We leven in tijden van polarisatie. Dat baart menigeen zorgen en versterkt de roep om een eind te maken aan het zwart/wit denken. Ook Mazda is van mening dat er meer is tussen hemel en aarde. Zo hoeft een bepaald automodel niet perse óf in het volumesegment óf in als ‘premium’ segment gepositioneerd te worden.
De CX-60 is daarvan het jongste voorbeeld, maar eigenlijk neemt Mazda dit standpunt al generaties lang in met de MX-5: een auto die vanwege zijn onconventionele carrosserieconcept (een roadster) per definitie als ‘premium’ gepositioneerd kan worden, maar tegelijkertijd geen dikdoenerij want dat leidt alleen maar tot extra gewicht. En kilo’s, dat zijn de grootste vijanden van een sportwagen. Het afzien van al te veel opsmuk leidt er ook toe dat de MX-5 altijd relatief betaalbaar is gebleven. Natuurlijk: minimaal 39.690 euro is veel geld, maar er is geen sportwagen die goedkoper is. Mede daardoor is de MX-5 klasseloos. Hij valt niet in het exclusieve domein van miljonairs, maar is voor hen wel een heel leuk speeltje om er bij te hebben.

Ook de CX-60 wil van alle markten thuis zijn. Mazda probeert met dit model niet alleen ‘value for money’ te bieden, maar (ook) premium glans verwerven. Dat is niet onverstandig want de opkomst van China als auto producerende natie zal er toe leiden dat de prijzen in het volumesegment nog meer onder druk komen te staan. Anders dan Tesla, Toyota en Volkswagen is Mazda te klein om zich te kunnen verdedigen. En dus wordt de CX-60 gepositioneerd als alternatief voor de (dure) Duitse premium concurrentie. Zo kan een directe confrontatie met de Chinezen worden voorkomen.En hebben de eigen dealers tegelijkertijd een model in huis waar een lekker dikke marge op zit.

Maar goed, er is een verschil tussen ‘willen’ en ‘kunnen’. Om écht een alternatief te kunnen zijn voor de fijn geslepen Duitse premium producten, mag de CX-60 geen in het oog springende tekortkomingen hebben of steken laten vallen. En daar wringt zich de schoen, want de pers is van mening dat de Mazda met name met de stekker hybride aandrijflijn van de CX-60 of met de rijeigenschappen van deze SUV het niveau van de Duitse concurrentie niet weet te halen. Dus waarom zou de autoconsument die een zwak heeft voor premium producten de Audi Q5 TFSIe, de BMW X3 eDrive of de Volvo XC60 Recharge dan links laten liggen?

Voor de goede orde: het is geen schande als een volumemerk er niet in slaagt om de premium concurrentie slapeloze nachten te bezorgen. Menig autofabrikant heeft daar zijn tanden al op stuk gebeten. En niet alleen op product niveau (Citroën C6, Fiat 130, Opel Senator), maar ook door te proberen om als merk serieus genomen te worden in het premium segment. DS is dat tot nu toe in ieder geval niet gelukt. Lexus moet het in Europa nog steeds hebben van kruimels die de Duitsers laten liggen. En Xedos, eind vorige eeuw een blauwe maandag het premium merk van Mazda, flopte ook.

De geschiedenis leert dat superieure techniek de sleutel is om klanten van de gevestigde orde in het premium segment af te snoepen. Audi is dat gelukt met haar 5 cilinder motor, turbotechniek, Quattro vierwielaandrijving en TDI dieselmotoren. Tesla slaagde er ook in met elektrische modellen waar de concurrentie niet van terug hadden. En precies daar zit het pijnpunt van de CX-60: met zijn uiterlijk en afwerking is niks mis, naar in technisch opzicht is het geen auto om vreemd voor te gaan. Sterker nog: de stekker hybride techniek waarover de Mazda beschikt (ooit ook gepresenteerd als een soort ‘derde weg’), blijkt een doodlopende straat te zijn. Het marktaandeel van dit soort auto’s staat onder druk omdat de consument, als die dan toch met een laadkabel aan de slag moet, liever all the way gaat door volledig elektrisch te rijden. Vaak is dat bovendien financieel interessanter. Elders in Europa is de CX-60 inmiddels ook te koop in dieselvorm. Voor Nederland is dat een gepasseerd station. En dat geldt vermoedelijk ook voor de zuivere benzineversie: zijn 6 cilinder lijn motor doet qua constructie niet onder voor het werk van BMW, maar het is wel techniek van gisteren.

Mazda wil dit jaar 1.500 exemplaren van de CX-60 in Nederland verkopen. Na 4 maanden staat de teller nu op 591 stuks. Daarmee ligt Mazda voor op schema, al is de marge niet heel groot. Vooral niet als je er rekening mee houdt dat de concurrentiedruk van (Chinese) volledig elektrische SUV modellen alleen maar zal blijven toenemen. Daarom is het advies van Autointernationaal.nl: vul het gamma aan met een minder krachtige, goedkopere stekker hybride variant. Bijvoorbeeld een versie die niet de 2.488 cc 4 cilinder motor als basisunit heeft, maar het 1.998 cc blok.

Dat het systeemvermogen daardoor daalt van 327 pk tot circa 260 pk, is niet erg: de Audi Q5 is in 50 TFSI e uitvoering met 299 pk niet schokkend veel sterker. De goedkopere CX-60 e-SkyActiv PHEV 260 kan als Prime-Line worden aangeboden voor 49.990 euro. Daarmee vergroot Mazda het afzetpotentieel van haar stekker hybride SUV significant. En ook niet onbelangrijk: de CX-60 kan als e-SkyActiv PHEV 260 Prime-Line het kippenhok van de volumemerken flink gaan opschudden. Want Mazda krijgt zo een aantrekkelijk wapen in handen in de concurrentiestrijd met de stekker hybride uitvoeringen van de Kia Sorento (49.395 euro) en Volkswagen Tiguan (49.540 euro). In vergelijking met deze rivalen vallen de imperfecties van de aandrijflijn van de CX-60 minder op terwijl de SUV kan blijven pronken met zijn superieure interieurafwerking. Ja, dan zullen alsnog veel autoconsumenten de overstap maken. Alleen niet vanuit het premium segment maar in het volumegedeelte van de markt. Voor het resultaat maakt dat niet uit. Linksom of rechtsom is het ook een derde weg.

