Volvo heeft in de eerste jaarhelft een nettowinst geboekt van 860 miljoen euro. Dat is 40 procent meer dan in dezelfde periode van 2021. De winstgroei is te danken aan de opbrengsten van de beursgang van Polestar, waar Volvo voor de helft aandeelhouder van was, maar ook aan het bedrijfsbeleid om voorrang te geven aan de verkoop van duurdere en dus meer winstgevende auto’s.
De nieuwe koers blijkt duidelijk uit de verhouding tussen de verkopen en de omzet. Volvo verkocht in de eerste 6 maanden van dit jaar 143.006 auto’s, hetgeen 27 procent minder was dan in dezelfde periode van 2021. De omzet daalde echter slechts met 2 procent naar 6,8 miljard euro. De gemiddelde verkoopprijs nam dus toe. Dat is ook logisch omdat Volvo de modellen XC60, S90 / V90 en XC90 op diverse markten alleen nog maar in stekker hybride vorm verkoopt. Ook instappen in de XC40 is financieel gezien een stuk lastiger geworden.
Dat Volvo fors minder auto’s wist te verkopen in de eerste jaarhelft, komt vooral door China. Daar stond het aantal leveringen onder druk als gevolg van de voortdurende corona beperkingen in met name de regio Sjanghai. Volvo meldt echter dat de situatie in de leveringsketens afgelopen maand fors is verbeterd waardoor de productie weer kan worden opgevoerd. Vanwege het tijdverschil tussen de productie en het feitelijke afleveren van een auto aan de klant verwacht de Zweedse autobouwer echter toch dat de verkopen over heel 2022 hooguit stabiel blijven, of toch licht lager uit zullen vallen dan in 2021.
“Als we terugkijken op Volvo Cars’ prestaties gedurende het zeer turbulente tweede kwartaal, dan zijn we tevreden dat we stabiele verdiensten hebben geleverd”, aldus CEO Jim Rowan. “De vraag naar onze auto’s blijft robuust. Ondanks de problemen waar wij mee te maken hebben op korte termijn, zijn wij vastberaden en gefocust om onze strategische ambities voor de midden- tot lange termijn te halen. Meer dan wat ook zullen de uitdagingen waar wij voor staan alleen maar onze snelheid van veranderen opvoeren”.
