Consumenten kiezen bij de aanschaf van een nieuwe auto massaal voor grijs, beige en wit. Dat doen zij uit angst voor waardeverlies en spijt. Volgens The Atlantic is daardoor een hardnekkige ‘kleurrecessie’ ontstaan met als gevolg een kleurloos straatbeeld.
Niet persoonlijke voorkeur maar risicoaversie en door de markt aangewakkerde normen bepalen de keuze: Autokopers richten zich krampachtig op wat een volgende koper eventueel zou willen, terwijl onderzoek onder 1,2 miljoen tweedehands personenwagens laat zien dat gele, oranje en groene modellen juist minder snel in waarde dalen dan een grijze of witte auto.

Neutrale tinten domineren inmiddels 80 procent van de nieuwe auto’s. Saaie kleuren als beige en grijs zijn dus razend populair onder consumenten. ‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Fiat (foto) ageert echter openlijk tegen dat adagium en probeert modellen als haar Grande Panda vooral in opvallende kleuren aan de man te brengen.

