachte. Overigens werkt Renault ook aan een elektrische reïncarnatie van de 4. Die wordt nog wat goedkoper en krijgt een meer utilitair karakter. Voor de nieuwe Renault 5 zal worden vastgehouden aan het tijdloze design van het origineel. Ondanks elektrische aandrijving behoudt hij dus zijn ludieke en speelse karakter. Dat komt met name goed tot zijn recht met de gele carrosseriekleur waarin de conceptversie op de IAA in München is te zien.

Het designteam van Gilles Vidal liet zich voor de nieuwe Renault 5 dus inspireren door het originele model. Daarvan zijn in München 4 exemplaren tentoongesteld: een oranje TL versie, een zwarte Le Car Van, een blauwe Electrique (die in de jaren zeventig niet verder kwam dan het prototype stadium) en een TX in champagnekleur. In vergelijking met dit kwartet valt vooral de koetswerkbreedte van de nieuwe editie op. Dat geeft de nieuwe Renault 5 van nature een sportieve en krachtige (gespierde) uitstraling. Qua carrosserieverhoudingen heeft hij namelijk wat weg van de Clio V6.
Renault is in München ook present met de nieuwe Mégane E-Tech Electric (het ligt voor de hand dat de productieversie van de nieuwe 5 ook de extra typeaanduiding ‘E-Tech Electric’ krijgt). De Franse autoproducent zet dus stevig in op elektrische modellen, maar dit betekent niet dat de dagen van de (stekker) hybride versies wat haar betreft nu al geteld zijn. Renault heeft zwaar geïnvesteerd in de E-Tech aandrijflijn van de Clio, Captur, Mégane Estate en Dacia Jogger. Dergelijke modellen willen de Fransen ook na 2035 in Europa aan de man kunnen brengen, maar dan gaat officieel het verkoopverbod op nieuwe auto’s met een verbrandingsmotor in. Renault zou graag zien dat deze maatregel wordt uitgesteld tot 2040.

Volgens technisch directeur Gilles Leborgne (foto) is dat vooral nodig om de modellen van Dacia betaalbaar te houden. In een toelichting op zijn standpunt zegt hij: “Ik ben niet tegen elektrificatie, maar wij pleiten voor uitstel omdat wij moeten zorgen voor onze mensen en de vrijheid van mobiliteit. Dat is het punt”. Volgens Leborgne leidt het voorstel van de Europese Commissie in eerste instantie namelijk tot veel duurdere auto’s, iets wat met name voor Dacia grote gevolgen heeft. Renault wil haar gamma in 2030 voor 90 procent uit elektrische modellen laten bestaan. Alpine heeft de kaap dan al volledig genomen. Maar voor Dacia vindt Leborgne een geleidelijkere overgang wenselijk: “Wij werken enorm hard om de prijs van elektrische auto’s te drukken, maar vandaag de dag kan niemand ontkennen dat de aanschafkosten hoger zijn”. Daarom wachten wij bij Dacia met overstappen tot het absoluut noodzakelijk is”.
Of de wens van Renault ingewilligd gaat worden door de Europese Commissie, zal moeten blijken. Die lijkt zich nogal rigide op te stellen. Maar het plan van de Europese Commissie om de verkoop van auto’s met een verbrandingsmotor vanaf 2035 te verbieden, moet nog steun krijgen van de lidstaten en het Europees Parlement. Daar lijkt Leborgne nu zijn pijlen op te richten.

