Volvo scoort beschamend slecht in kwaliteitsonderzoek

0

De kwaliteit van nieuwe auto’s bevindt zich momenteel op een dieptepunt. Althans, als we de resultaten van het Amerikaanse onderzoeksbureau J.D. mogen geloven.

J.D. Power onderzoekt jaarlijks onder meer de kwaliteit van in de Verenigde Staten geleverde nieuwe auto’s. Het gaat daarbij om de zogeheten Initial Quality Study. De onderzoekers van J.D. Power registreren van alle in significante aantallen verkochte modellen het aantal gebreken bij dat zich in de eerste 90 dagen na levering van de nieuwe auto aan de klant voordoet. Aan de jongste editie van de meting deden 84.165 eigenaren of personen mee die via een leaseconstructie zich soort van eigenaar mogen noemen van een personenwagen van modeljaar 2022.

JDpower2022InitialQualityMerken

Het gaat hierbij dus om een Amerikaans onderzoek. Het autoaanbod in de Verenigde Staten is niet identiek als dat bij ons, maar er kunnen toch belangrijke conclusies getrokken worden die ook voor Europese consumenten van belang kunnen zijn. Hierbij moet wel de kanttekening worden gemaakt dat als een Amerikaan een aspect van de bediening niet snapt (en dat kan al snel het geval zijn), dit als een kwaliteitsprobleem wordt aangemerkt. Terwijl de auto in de handen met het juiste (technische) inzicht tegelijkertijd prima kan functioneren. Maar dat is geen reden om de onderzoeksresultaten van J.D. Power de diskwalificeren. Want je kan stellen dat als een autofabrikant zich er met een Jantje van Leiden van af maakt voor wat betreft de bedieningsvriendelijkheid van een auto, er wel degelijk iets schort aan de kwaliteit van het betreffende model.

Volgens het onderzoek van J.D. Power deden zich vorig jaar (toen de meeste auto’s van modeljaar 2022 werden afgeleverd; Amerikanen spreken eerder dan wij van een nieuw modeljaar) gemiddeld 11 procent meer gebreken per 100 auto’s voor dan in 2021. Gemiddeld gaat het om 180 gemelde gebreken per nieuwe auto, wat volgens J.D. Power het hoogste aantal is sinds de eerste editie van het onderzoek dat 36 jaar geleden plaatsvond. De gebreken zijn onderverdeeld in diverse categorieën en beslaan niet alleen zaken als een niet werkend lampje of een hendeltje dat afbreekt, maar ook motorstoringen en problemen met de veiligheidssystemen. Volgens J.D. Power heeft de toename van het aantal mankementen onder meer te maken met het feit dat autofabrikanten steeds complexere en geavanceerdere auto’s op de markt brengen. Tegelijkertijd staan toeleveranciers onder druk om zoveel mogelijk componenten te leveren. Die haast kan leiden tot minder aandacht voor de bouwkwaliteit.

In de jongste editie van het J.D. Power onderzoek kwam Buick als beste uit de bus. Ook andere merken van General Motors scoorden opvallend goed. Dit keer eindigden dus niet de gebruikelijke winnaars Lexus, Toyota, Kia of Porsche bovenaan. Die merken bevinden zich nu in de middenmoot. Dodge behaalde wel een goed resultaat. Ook de auto’s van dit merk worden gekenmerkt door een relatief klein aantal gebreken per 100 exemplaren. De topscore van Buick kan worden verklaard door het feit dat het gamma van dit merk bestaan uit modellen met beproefde techniek die al enkele jaren oud is. Voor innovaties moet je bij dit merk niet wezen. En dat geldt ook Dodge, dat op de tweede plek eindigde. Dit merk van Fiat Chrysler Automobiles (nu Stellantis) was vroeger bepaald geen hoogvlieger als het om de bouwkwaliteit ging. Van alle premium merken komt Genesis als beste uit de bus. Dit nieuwe merk van de Hyundai Motor Groep eindigde op de vierde plek, vlak achter Chevrolet van General Motors.

