Principes kosten geld. Terwijl westerse autofabrikanten allemaal de Russische markt zijn ontvlucht, zijn concurrenten uit het Middenrijk daar nu actiever dan ooit. Vóór het Oekraïense conflict hadden zij een marktaandeel van 9,6 procent, maar nu, aan het einde van het jaar, is hun score 31,3 procent.
De Russische markt is niet voor iedereen een hoofdpijndossier. De cijfers van de AEB (Association of European Business) laten weliswaar zijn dat schurkenstaat Rusland zijn autoverkopen sinds het begin van de oorlog met 60 procent heeft zien kelderen, het land van Poetin blijft, willens en wetens, een grote afzetmarkt. En dat betekent dat aldaar nu veel Chinese auto’s verkocht worden.

Sinds het begin van de oorlog zijn ze allemaal vertrokken. Renault en Stellantis natuurlijk, maar ook BMW, Mercedes, de Volkswagen Groep, de Japanners en de Koreanen. Allen trokken zich binnen een maand na de oorlogsuitbraak in Oekraïne terug uit Rusland. Gevolg: de Russen kunnen niet meer terugvallen op de bekende fabrikanten. Ook lokale producenten hebben wegens de onderdelenboycot moeite om auto’s te bouwen. Chinese fabrikanten spinnen echter garen bij het conflict. Het land van Xi Jinping heeft in dit conflict voor een pseudo-neutrale positie gekozen, maar is niet van plan om Rusland een strobreed in de weg te leggen. Logisch, want het is een kwestie van tijd tot dat Taiwan geconfronteerd wordt met een vergelijkbare annexatiepoging door China. En zo kan het gebeuren dat het Russiche merk Moskvitch totaal onverwachts een comeback maakt, dit keer vanuit een voor 1 euro gekochte lokale Renault fabriek waar inmiddels auto’s van Chinees ontwerp van de band rollen.
Aan het begin van het jaar, vóór de poging tot invasie van Oekraïne, waren Chinese fabrikanten onder leiding van Chery, Geely en Haval (een merk van Great Wall) tevreden met slechts 9,6 procent marktaandeel. Vandaag hebben ze 31,3 procent in handen en volgens analisten zouden ze volgend jaar 35 procent kunnen bereiken.
Toegegeven, deze spectaculaire sprong vindt plaats op een tot 600.000 auto’s gekrompen automarkt (voorheen was het volume 1,5 miljoen exemplaren). Het Chinese opportunisme zou echter ook na de oorlog kunnen voortduren, aangezien er noodzakelijkerwijs een ‘na de oorlog periode’ zal zijn. En zelfs als de sancties tegen Moskou worden opgeheven, als die dag komt en westerse fabrikanten terugkeren naar Rusland, zullen de Chinezen stevig verankerd zijn op hun plaats. Want dit land met 140 miljoen inwoners vertegenwoordigt in zijn goede jaren een afzetmarkt voor meer dan 1,7 miljoen auto’s. Buitenlandse fabrikanten weten dit goed en Toyota heeft door het land te verlaten een van de belangrijkste markten in Europa in brede zin verlaten, aangezien het daar meer dan 90.000 auto’s verkocht, de 20.000 exemplaren van Lexus niet meegerekend. Ter vergelijking: het premiummerk van de Japanse groep verkocht vorig jaar amper 500 auto’s in Nederland.
Tegenwoordig graven de Chinezen zich daarom in Rusland in en zijn ze van plan daar te blijven aan het einde van de militaire operaties. Om dat te bereiken, hebben ze de volgende tactiek ontwikkeld: ze laten goedkope auto’s over aan Russische fabrikanten zoals AvtoVaz/Lada en richten zich op het generalistische segment, met modellen boven de 20.000 euro. De merken van het Middenrijk weten dat deze markt na de oorlog, wanneer de Russen van auto moeten wisselen en koopkracht hebben teruggewonnen, weer een grote vlucht zal nemen.
Maar wat als Rusland het Chinese laboratorium is voor het offensief richting Europa? Of als jij sowieso een vieze smaak in de mond krijgt van dit Chinese opportunisme? Nou, laat dan die MG 4, hoe goed dat model voor zijn geld ook is, maar staan. Hetzelfde geldt voor het repertoire van BYD, Nio en alle andere fabrikanten uit het Middenrijk die een broertje dood hebben aan een gelijk speelveld.
