De Europese Commissie wil vanaf 2035 de verkoop van auto’s met een verbrandingsmotor verbieden. Dit plan is onderdeel van de zogeheten ‘green deal’ moet nog worden goedgekeurd door het Europese Parlement en moet er toe leiden dat nieuwe personenwagens straks helemaal geen CO2 meer uitstoten. Overigens dient de emissie tussen 2021 en 2030 al met 55 procent te dalen.
Het klimaat zal daar sterk van kunnen profiteren (mits de stroomopwekking ‘groen’ is natuurlijk, wat nu nog niet het geval is want in Duitsland vindt 55 procent van de elektriciteitsproductie plaats met steenkool), maar niet alle landen reageren even enthousiast op de voorstellen van de Europese Commissie. Italië probeerde eerder al vruchteloos een uitzondering te krijgen voor haar fabrikanten van exclusieve sportwagens zoals Ferrari en Lamborghini. Ook Tsjechië keert zich nu tegen een verkoopverbod voor benzine- en dieselauto’s. De omstreden centrumrechtse premier van het land, Andrej Babiš, windt er geen doekjes om: “Het is niet mogelijk. We gaan niet aan onze auto-industrie opleggen wat groene fanatiekelingen in het Europese parlement hebben verzonnen”, zei hij in een interview.
In de tweede helft van 2022 wordt Tsjechië voor 6 maanden voorzitter van de Europese Unie en het land wil dan nog eens grondig naar dat verkoopverbod kijken. Babiš zegt niks tegen de uitbouw van een elektrische infrastructuur te hebben, maar wil de productie van elektrische auto’s en de aanleg van laadinfrastructuur niet subsidiëren. Dit standpunt van Tsjechië is ingegeven door economische bezorgdheid. Momenteel hebben onder meer Skoda, Toyota en Hyundai fabrieken in het 10 miljoen inwoners tellende land in Midden Europa. De autosector (die 9 procent van het BBP en 26 procent van de nationale industrie vertegenwoordigt) is aldaar een grote werkgever en de regering pompte grote bedragen geld in het aantrekken van investeringen.
Nu lijkt het rendement daarvan onder druk te staan. Bovendien zijn voor de productie van elektrische personenwagens heel wat minder werknemers nodig. “Wij zullen niet instemmen met een verbod op de verkoop van auto’s die rijden op fossiele brandstoffen”, aldus de Tsjechisch premier. Of het Babiš zal lukken om het voorgestelde verbod van tafel te krijgen is twijfelachtig, maar hij kan invoering wel traineren met zijn voorstel om het plan nog eens nader te bestuderen. Ook zal hij om aanpassingen kunnen vragen, waaronder een latere datum waarop de verkoop ban van kracht moet worden. Daarmee kan Babiš zich in eigen land, waar in de tweede helft van volgend jaar belangrijke verkiezingen zijn, als held presenteren.
