Op 1 augustus jl. berichtte Autointernationaal.nl dat er opvallend veel klachten zijn over de BYD Tang. Maar de bouwkwaliteit van de voertuigen van de Chinese gigant staan in meer opzichten in een kwade reuk. Voor zover daar sprake van kan zijn natuurlijk bij auto’s die op elektriciteit rijden.
Het betreft de elektrische bussen van BYD. Nederlandse chauffeurs die daar mee moeten rijden, klagen steen en been. Maar laten we bij het begin beginnen: het aanbestedingstraject. Om de order binnen te halen, heeft BYD gefraudeerd. Dat zou op zich natuurlijk al een reden moeten zijn om de Chinese autofabrikant verder de boycotten. Misschien dat BYD in eigen land smeergeld de gewoonste zaak van de wereld vindt, maar in een democratische rechtsstaat als Nederland hebben we andere waarden en normen.
BYD werd niet voor de fraude veroordeeld, maar het Franse vervoersbedrijf Keolis werd wel gestraft voor de afspraken die in het geheim gemaakt waren. De onderneming verloor de vergunning om in concessiegebied IJssel – Vecht busdiensten te exploiteren aan EBS (onderdeel van de Israelische Egged Group). Die nam de ritten vervolgens over. Met dezelfde bussen. Hoewel EBS wist dat het een probleemvloot overnam, viel de kwaliteit alsnog tegen. Mankementen bleken talrijker en hardnekkiger.
Het grootste probleem is dat de bussen van BYD tijdens het rijden opzij trekken. Daardoor moeten chauffeurs de hele tijd tegen sturen. Dat leidt tot pijn aan de polsen, de rug, de nek, het zitvlak en de ellenbogen. Driekwart van de respondenten van een enquête van de vakbonden CNV en FNV koppelt de klachten aan het rijden met de BYD bussen. Bijna de helft van de chauffeurs zegt om die reden medicatie te gebruiken.
Inmiddels is duidelijk dat er een totaal verkeerde aankoop is gedaan. Bijna 60 procent van de respondenten op de vakbondsenquête zegt weinig tot geen vertrouwen te hebben dat de problemen met de elektrische bussen opgelost zullen worden. BYD lijkt in ieder geval haar snor te drukken. Die heeft na de frauduleuze aanbesteding haar zakken gevuld en voor de rest kan men het uitzoeken. Op zich zijn de chauffeurs daar niet zo rouwig om. “Ze kunnen sleutelen wat ze willen, maar een lelijk eendje wordt nooit een Mercedes”.
De vraag is om de bouwkwaliteit van de bussen van BYD maatgevend is voor de elektrische auto’s van het bedrijf. Die vraag dient beantwoord te worden met een tegenvraag: waarom niet? Truckfabrikanten als Mercedes-Benz en Volvo, die in kwalitatief opzicht hoog worden aangeslagen, hebben laten zien dat hun personenauto’s ook deugen. Andersom waren de bedrijfswagens van British Leyland indertijd net zo slecht als modellen als de Austin Allegro, Morris Marina en Truimph Stag. Dus de bal ligt echt bij BYD: laat die maar bewijzen dat hun personenauto’s wel van goede kwaliteit zijn.
Vooralsnog ontbreekt dat bewijs. We blijven dus achter met het beeld van een frauderende autofabrikant die geen poot uitsteekt om de problemen aan haar voertuigen te verhelpen. Zou jij daar een auto van kopen? Een gewaarschuwd mens …
