Niemand ontkomt in het komende decennium aan elektrificatie van het modellengamma. Italië had een uitzondering gevraagd voor Ferrari en Lamborghini, maar dat verzoek is door de Europese Unie afgewezen. Logisch, want het zou een voorkeursbehandeling betekent hebben voor diegenen die zich een auto van deze fabrikanten kunnen veroorloven (lees: de extreem rijken). En dus maakt ook Ferrari zich op voor een geëlektrificeerde toekomst.
De transitie moet er toe leiden dat Ferrari in 2026 meer bolides met een stekker hybride aandrijflijn of volledig elektrische techniek verkoopt dan modellen met alleen een verbrandingsmotor. Tussen 2023 en 2026 zullen de Italianen 15 nieuwe auto’s introduceren. Een daarvan is de Purosangue, een SUV. Die kunnen we in september al verwachten. Deze langverwachte alleskunner zal echter nog een benzinemotor onder de kap hebben. Een eerste elektrische Ferrari staat voor 2025 op het programma.
Vanaf 2026 zullen stekker hybride modellen (zoals de 296 GTB / GTS en de SF90 Stradale / Spider) en volledig elektrische bolides goed zijn voor 60 procent van de verkopen, zo verwacht Ferrari. De onderlinge verdeling is echter wel behoorlijk scheef. 55 procent van de orders wordt dan gegenereerd door een stekker hybride model, terwijl 5 procent van de bestellingen een volledig elektrisch exemplaar zal betreffen. De overige 40 procent beschikt dus nog altijd over enkel een verbrandingsmotor.
In 2030 moet het verkoopaandeel van modellen zonder elektromotor zijn gedaald tot 20 procent. 40 procent zal dan gegenereerd worden door auto’s met een stekker hybride aandrijflijn. De overige 40 procent van de verkopen denkt Ferrari te realiseren met volledig elektrische bolides. Het betekent6 dat de fabrikant uit Maranello ook na 2030 blijft vasthouden aan de verbrandingsmotor. Ferrari namelijk dat die essentieel is voor haar erfgoed. En voor verkopen buiten Europa natuurlijk, waar de minder haast wordt gemaakt met de transitie naar emissievrij vervoer. Ferrari zal dus nog enige tijd doorgaan met het bouwen van auto’s met een verbrandingsmotor. En dan vooral modellen met de voor het merk iconische V12 krachtbron.

Volgens de nieuwe planning van Ferrari zal de Purosangue niet meer dan 20 procent van de leveringen zal uitmaken. Niet alleen in het begin, maar gedurende de hele levenscyclus. Ferrari blijft op die manier voor 80 procent een sportwagenfabrikant. Daarmee verschilt het merk duidelijk van branchegenoten als Aston Martin, Lamborghini en Porsche. Daar is het verkoopaandeel van de SUV veel groter. Bij Porsche was in het eerste kwartaal 55 procent van de verkochte auto’s een SUV. En de Urus was in 2021 goed voor 60 procent van de Lamborghini afzet.
Bij Ferrari willen ze dat echter koste wat het kost een dergelijk hoog verkoopaandeel voor de Purosangue (wat trouwens ‘volbloed’ betekent) voorkomen. Dat klinkt misschien vreemd, maar de autofabrikant uit Maranello acht haar merkwaarde belangrijker dan een zo hoog mogelijke afzet. Een SUV die 60 procent van de verkopen voor zijn rekening gaat nemen, is volgens Ferrari slecht voor het imago en de magische klank die de merknaam heeft. Anders gezegd: het zou Ferrari minder speciaal maken. En dat vindt men in Maranello juist een slechte ontwikkeling.
De CEO van Ferrari, Benedetto Vigna, laat er geen twijfel over bestaan: “De Purosangue wordt niet ons meest relevante product als het om volume gaat”. In plaats daarvan moet de auto een aandeel krijgen van zo’n 20 procent van de verkopen. Hoe Ferrari deze exclusiviteit precies wil waarborgen, is nog niet precies bekend. Wellicht komt dat door de prijsstelling. De Purosangue wordt in eerste instantie namelijk leverbaar met een atmosferische V12. Een dergelijke krachtbron is duurder dan een geblazen V8. Dat zal helemaal in Nederland het geval zijn, waar auto’s belast worden op basis van hun uitstoot. Een atmosferische V12 heeft (doorgaans) een hogere emissiewaarde dan een V8 met turbo’s.

Wat de exclusiviteit van de Purosangue ook ten goede zal komen, is het feit dat dit model geen klassieke SUV wordt. Zelfs de term ‘cross-over’ dekt de lading niet helemaal. Er moet eerder gedacht worden aan een hoog op zijn poten staande fastback met 4 of 5 zitplaatsen. Hoeveel SUV fans daarmee genoegen zullen nemen, is afwachten. Het betekent dat de Purosangue minder ruim, minder praktisch en wellicht ook minder comfortabel wordt dan de Urus, om van de Bentayga nog maar te zwijgen. Ferrari zal het accent op beleving leggen. De Purosangue wordt weliswaar ruimer en praktischer dan de rest van het gamma, maar zal ‘minder SUV’ zijn dan de modellen van de concurrentie.
Maar uiteindelijk is het natuurlijk de klant die de verkoop mix gaat bepalen, tenzij een autofabrikant dit probeert te sturen met de productiecijfers. En het is nu al duidelijk dat er met name vanuit de bestaande klantenkring veel vraag is naar de Purosangue. Oftewel mensen die nu al een of meer sportwagens van Ferrari in hun garage hebben staan en de ‘SUV’ als een waardevolle aanvulling op hun collectie zien. Als die klanten massaal de Purosangue gaan bestellen en tegelijkertijd de order voor een nieuwe 2-zits bolide van het merk uitstellen, dan zal men in Maranello alsnog gedwongen kunnen zijn om de beoogde verkoop mix te laten vallen. Ferrari wil met de Purosangue juist nieuwe klanten binnen halen, maar of dat gaat lukken met een auto die nog steeds niet bijzonder ruim of praktisch is, is zoals gezegd afwachten.
