Sneller dan verwacht zal het goedkoper zijn voor een fabrikant om elektrische auto’s te bouwen dan modellen met een benzine- of dieselmotor. Volgens onderzoeksbureau Gartner zal dit omslagpunt in 2027 worden bereikt. Vooral Gigacasting, waarmee Tesla de primeur had, kan hierbij de doorslag geven.
Onderzoeks- en adviesbureau Gartner heeft onderzocht hoe het zit met de betaalbaarheid van elektrische auto’s. Niet zozeer voor de eindklant, maar voor de fabrikant. Volgens het wereldwijd opererende bureau zullen de productiekosten de komende jaren zó sterk dalen dat het vanaf 2027 goedkoper is om alleen nog maar elektrische auto’s te bouwen. De consument zal daar evenwel een stokje voor steken, want die lijkt in diverse wereldregio’s echter nog lang niet klaar voor de overstap naar een emissievrije personenwagen.
De kosten van batterijen bevinden zich al enkele jaren in een vrije val, maar het geld dat autofabrikanten nu nog kwijt zijn aan de bouw van elektrische personenwagens zal de komende jaren nog sterker gaan dalen. Dat is vooral te danken aan nieuwe productie technieken zoals Gigacasting (hiermee worden grote delen van de carrosserie in één stuk geperst). Met deze bouwmethode kan vlot 20 procent bespaard worden op de kosten. De kostprijs van elektrische auto’s kan verder verlaagd worden door de batterij een structureel deel van het platform te maken.
Een ander, kostenbesparend voordeel is dat platforms voor elektrische auto’s zeer modulair zijn. Er kan niet alleen ongekend veel worden gevarieerd met zaken als wielbasis, overhang en spoorbreedte, maar maar met de kracht van de motoren en het formaat van het accupakket (oftewel de range). Daardoor kunnen autofabrikanten technisch gezien één assemblagelijn gebruiken voor een breed gamma aan modellen. Daar komt bij dat een elektromotor minder onderdelen kent dan een benzine- of dieselunit, en er complexe (automatische) versnellingsbak (met een dubbele koppeling) niet nodig is. Dat zorgt dus ook voor langere kosten.
Een en ander betekent niet dat elektrische auto’s in 2027 spotgoedkoop zullen zijn. De investeringen die autofabrikanten moeten doen om een en andere te realiseren, moeten eerst terugverdiend worden. Die kosten worden de komende jaren doorberekend aan de klant, mits de concurrentieverhoudingen dat natuurlijk toelaten. Chinese auto’s zouden kunnen zorgen voor prijsdruk, maar het ziet er naar uit dat die in de toekomst niet langer vrijelijk (althans, niet met het huidige kostenplaatje) hun modellen kunnen exporteren naar Europa vanwege een dreigende importheffing.
Zoiets verstoort de marktwerking zou je denken en in zekere zin is dat ook niet zo, maar als men in China niet bereid is om het spel eerlijk te spelen, dan houdt het op. Wij zijn hier in Europa niet gekke Henkie. Maar ook zonder importheffing op auto’s uit China zal de prijsdruk toenemen. Dat komt doordat er veel nieuwkomers op de markt zijn verschenen die de traditionele fabrikanten dwingen om te innoveren. Tesla is daar het beste voorbeeld van. “Dit betekent dat elektrische auto’s sneller dan wij eerst dachten net zo goedkoop worden als conventionele modellen die op benzine rijden”, aldus Pedro Pacheco, vice president bij Gartner.
Gartner stelt al met al dat de productiekosten van een auto met verbrandingsmotor vanaf 2027 niet langer lager zullen uitvallen dan die van een vergelijkbaar elektrisch model. Het onderzoeksbureau waarschuwt echter dat de reparatiekosten van elektrische auto’s met 30 procent kunnen stijgen. Dat komt doordat dergelijke modellen gevoeliger zijn voor grotere schades. Volgens Gartner mag de verlaging van de productiekosten niet teniet worden gedaan door hogere reparatiekosten omdat consumenten het dan alsnog zullen vertikken om mee te werken aan de transitie naar elektrische mobiliteit. Immers, zij dreigen geconfronteerd te worden met hogere verzekeringspremies. Autointernationaal.nl onthulde vorige week al dat daar in Groot-Brittannië reeds sprake van is. Daar zijn bepaalde elektrische auto’s nauwelijks nog te verzekeren zijn, juist vanwege die hoge reparatiekosten.
Het onderzoeksbureau voorspelt dat het aantal elektrische auto’s in 2025 wereldwijd zal uitkomen op 20,6 miljoen exemplaren. Dit jaar zal de eindteller een stand van 18 miljoen stuks laten zien. Gartner verwacht dat de autobranche de komende jaren verder zal consolideren. “We gaan van een goudkoorts naar een survival of the fittest”, stelt Pacheco. Hij voorspelt dat 15 procent van de start-ups die afgelopen decennium zijn opgericht om elektrische auto’s te bouwen, vóór 2027 zullen worden overgenomen of failliet zullen gaan. “Dit betekent niet dat de branche instort. Het betreedt eenvoudigweg een nieuwe fase waarin alleen bedrijven met de beste modellen en service zullen overleven”, aldus Pacheco. Een goed voorbeeld van deze ontwikkeling van Fisker dat niet zelfstandig lijkt te kunnen overleven en dat nu mogelijk een geldinjectie van Nissan krijgt in ruil voor de productierechten op een ontwerp voor een elektrische pick-up. Een ander voorbeeld is de Duitse producent van elektrische stadsauto’s, eGo. Dit bedrijf heeft nu voor de tweede keer uitstel van betaling moeten aanvragen.
Bij dit verhaal moet de kanttekening worden verplaatst dat wij in Nederland te maken hebben met een wat vertekend marktbeeld. Dat komt doordat de prijs van elektrische auto’s bij ons in vergelijking met die van modellen met een verbrandingsmotor relatief laag is omdat er geen BPM afgedragen hoeft te worden. In veel andere landen is het prijsverschil veel groter. Concurrenten van Tesla die de zogeheten Gigacasting productiemethode inmiddels omarmd hebben, zijn onder andere Toyota en Volvo. Opvallend is dat men in Wolfsburg hier nog niet in wil investeren. Naast geld speelt ook mogelijke arbeidsonrust in de bestaande fabrieken van de Volkswagen Groep hierbij een rol. Maar deze keuze kan de Duitsers in de toekomst nog lelijk gaan opbreken.
