In Nederland reden begin dit jaar al ruim een half miljoen elektrische auto’s. Daarvan is de helft in het bezit van particulieren. Daarbij gaat het opvallend vaak op man tussen de 40 en 60 met veelal een hoog inkomen.
Dat blijkt uit cijfers van het CBS. Het statistiekbureau telde begin dit jaar 511.000 auto’s met een stekker. Dan gaat het zowel om plug-in hybride modellen als om volledig elektrische personenwagens. Daarvan staat er circa 235.000 stuks op naam van particulieren. Zoals gezegd gaat het daarbij veelal om mannen en dan vooral van middelbare leeftijd: van alle particuliere eigenaren van een elektrische auto is 77 procent een man van tussen de 40 en de 60. Ook blijkt uit onderzoek van het CBS dat deze groep een bovengemiddeld grote interesse heeft in elektrische auto’s.
Onder 40-minners en 60-plussers is het autobezit beduidend lager, ook als het om een elektrisch exemplaar gaat. Het CBS heeft ook gekeken naar het verband tussen inkomen en autobezit. Daaruit blijkt dat van de 25 procent Nederlanders met het laagste inkomen 41,7 procent een auto heeft. Bij de 25 procent met de hoogste inkomens is dit ruim 2 keer zoveel (85 procent). Als enkel wordt gekeken naar stekkerauto’s, is het verschil nog groter.
De 3 gemeenten met de meeste eigenaren van een elektrische auto zijn respectievelijk Rozendaal (5,8 procent), Laren (4,8 procent) en Blaricum (4,5 procent). In Heerlen woonden in verhouding de minste huishoudens met een stekkermodel: 0,7 procent. Daarna volgden Pekela en Brunssum met ieder 0,8 procent.
