Vroeger, tot in de jaren zeventig, was het heel gewoon dat autodealers in de oude stadscentra gevestigd waren. De hausse aan Vinex wijken en groeikernen moest toen nog op gang komen, evenals de visie dat autodealers sterk verkeer-aantrekkend zijn en zodoende beter naar industrieterreinen konden verkassen.
Maar het zijn andere tijden. Als consumenten zonder gehinderd te worden door emoties een auto willen aanschaffen, dan kan dat net zo goed via internet. Fysieke dealers hebben alleen toekomstperspectief als zij ‘een stukje beleving’ gaan bieden. Renault is zich daarvan bewust. Dit automerk stapt sowieso niet over op het zogeheten agentuur model (waarbij dealers zich vooral richten op het leveren van reeds online bestelde voertuigen), maar keert ook terug naar stadscentra.

In Parijs is dat reeds het geval. Daar is inmiddels de eerste RNLT boetiek geopend (zie fotoserie). Renault spreekt van een nieuwe vorm van dealerschip, waarbij op kleinere schaal dan voorheen aan de stadsranden gedaan werd op een stijlvolle manier auto’s worden verkocht. Door te kiezen voor stadscentra meent het Franse automerk haar zichtbaarheid te kunnen vergroten. Nederland krijgt in een later stadium ook een RNLT boetiek.

Daarmee bevindt Renault zich in goed gezelschap want upscale merken als Lynk & Co en Zeekr hebben stadscentra al eerder ontdekt. Een chique vorm van autoverkoop is vooral belangrijk voor de duurdere modellen die het Franse merk binnenkort zal lanceren: de hybride Rafale (foto onder) en de volledig elektrische nieuwe Scénic. Vooralsnog domineert in de Parijse RNLT boetiek de Austral en de Espace, de huidige vlaggenschepen van Renault. Vanuit stadscentra willen de Fransen ook nieuwe vormen van mobiliteit gaan promoten, waaronder de compacte elektrische voertuigen van haar Mobilize divisie.

Renault is zoals gezegd sceptisch over het agentuur model dat veel andere automerken momenteel invoeren. Topman Luca de Meo beschouwt dealers juist als een deel van de kracht van Renault omdat zij de wensen en eisen van de klant in hun regio goed kennen. Andere automerken die voor het agentuurmodel kiezen doen dit om via het elimineren van dealertaken te kunnen snijden in de distributiekosten, maar De Meo denkt daar anders over: “Als de dealerkosten te hoog zijn, dan komt dat niet door de dealers, maar door ons. Wij zien het netwerk niet als een uitgavenpost, maar als een kans”. En dus is een wat hogere huur voor een pand in het stadscentrum geen issue voor Renault.

