Mercedes wil een nieuw type microchips gaan gebruiken om de halfgeleidercrisis het hoofd te bieden. Die zijn krachtiger, maar ook een stuk duurder.
In Stuttgart verwacht men dat de leveringsproblemen met halfgeleiders tot eind 2022/begin 2023 zullen duren. Pas daarna zullen autofabrikanten in staat zijn om de achterstanden in de productie die sinds dit jaar optreden weg te werken. Er is dus nog een lange weg te gaan.
Zoveel geduld heeft Ola Källenius, de CEO van Mercedes, niet. Hij heeft de hulp van partner Nvidia, dat gespecialiseerd is in de productie van elektronische onderdelen, ingeroepen. Samen ontwikkelen zij reeds geavanceerde microprocessoren voor autonoom rijden. Dat zijn extra krachtige chips met meer capaciteit die ook voor andere toepassingen gebruikt kunnen worden. Källenius wil daarmee de voorraadproblemen bij de traditionele halfgeleiders gaan oplossen.
De microprocessoren van het Amerikaanse Nvidia zijn weliswaar een stuk duurder, maar zijn ook sneller beschikbaar. Zodoende ziet Mercedes er een oplossing in voor de steeds langere leveringstermijnen. Ook het feit dat momenteel lang niet alle opties geleverd kunnen worden, kan met de duurdere microprocessoren worden verholpen. Mercedes levert momenteel incomplete modellen voor een gereduceerde prijs, maar niet elke klant is daar blij mee.
Voor Mercedes is het ook een nieuwe strategie om minder van Azië afhankelijk te zijn. De bedoeling is om samen met Nvidia specifieke chips te ontwikkelen en vervolgens te gaan produceren die meerdere taken aankunnen en die speciaal zijn bedoeld om te worden gebruikt in de jongste generatie auto’s. Andere Europese autofabrikanten zullen deze oplossing waarschijnlijk overnemen om hun afhankelijkheid van in Azië gebouwde onderdelen te verminderen om zich toch te verzekeren van een stabiele levering in elektronische chips.
