Nederland wil in 2050 klimaatneutraal zijn. Om dat doel te bereiken, moet ook het wagenpark elektrisch worden. Maar ondanks dat er steeds meer elektrische auto’s op de markt komen, maken steeds minder particuliere rijders gebruik van de subsidieregeling.
Wie een elektrische auto wil kopen, kan daarvoor een bijdrage van de overheid krijgen: voor een exemplaar met een fiscale waarde tot 45.000 euro heeft een consument dit jaar recht op 2.950 euro subsidie. Vorig jaar liep het nog storm om te kunnen profiteren van die regeling: in mei was de pot leeg. Maar dit jaar blijft het aantal aanvragen sterk achter. De pot is nog voor meer dan de helft gevuld. En het jaar is dus al voor twee derde voorbij.
De ANWB maakt zich zorgen: “Een hele hoop mensen zijn begaan met het milieu en zouden best elektrisch willen rijden, maar het mag hen niet veel meer kosten”, zegt Harm Zeven, expert elektrisch rijden bij de ANWB. “Dat is begrijpelijk, want de uitgaven voor mobiliteit zijn al behoorlijk hoog”.
In het kostenplaatje zit voor veel mensen het probleem, zo bevestigt hoogleraar en duurzaam ondernemer Maarten Steinbuch. Hij adviseerde de overheid hoe elektrisch rijden gestimuleerd kan worden. Dat benzinerijders de overstap naar elektrisch dit jaar minder aandurven, wijt hij aan onduidelijkheid over de toekomst van de motorrijtuigenbelasting (MRB). Nu zijn elektrische auto’s daar nog van vrijgesteld, maar dat gaat (als het aan het demissionaire kabinet ligt) vanaf 2025 veranderen. Elektrische auto’s zijn zwaarder door de grote accu. Daardoor kan het belastingtarief flink oplopen; soms tot wel 80 euro per maand. Of de geplande aanpassing van de MRB definitief doorgaat, is volgens het ministerie van Infrastructuur aan een nieuw kabinet. “Die onzekerheid helpt nu niet”, zegt Steinbuch.
De ANWB hoopt dat het demissionaire kabinet alsnog een besluit neemt. Zeven: “Wij zouden het heel fijn vinden als de vrijstelling voor de motorrijtuigenbelasting blijft. De minimale inzet is dat een gewichtscorrectie wordt doorgevoerd zodat de consument niet meer gaat betalen als hij een elektrische auto heeft”. De vraag is of een meerderheid van de Tweede Kamer bereid is om in de begroting hiervoor geld vrij te maken. Koopkracht reparatie en armoedebestrijding lijken (overigens niet onterecht) alle aandacht op te eisen. Vanuit deze context is er al snel sprake van een luxe probleem voor automobilisten. Het gaat immers om huishoudens die wél het budget hebben om een nieuwe auto aan te schaffen.
Maar ook de subsidieregeling kan wat betreft hoogleraar Steinbuch beter. Om subsidie te kunnen krijgen, moet de nieuwprijs van de auto (ook wanneer je een tweedehands exemplaar koopt) onder de 45.000 euro liggen. “Maar de meeste elektrische auto’s die verkocht werden in het verleden kostten meer. Want mensen willen graag een auto met veel bereik, zodat ze er ook ver mee op vakantie kunnen. Die auto’s zijn gewoon duurder dan 45.000 euro”. Maar heeft Steinbuch wel oog voor de politieke realiteit? Oprekken van de grens waarbij particuliere kopers nog in aanmerking kunnen komen voor subsidie bij de aanschaf van een (nieuwe) elektrische dient vooral de meer welvarende consument. De vraag is of daar wel draagvlak voor is.
Nederland was volgens Steinbuch altijd voorloper in het stimuleren van elektrisch rijden door middel van fiscale voordelen. “Met name voor de zakelijke rijder is dat heel aantrekkelijk geweest. Nu zitten we in de fase van de particuliere stimulering en daarin lopen we achter op het buitenland”. In Frankrijk krijg je 5.000 euro subsidie, in Duitsland bijna 7.000 euro maar bij ons ‘slechts’ 2.950 euro. “Als je het als particulier aandurft om meer dan 40.000 euro uit te geven aan een auto, dan is dat bedrag niet wat je over de streep trekt”.
Steinbuch wil dus niet alleen ook duurdere auto’s in aanmerking laten komen voor de koopsubsidie, maar ook het betreffende bedrag verhogen. Dat zijn nogal dure wensen. Waarom moet Nederland perse het beste jongetje van de klas willen zijn als dit handen vol geld kost?