Aan de andere kant van het spectrum bevindt zich Volvo met 256 gebreken per 100 auto’s. Dit merk scoort eigenlijk steevast beroerd in Amerikaans onderzoek naar de klanttevredenheid, maar nu behaalden de Zweden zelfs een slechter resultaat dan Maserati. Het ‘argument’ dat er ongetwijfeld meer Volvo rijders dan eigenaren van een Italiaanse drietand meededen aan het onderzoek snijdt geen hout omdat J.D. Power haar bevindingen uitdrukt in aantal gebreken per 100 auto’s. Dat appels niet ver van de boom vallen, bewijst Polestar met gemiddeld 328 mankementen. Dit merk is de absolute verliezer. In vergelijking met Polestar is Tesla (in menig ander kwaliteitsonderzoek de drager van de rode lantaarn) nu ineens het toonbeeld van bouwkwaliteit, ondanks een score van 226 gebreken per 100 auto’s (J.D. Power heeft Polestar en Tesla buiten de ranglijst zijn geplaatst omdat die merken niet meewerkten aan het onderzoek, maar het bureau zegt desondanks genoeg data te hebben ontvangen om de score van het 2-tal te kunnen berekenen).

Is het opvallend dat volgens het onderzoek van J.D. Power ‘volume merken’ beter scoorden dan ‘premium merken’ (het gaat gemiddeld om een verschil van  25 gebreken per 100 auto’s)? Nee, want de uitkomst kan worden verklaard doordat autofabrikanten uit de laatste categorie doorgaans complexere infotainment systemen monteren. Zij vragen meer geld voor hun auto’s en dan is er ook geld voor. Maar veel Amerikaanse autoconsumenten lijken niet goed overweg te kunnen met die complexe infotainment systemen en dat leidt tot geklaag. Gemiddeld zijn problemen met het infotainment systeem goed voor 45 meldingen per 100 auto’s.

Ook interessant: elektrische auto’s hebben net als plug-in modellen meer kwaaltjes dan auto’s met een conventionelere aandrijflijn zonder oplaadbare batterij. Personenwagens van het PHEV type zijn goed voor gemiddeld 239 gebreken per 100 auto’s. Auto’s met alleen een conventionele verbrandingsmotor en/of een niet oplaadbare batterij zitten op een score van 175. Volledig elektrische auto’s hebben gemiddeld 240 mankementen per 100 auto’s. Dit type personenwagens zou een beter resultaat hebben behaald als J.D. Power ook de score van Tesla had meegenomen, maar dat is dus niet het geval. De Zwarte Piet lijkt daarom te moeten gaan naar de Ford Mustang Mach-E, inmiddels berucht om de terugroepacties en vorig jaar na het repertoire van Tesla de best verkochte elektrische auto van de Verenigde Staten (dit jaar zijn de verkopen van dit model, vermoedelijk vanwege de kwaliteitsproblemen, gekelderd).

Toch is het vooral Polestar dat ’s nachts wakker zou moeten liggen van dit resultaat. Fans van Volvo zullen hun favoriete merk waarschijnlijk nog wel een tweede kans gunnen als zij een ‘maandagochtendauto’ afgeleverd hebben gekregen, maar Polestar heeft nog helemaal geen krediet opgebouwd bij de consument. Het licht van deze nieuwe ster aan het autofirmament kan dus snel doven als de duo moeders Volvo en Geely prioriteit blijven geven aan de introductie van veel nieuwe modellen boven het elimineren van kinderziektes bij het bestaande aanbod. Polestar ging onlangs naar de beurs maar beleggers reageren lauwtjes op het aandeel. Na het bekend worden van de J.D. Power resultaten is begrijpelijk waarom: het succes van een automerk wordt bepaald door het percentage herhaalaankopen en met 328 mankementen per 100 auto’s zal dat bij Polestar schrikbarend laag zijn.

Bij de merken die auto’s bouwen met duidelijk meer gebreken dan gemiddeld, zitten overigens ook de ‘usual suspects’ als Land Rover (193), Jaguar (210), Alfa Romeo (211), Maserati (255) en Chrysler (265). Het is alleen opvallend dat nu ook Audi (239), Porsche (200), Mitsubishi (226) en Volvo (256) zich in hun gezelschap bevinden. Dat Dodge het tegenovergestelde resultaat van Chrysler heeft weten te behalen, kan eigenlijk alleen maar worden verklaard doordat het laatste merk de Voyager en Pacifica verkoopt (de 300 is technisch identiek aan de Charger / Challenger dus daar kan het probleem niet zitten). Beide modellen zijn typische Soccer Mom auto’s oftewel typische vrouwenauto’s. Het stereotype beeld is dat de doelgroep van de Voyager en de Pacifica makkelijker klaagt dan macho mannen; het soort klanten waarin Dodge grossiert …

 

Reageren is niet mogelijk.