De milieuramp in de Waddenzee, die het in brand gevlogen vrachtschip Freemantle Highway bijna veroorzaakte, is voor de autobranche een eyeopener. Als we nadenken over de ecologie van automobiliteit, denken we meestal aan de uitstoot van broeikasgassen die wordt veroorzaakt door de productie of het gebruik van voertuigen. Kort door de bocht: in het geval van elektrische auto’s is de uitstoot groter tijdens het productieproces en in het geval van personenwagens met een verbrandingsmotor wanneer die van A naar B rijden (nou ja, in de file staan telt ook).
Het vervoeren van voertuigen zonder dat ze zelf rijden, speelt in onze perceptie minder een rol. Begrijpelijk: het wereldwijde verkeer van goederen maakt net als geld deel uit van de geglobaliseerde economie die voor de gemiddelde burger niet altijd zichtbaar is. Of het nu te land, te water of in de lucht is: goederen zijn mobiel voordat hun kopers ze in bezit nemen.
Volgens het Federaal Agentschap voor Burgereducatie is de wereldwijde productie van goederen tussen 1960 en 2021 met 769 procent gegroeid. De export van goederen nam in dezelfde periode echter toe met 1.973 procent. En volgens het Federale Milieuagentschap vindt 90 procent van het wereldwijde goederenverkeer plaats over zee. 2,5 procent van de wereldwijde CO₂-uitstoot is te wijten aan de scheepvaart, hoewel er een relatief beheersbaar aantal van 40.000 koopvaardijschepen in gebruik is op de wereldzeeën.
Elektrische auto’s hebben ook olie nodig voor transport. Transport met de Freemantle Highway is daar een voorbeeld van. Hun enorme CO2 of NOx-emissies als gevolg van de verbranding van zware olie zijn een relatief klein milieuprobleem in verhouding tot een olieramp, waarbij 1.600 ton zware olie op de Noordzee zou zijn vrijgekomen als het vrachtschip (dat in brand vloog en 3.783 auto’s aan boord had) was gezonken. 498 daarvan waren elektrische personenwagens. Het is onduidelijk of een van hen de brand aan boord heeft veroorzaakt (volgens experts vliegen elektrische auto’s niet vaker in brand dan exemplaren met een benzine- of diesel motoren en ze zijn minder brandbaar, maar ze branden wel anders). Zeker is wel dat ze bijzonder moeilijk (of beter: helemaal niet) te blussen zijn.
Brandweerkorpsen dompelen elektrische auto’s die beginnen te branden of te roken indien mogelijk het liefst direct in water om ze af te koelen. Op volle zee is er natuurlijk genoeg water, maar de dicht bij elkaar geparkeerde voertuigen kunnen niet zomaar overboord worden gegooid. Discussies over de vervoersonzekerheid van elektrische auto’s zijn het logische gevolg. Maar schiet dat niet tekort? De scheepvaart mag dan statistisch gezien zeer veilig zijn, maar gezien de enorme hoeveelheden brandstof aan boord van grote schepen is elk ongeval een potentiële milieuramp. Op volle zee merken we die drijvende olievaten niet eens bijzonder op, maar in het geval van de autotransporter Felicity Ace, die in 2022 bij de Azoren zonk, lijkt het lekken van olie een kwestie van tijd. Gelukkig ligt dat schip op een diepte van 3.500 meter en lijkt het daarmee voor ons voldoende ver weg.
Nabijheid van gevoelige ecosystemen (zoals in het geval van de Freemantle Highway de Waddenzee) maakt het moeilijk om het hierboven geschetste probleem te negeren. Waar begint duurzaamheid en waar eindigt het? Met de ommekeer in aandrijflijnen zijn autofabrikanten hun hele productie gaan controleren op duurzaamheid: uitstoot van broeikasgassen bij de fabricage van batterijen, kinderarbeid bij de winning van hun grondstoffen, kunststoffen uit visnetten, recycleerbaarheid van gebruikte materialen, veganistisch leer voor interieurs: alles wordt tegen het licht gehouden als je de bijbehorende persberichten mag geloven. Dus waarom niet het vervoer? Namelijk die van elektrische auto’s én die van modellen met een verbrandingsmotor.
Op het eerste gezicht lijkt autotransport per schip duur: als jij een auto privé van Europa naar Azië wilt vervoeren, moet jij een bedrag van gemiddeld 4 cijfers betalen, afhankelijk van het model, type transport en verzekering. Sommige fabrikanten hebben deze kostenpost weten te reduceren tot een bedrag van 3 cijfers per voertuig; absoluut gezien nog steeds veel geld. Maar vergelijking met een prijs van 5 cijfers niet echt. Welke meerkosten voor een bijzonder veilig transport zijn verantwoord? Op zijn minst zou ecologisch goederenverkeer aan duurzaamheid kunnen worden gekoppeld – zodat autofabrikanten er een ronkerig persbericht aan kunnen wijden.
Er is vanuit dit perspectief als auto’s testende redacties bij hun beoordelingsmethode rekening houden met milieuvriendelijkheid oftewel waar de test kandidaat wordt geproduceerd en hoe ver deze van de klant verwijderd is. Want duurzaamheid begint weliswaar bij het nadenken over grondstoffen, maar eindigt niet bij transport. CO₂ geoptimaliseerd vervoer dient dus meegenomen te worden in de bedrijfsvoering van autofabrikanten. Gelukkig doet Volvo dit al sinds zij besloot om voor het transport over zee van haar auto’s alleen schepen te gebruiken die aangedreven worden door hernieuwbare brandstoffen.
