Ford wil graag de productie van elektrische auto’s opschroeven, maar kan dat in verband met de huidige prijzenoorlog niet doen.
De Amerikaanse autobouwer maakte afgelopen donderdag bekend een jaar langer nodig te hebben om haar productiedoel van 600.000 elektrische auto’s per jaar te halen. Waar Ford zich hiervoor eerst op 2023 richtte, staat voor dit voornemen nu 2024 in de agenda. Ford liet afgelopen donderdag ook de ambitie varen om tegen 2026 minimaal 2 miljoen elektrische auto’s per jaar te bouwen.
Oorzaak is de prijzenoorlog. Ford heeft dezelfde thuismarkt als Tesla. ‘The blue oval’ voelde zich eerder dit jaar genoodzaakt om aldaar de prijzen te verlagen. Alleen zo zou men in het kielzog kunnen blijven van Tesla dat met afstand marktleider is en eind 2022 begon met het verlagen van haar verkoopprijzen. Omdat er door Ford sowieso al geen geld werd verdiend met de productie en verkoop van elektrische auto’s, kleurden de bedrijfsresultaten nog dieper rood. De autobouwer gaat voor dit jaar uit van een verlies van 4,5 miljard dollar op elektrische auto’s. Dat is anderhalf keer zo veel als eerder werd verwacht meer dan het dubbele van het bedrag dat in 2022 werd toegelegd op de productie en verkoop van elektrische auto’s (2,1 miljard dollar).
Onder leiding van topman Jim Farley heeft Ford ruim 50 miljard dollar geïnvesteerd in de Model E divisie die zich bezighoudt met elektrische auto’s. Aanleiding is onder andere het feit dat de consument zich (zoals eerder al door Autointernationaal.nl werd voorspeld) aan het afkeren is van plug-in hybride modellen. Ford gaat ondanks de prijzenoorlog nog altijd uitgaat van een rendement van 8 procent op de productie en verkoop van elektrische auto’s. Die doelstelling moet in 2027 gerealiseerd worden. Maar in de aanloop naar winstgevende productie van elektrische auto’s zullen er eerst hogere verliezen geleden moeten worden. “De prijsdruk is de afgelopen 60 dagen drastisch toegenomen”., aldus Farley.
De Model E divisie verloor alleen al in het tweede kwartaal een bedrag van 1,08 miljard dollar (op een omzet van 1,8 miljard dollar). Dat kwam overigens niet alleen door de prijsverlaging die Ford bij de Mustang Mach E heeft moeten doorvoeren, maar ook doordat de belangstelling voor de elektrische F-150 Lightning pick-up sterk tegenvalt. Gelukkig wordt er met de conventioneel aangedreven modellen nog wel flink geld verdiend. Daardoor kon Ford over het tweede kwartaal een nettowinst van 1,9 miljard dollar (1,7 miljard euro) melden. Ook werd de prognose voor heel 2023 verhoogd. De winst (voor rente en belastingen) zal volgens Farley dit jaar uitkomen op een bedrag tussen de 10 en 11 miljard euro. Eerder was de verwachting 8 à 10 miljard euro.
Een rekensom leert dat Ford momenteel een verlies lijdt van 32.000 dollar per verkochte elektrische auto. Analisten berekenen dat het merk met de blauwe ovaal per kwartaal minimaal 100.000 emissievrije voertuigen aan de man moet brengen om er een winstgevende operatie van te kunnen maken. In het tweede kwartaal werden echter slechts 34.000 elektrische auto’s door Ford verkocht. In dit aantal zitten ook de plug-in hybride modellen. Er is dus nog een weg te gaan.
Maar Farley houdt de moed er dus in. De CEO van Ford signaleert dat de adoptie van elektrische auto’s weliswaar langzamer gaat dan verwacht, maar dat het toch een voordeel zal blijken te zijn dat er reeds ruim 50 miljard dollar is geïnvesteerd in emissievrije modellen. Farley: “De transitie naar krachtige digitale ervaringen en baanbrekende elektrische auto’s is begonnen en zal turbulent zijn. Dat wij al in een vroeg stadium de kans krijgen om klanten te begeleiden bij deze transitie, is een groot voordeel voor ons”. Met haar eerstvolgende elektrische auto, de Explorer, gaat Ford prijstechnisch overigens ook scherp aan de wind varen. De levering van deze elektrische SUV op basis van de Volkswagen ID.4 combineert het strakke design van een showmodel met een conventioneel dashboard en een Nederlandse basisprijs van minder dan 45.000 euro. Daardoor komt de instapversie van de Explorer in aanmerking voor de SEPP overheidssubsidie.
