Hoewel op 5 december het Europese importverbod op Russische olie ingaat, hebben de olieproducerende landen besloten hun productie ongewijzigd te laten. “Het is niet duidelijk hoeveel Russische olie van de markt verdwijnt”, zegt energiespecialist Jilles van den Beukel van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies. Ook is onduidelijk wat dit aan de pomp betekent.
Het embargo is volgens Van den Beukel een partieel embargo dat alleen betrekking heeft op de zeegaande scheepvaart. Daarnaast gaat het prijsplafond in voor de lidstaten van de Europese Unie en voor de landen van de G7, wat betekent dat verzekeraars en rederijen alleen olie mogen vervoeren die voor 60 dollar is verkocht.
Van den Beukel verwacht dat de OPEC eerst de kat uit de boom kijkt hoe dit zich gaat ontwikkelen voordat het tot actie overgaat. Enerzijds is namelijk onduidelijk hoeveel Russische olie er van de markt verdwijnt. Anderzijds is er veel onzekerheid over de vraag vanuit China dat met corona kampt en de wereldwijde recessie die eraan zit te komen.
Het embargo heeft zoals gezegd alleen betrekking op de zeegaande scheepvaart. Maar wie gaat dat controleren? Volgens Van den Beukel zal dat een douanekwestie worden. In de praktijk zal controle echter direct op 2 problemen stuiten: is de olie afkomstig uit Rusland? En voor welke prijs is de olie verkocht? “Die informatie is niet zo eenvoudig boven water te krijgen. Qua implementatie is het dus afwachten hoe het loopt”.
Volgens Van den Beukel zal Rusland niet alleen steeds meer olie naar India en China exporteren, (een trend die al een tijd gaande is), maar is het ook mogelijk dat de olie via een omweg weer door Europa wordt teruggekocht. Een raffinaderij in India kan de olie bijvoorbeeld goedkoop kopen, er dure diesel van maken en deze weer doorverkopen naar Europa.
Het prijsplafond en het embargo zullen de Russische export, en daarmee de Russische oorlogskas, op lange termijn schaden. Op korte termijn zal er mogelijk een opwaartse druk komen op de olieprijs. Dat is een negatief neveneffect: “Dat willen we niet. Voor de lidstaten van de Europese Unie en de landen van de G7 is het de uitdaging om een balans te vinden tussen Rusland pijn doen maar jezelf niet”.
In hoeverre de consument aan de pomp de gevolgen van embargo en prijsplafond ondervindt, is onduidelijk doordat er sprake is van 2 effecten die tegen elkaar in werkenen. Er is enerzijds een opwaartse druk door toegenomen schaarste, maar anderzijds is er een neerwaartse druk door de recessie-angst en de ontwikkelingen in China.
Per saldo is de verwachting dat de maatregel de oliemarkt niet te veel zal verstoren. Het prijsplafond ligt op 60 dollar voor een vat ruwe olie, maar vorige week werd die door Rusland nog voor 57 dollar verhandeld, met name aan India en China. Russen kunnen bovendien op verschillende manieren de sancties omzeilen: “Er zijn nog mogelijkheden in Azië, maar ook mogen Europese havens nog Turkse diesel binnenhalen die uit Rusland afkomstig is”.
Vanuit deze optiek is het niet verrassend dat Oekraïne intussen zegt dat het prijsplafond niet ver genoeg gaat. Kiev wil dat het plafond op 30 dollar per vat komt om de Russen pijn te doen. Maar analisten denken dat de huidige maatregelen al een gevoelige klap zijn voor de Russische staatsfinanciën omdat Europa sinds het begin van de oorlog de aankoop al met twee derde heeft teruggeschroefd. Wanneer in februari ook Russische diesel onder embargo komt, gaat dat een grotere impact hebben, ook op Europa zelf.
Een vijfde van de Russische olie die naar Europa stroomt, komt nog binnen via een pijpleiding. Dat gedeelte valt dus niet onder het embargo omdat dat uitsluitend betrekking heeft op de zeescheepvaart. Het gaat dan vooral om leveranties aan Hongarije. De OPEC werkt overigens niet mee aan het embargo omdat die club bang is voor een precedentwerking wanneer blijkt dat de sancties effect hebben.
