Zowel de omzet als de winst staan onder druk bij BYD, de grootste Chinese fabrikant van elektrische auto’s. Analisten noemen de prijzenoorlog op de thuismarkt als oorzaak.
Net als haar Amerikaanse rivaal Tesla heeft BYD een mager kwartaal achter de rug. Het enige verschil is dat bij de Chinese fabrikant in de eerste 3 maanden van dit jaar nog sprake was van een bescheiden groei. Bij Tesla was dat niet het geval. Deze autofabrikant moest in het eerste kwartaal zijn eerste omzetdaling in 4 jaar incasseren.

Bij BYD groeide de omzet met 4 procent tot 124,9 miljard yuan. Dat is de kleinste stijging sinds 2022. Bij de nettowinst is sprake van dezelfde situatie. Die nam weliswaar met 10,6 procent toe tot 4,57 miljard yuan (omgerekend 600 miljoen euro), maar er is sprake van de laagste groei in 4 jaar tijd. De resultaten van BYD blijven ver achter bij de verwachtingen van analisten.
Dat het BYD wat minder voor de wind gaat, heeft 2 oorzaken. Enerzijds lijkt de autofabrikant alles uit de kast te halen om zich bij de consument in de kijker te spelen met duurdere modellen. Zo werd op de autoshow in Beijing de U7 gepresenteerd, het derde model van BYD’s ultraluxe merk Yangwang. Tegelijk beleefde de eerste sedan van een ander premium merk, Denza, zijn showdebuut. BYD wil daarmee de aanval openen op Porsche. En alosof dit nog niet genoeg is, wordt er nóg een luxe merk opgetuigd: Fang Cheng Bao.
Maar deze scherpere focus op de hogere autoklasse kost handen vol geld. De aanhoudende prijzenoorlog in het volumesegment komt voor BYD daarom op een ongelegen moment. Die wordt veroorzaakt doordat de vraag naar elektrische auto’s op diverse afzetmarkten stagneert. Om reeds gebouwde voertuigen toch te kunnen slijten, is het prijzenoffensief in China geïntensiveerd. Analisten denken dat er sprake is van een langdurig gevecht omdat vrijwel alle fabrikanten (het gaat om meer dan 40 bedrijven) kampen met een grote voorraad onverkochte auto’s.
BYD kan niet anders dan reageren en geeft sinds februari op de meeste modellen een korting van 5 tot 20 procent. Alleen zo kan het marktaandeel worden beschermd, zo is de redenatie. Het goedkoopste model van BYD, een compacte elektrische hatchback genaamd Seagull, kan in China nu al worden aangeschaft voor 69.800 yuan (ongeveer 9.000 euro). Omdat ook de middenklassers van het merk in prijs zijn verlaagd, verliezen gevestigde westerse automerken als Volkswagen en Tesla (dat vorig jaar de prijzenoorlog ontketende) zienderogen marktaandeel. Zij kunnen niet anders dan hun prijzen verder verlagen.
De vrees is nu dat BYD de auto’s die zij in China niet kwijt kan, op Westerse markten zal dumpen. Export is namelijk nog wel (zeer) winstgevend. Vorig jaar zette BYD liefst 153 procent meer auto’s op de boot; net geen 100.000 exemplaren. Maar op de korte termijn vallen de grootste slachtoffers in eigen land: Chinese leveranciers van auto-onderdelen. Zij worden door de grote fabrikanten zonder genade tegen elkaar uitgespeeld. BYD doet daar volop aan mee. Sloot de Chinese autoreus tot voor kort nog leveringscontracten voor 2 tot 3 jaar, nu doet zij dat nog slechts voor 6 maanden.
Inmiddels wordt de ‘tsunami’ van elektrische auto’s uit China in Europa zichtbaar. Autointernationaal.nl heeft er al diverse keren over bericht dat die onze havens dreigen te overspoelen. BYD lijkt daarbij een hoofdrol te spelen. China heeft een productiecapaciteit van 40 miljoen auto’s per jaar, maar kan daarvan momenteel amper 22 miljoen exemplaren in eigen land verkopen, zo berekende het Chinese adviesbureau Automobility. Anders gezegd: de 100.000 personenwagens die BYD vorig jaar exporteerde, zijn dus nog maar het begin.
Als reactie op het dumpen van elektrische auto’s die Chinese fabrikanten in eigen land niet kwijt kunnen, wordt nu geopperd om in de Europese Unie het importtarief te verhogen van 15 procent naar 30 procent. Maar Autointernationaal.nl heeft eerder al cijfers laten zien waaruit blijkt dat bedrijven als BYD dit met hun dikke winstmarge op de export moeiteloos kunnen opvangen. De fabrikanten uit China zullen pas écht pijn voelen als de invoerbelasting verhoogd wordt naar minimaal 50 procent. Het is de vraag of men in Brussel zo ver zal durven gaan.
