Het kabinet trekt voor de komende 4 jaar een bedrag van 125 miljoen euro uit om waterstof als brandstof te stimuleren. Demissionair staatssecretaris Vivianne Heijnen (Infrastructuur en Waterstaat) laat weten dat van het geld ongeveer 40 stations gebouwd gaan worden. Daarmee wordt infrastructuur gecreëerd voor enkele duizenden waterstofvoertuigen.
Het geld komt deels uit het Klimaatfonds. Vanaf maart 2024 kunnen bijvoorbeeld transportbedrijven subsidie aanvragen. Om in aanmerking te komen voor de subsidie, moet de aanvraag uit minstens één station en genoeg voertuigen bestaan om exploitatie van de nieuwe locatie rendabel te maken. In de praktijk komt dat neer op 10 tot 15 voertuigen.
“Daardoor komt er een einde aan de kip-ei-discussie of je eerst tankstations moet hebben zodat er kan worden getankt, of eerst auto’s zodat je daarna een rendabel tankstation kunt bouwen”, aldus het ministerie. “Waterstof kan hiermee echt gaan doorbreken”, denkt Heijnen. “Het wordt tijd dat we ervoor zorgen dat waterstof zijn belofte gaat inlossen”.
Het is maar goed, want met haar verwachting slaat Heijnen de plank volkomen mis. Het is wensdenken dat geen oog heeft voor de realiteit. De nieuwe tankstations zijn goed voor transportbedrijven, maar de automobilist heeft er niks aan zolang er geen behoorlijk aanbod aan waterstofauto’s is. En dat gaat er ook niet komen nu vrijwel alle ballen door fabrikanten worden ingezet op elektrische modellen met een batterij. Hyundai heeft geen plannen voor een opvolger voor de Nexo (reparatiekosten indien de aandrijftechniek het begeeft: meer dan 100.000 euro) en de ruim 70 mille kostende Mirai zal met zijn onpraktische carrosserie altijd een rariteit op de automarkt blijven. De BMW iX5, die ook op waterstof kan rijden, gaat pas in 2025 in de verkoop en zal dan naar verwachting meer dan 100.000 euro gaan kosten. Voor hoeveel automobilisten is dat relevant? De particulier kan een dergelijk bedrag niet betalen en van een verlaagde bijtelling voor zakelijk rijders is geen sprake.
Dit laat onverlet dat de toepassing van waterstof in de industrie en het wegtransport wel veelbelovend kan zijn. Maar de suggestie van andere automedia dat er nu ook ineens meer personenwagens op waterstof verkocht gaan worden en dat er nu een einde gekomen is aan de ‘kip en ei discussie’ raakt kant noch wal. Heijnen mag het betreffende ei nu gaan subsidiëren, het aantal waterstof kippen is onverminderd op 1 hand te tellen en dat blijft voorlopig ook zo.
Brussel eist dat in 2030 langs alle Europese hoofdsnelwegen waterstoftankstations te vinden zijn. Dat is in Nederland nog lang niet het geval. Er is dus werk aan de winkel voor de komende jaren voor Heijnen om aan die eis te kunnen voldoen. Vandaar dat zij nu dus 125 miljoen euro vrijmaakt. Maar hoeveel automobilisten zullen daarvan profiteren?
