Het chiptekort heeft Europa met de neus op de feiten gedrukt: wij zijn te afhankelijk van andere continenten. Die urgentie komt ook naar voren in een wetsvoorstel van de Europese Commissie. Met de ‘Chips Act’ wil die miljarden euro’s vrijmaken. Niet alleen voor investeringen en onderzoek, maar ook voor nieuwe fabrieken.
In totaal gaat het om 43 miljard euro (publiek en privaat geld). Daarvan is 11 miljard euro bedoeld voor de ontwikkeling van nieuwe technologieën, zoals onderzoek en het opzetten van testprojecten. Daarnaast wil de Commissie graag extra productiecapaciteit in Europa hebben. Dat kan komen van bedrijven die hier al zitten of van een van ’s werelds grootste chipproducenten: Intel, Samsung of TSMC. Over de financiering bestaat wel twijfel. Mogelijk ontstaat er een strijd over wie de portemonnee moet trekken. Maar de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, noemt het wetsvoorstel een “game changer” voor de positie die Europa op de wereldwijde chipmarkt heeft. “Op korte termijn maakt het ons weerbaarder tegen toekomstige crises en op de middellange termijn helpt het om van Europa een industrieleider te maken”.
Dat het de Commissie menens is, blijkt niet alleen uit het hoge geldbedrag, maar ook uit het feit dat er een stevige stip op de horizon is gezet. In 2030, over 8 jaar dus, moet Europa goed zijn voor 20 procent van de wereldwijde chipomzet. Dat is meer dan een verdubbeling van het huidige marktaandeel. De vraag is wel hoe haalbaar dat doel is. In een notitie schrijft chipmachinemaker ASML dat de verwachting is dat de wereldwijde chipsector over 8 jaar goed is voor 1.000 miljard dollar. Als de Europese Unie dan een vijfde van de markt in handen wil hebben, betekent dat een totale investering van zo’n 264 miljard dollar. Dat is ruim 5 keer zoveel als het bedrag dat nu op tafel ligt.
ASML, dat wordt gezien als het kroonjuweel van de Europese chipindustrie en essentieel voor de ambities, schreef de notitie op verzoek van de Europese Commissie. Het bedrijf steunt de doelen van de wetgeving volledig. Ook chipmaker NXP is heel positief. De industrie krijgt immers stevige erkenning met deze plannen. Bram Nauta, hoogleraar chipontwerp aan de TU Twente, verwacht dat de hoeveelheid geld die beschikbaar komt er voor zorgt dat er meer zal worden gekeken naar technologieën waar nu bijvoorbeeld Taiwan in vooroploopt. “Als Europese Unie moeten wij ons gaan richten op wat over een paar jaar de nieuwste technologie is. Dat betekent een paar stappen overslaan, maar als wij dat niet doen, liggen wij eruit”.
De ‘Chips Act’ is een belangrijk mijlpaal, zegt Jan Frederik Slijkerman, analist bij ING. “Die 43 miljard komt in de buurt van wat de Verenigde Staten wil doen. Als we hiermee 2 fabrieken naar Europa kunnen halen, is dat al een hele stap voorwaarts”. De 2 meest waarschijnlijke kandidaten om zo’n fabriek te bouwen, zijn Intel en TSMC. Die hebben allebei te kennen gegeven daar wel iets voor te voelen. Volgens Nauta kleeft daar wel een risico aan. “De vraag is of zo’n fabriek chips gaat maken voor autofabrikanten, of voor een Amerikaanse techgigant. In dat laatste geval heb je daar als Europa niet zoveel aan”.
Het wetsvoorstel komt op het moment dat de wereldwijde chipsector al ruim een jaar onder grote spanning staat. Door een combinatie van factoren, waaronder een sterk toegenomen vraag naar elektronica tijdens de pandemie, is de vraag naar chips groter dan het aanbod. Een oplossing op korte termijn is er niet. Productie bijbouwen is een tijdrovend en een zeer kostbaar proces. Het bouwen van 1 fabriek kost al zo’n 15 miljard euro. De wetgeving gaat dus op korte termijn geen oplossing bieden voor de tekorten. Het moet er wel toe leiden dat een volgende crisis minder impact zal hebben.
Nu er een wetsvoorstel is, moeten eerst het Europees Parlement en de Raad van Ministers zich erover buigen. Het enthousiasme binnen de twee grootste Nederlandse fracties is groot. Mohammed Chahim, Europarlementariër voor de PvdA, laat weten blij te zijn dat Brussel nu met een plan komt. Volgens hem is “een chiptekort in onze hele economie te voelen”. Ook Tom Berendsen (CDA) is enthousiast over de Chips Act en wil dat deze zo snel mogelijk in werking treedt. Volgens Berendsen komt het nu aan op samenwerking tussen bedrijven en instanties, omdat gebleken is dat de markt tekorten niet zelf kan oplossen. Minister Micky Adriaansens (Economische Zaken) noemt samenwerking op Europese niveau “noodzakelijk om deze sector wereldwijd concurrerend te houden en hier te zorgen voor het behoud van onze welvaart en veiligheid”. Wel wordt benadrukt dat het belangrijk blijft dat de markt zelf zijn werk kan doen.
