Na ruim 6 weken van stakingen hebben ook General Motors en Stellantis overeenstemming bereikt met de UAW, de Amerikaanse vakbond voor de auto-industrie. Eerder had Ford al een akkoord gesloten met de machtige bond. Hiermee is er een einde gekomen aan de wekenlange stakingen die de 3 autofabrikanten miljarden dollars hebben gekost.
De deal met General Motors (het bedrijf achter onder meer Buick, Cadillac, Chevrolet en GMC) en Stellantis (dat in Noord Amerika de merken Chrysler, Dodge, Jeep en Ram voert), is vergelijkbaar met de eerdere akkoorden van hun concurrent Ford. Zo is er onder meer een loonsverhoging van 25 procent afgesproken. Het personeel van General Motors en Stellantis dat bij de UAW is aangesloten, moet de overeenkomst nog wel goedkeuren.
Vorige week trok zowel General Motors als Ford als gevolg van de stakingen de winstverwachting in. Volgens Ford hebben de werkonderbrekingen het bedrijf 1,3 miljard dollar (omgerekend 1,2 miljard euro) gekost. General Motors zegt dat de stakingskosten zijn opgelopen tot meer dan 800 miljoen dollar. Een woordvoerder van Stellantis spreekt van een kostenpost van omgerekend 3 miljard euro. Het gaat om de omzet die het bedrijf naar schatting is misgelopen door de werkonderbreking.
Het was voor het eerst dat personeel van de 3 grote autofabrikanten in de stad Detroit tegelijkertijd het werk neerlegden. Joe Biden, de Amerikaanse president die de eisen van de vakbond steunde, laat weten tevreden te zijn met het akkoord tussen de bond en de 3 bedrijven. Hij noemde het een historisch akkoord en sprak van “goed economisch nieuws”.
Stellantis
Ondanks de problemen die Stellantis door het loonconflict had, wist het bedrijf de omzet in het derde kwartaal met 7 procent op te voeren. Die stijging was vooral te danken aan de sterke vraag naar de elektrische auto’s van het concern. In het afgelopen kwartaal verkocht Stellantis daar 37 procent meer exemplaren van. Vooral dankzij aantrekkende verkopen van de Citroën ë-Berlingo en door de introductie van de Jeep Avenger.
Stellantis, dat ook onder meer de automerken Alfa Romeo, Opel en Peugeot bezit, is optimistischer geworden over de verkopen op de Noord-Amerikaanse en Europese markten. In Zuid-Amerika denkt het bedrijf minder te verkopen dan eerder verwacht.
