Volkswagen kondigde afgelopen juli het einde van de Noord Amerikaanse Passat productie aan. De laatste modellen rolden in december van de assemblagelijn in Chattanooga.
In totaal heeft de fabriek in Chattanooga sinds de start van de productie in 2011 meer dan 800.000 exemplaren van de Passat gebouwd. De Passat en de Chattanooga fabriek zijn nauw met elkaar verbonden, want het was niet alleen het begin van de Amerikaanse Passat productie, maar het was ook een blijk van waardering voor het verkooppotentieel van de Verenigde Staten die een volledig uniek Passat model kregen. Die was aanzienlijk groter dan zijn Europese naamgenoot en het werd tegelijkertijd betaalbaarder gemaakt.
Hoewel Amerikaanse autorecensenten lauwtjes reageerden op de Passat, resoneerde het model in ieder geval een tijdje bij de consument. In 2011, het laatste jaar van de Passat verkoop in Europese stijl in de Verenigde Staten, verkocht Volkswagen er slechts 22.835 van. Het jaar daarop, met de introductie van de Amerikaanse Passat, vonden 125.212 exemplaren een klant. Dat was echter meteen ook het beste verkoopjaar voor de Amerikaanse Passat, aangezien de afzet daarna bijna elk jaar daalde, met uitzondering van een lichte stijging in 2020, wat vermoedelijk een gevolg was van de facelift. Maar in het laatste jaar was het weer sappelen en verkocht Volkswagen niet meer dan 24.398 exemplaren van de Passat in de Verenigde Staten.
Het is een beetje triest om te zien dat de ene na de andere sedan de markt verlaat, maar niemand kan beweren dat de Amerikaanse Passat een automobiel hoogtepunt was. Hij was niet slecht, maar ook niet bijzonder competitief. Het feit dat Volkswagen tot december doormodderde met een uit 2012 stammend ontwerp, deed de verkopen (ondanks de facelift eind 2019) ook geen goed. Die bijgepunte editie bood een mooi opgeknapt interieur en was onverminderd enorm ruim. Het was ook een solide cruiser. De concurrentie kon echter ook cruisen, en deed dat zonder dat dit ten kosten ging van de rijeigenschappen. De concurrentie bood doorgaans ook modernere interieurs. De Passat GT van 2018 was een uitzondering. Die bood weliswaar niet meer vermogen dan de gewone Passat met VR6 motor, maar wel een sportievere ophanging en een zoet klinkende uitlaat. Die kenmerken maakten hem tot een verrassend plezierige sedan. Maar kort na de lancering werd de verkoop van die uitvoering alweer stopgezet.
De Europese Passat wordt inmiddels (ook) niet meer als sedan gebouwd, maar uitsluitend nog als Variant. De productiecapaciteit in Chattanooga zal worden gevuld door de ID.4. Deze elektrische cross-over voegt zich bij de Volkswagen Atlas, een soort Tiguan XXL, die ook in de fabriek wordt gebouwd.
