Na de mislukte onderhandelingen met Renault waagt Volkswagen de gok om op eigen kracht een elektrisch instapmodel te ontwerpen en te produceren.
Voor Volkswagen is het waarschijnlijk de belangrijkste elektrische auto van de komende jaren en nu is er een besluit gevallen over het project dat de werktitel ‘Amsterdam’ heeft gekregen. Het compacte model moet vanaf 2027 voor nog geen 20.000 euro te koop zijn. De Raad van Commissarissen van de Volkswagen Groep heeft aan Oliver Blume, de CEO, groen licht gegeven voor de elektrische instapper dat primair is bestemd voor Europa.

Thomas Schäfer (foto), de chef van de personenwagen divisie van Volkswagen, zegt over de beslissing: “Onze merkbelofte is: elektrische mobiliteit voor iedereen. Volkswagen implementeert dit nu”. Het is nog onduidelijk waar de kleine auto gebouwd gaat worden. Ook is nog niet zeker of bijvoorbeeld Seat en Skoda een eigen versie in hun portfolio krijgen. In de wandelgangen van het hoofdkantoor van Volkswagen valt te vernemen dat een Tsjechische pendant waarschijnlijk wordt geacht.
Binnen de Volkswagen Groep is maandenlang discussie gevoerd over het voertuig, dat conform de nomenclatuur van VW’s eerdere elektrische modellen “ID.1” zou kunnen heten. Aanvankelijk werd het vormen van een alliantie met Renault voor de ontwikkeling en de productie van de kleine auto als een mogelijke optie beschouwd. Door interne weerstand mislukte dit echter. Onderhandelaars zeiden dat de ondernemingsraad van Volkswagen kritisch stond tegenover een alliantie met de Fransen omdat die de leidende rol in het project zou hebben gekregen.
Daniela Cavallo, hoofd van de ondernemingsraad van de Volkswagen Groep, verwelkomt het besluit van de Raad van Commissarissen om zelfstandig het avontuur aan te gaan. “Als het om elektromobiliteit gaat, moet het doel van het bedrijf blijven om met zijn volume merken eigen instapmodellen aan te bieden in de lagere prijsklasse”, zo staat er in een verklaring van hem. “Het is dan ook volkomen juist om de ontwikkeling en productie van een dergelijk voertuig ook in de toekomst als een zelfstandige kerntaak te blijven zien”.
Het besluit om niet mee te liften op de bagagedrager van Renault is een bevrijdende zet voor Volkswagen, aangezien de Chinese fabrikant BYD onlangs bekendmaakte haar elektrische instapmodel Seagull ook in Europa aan te bieden voor een prijs onder de 20.000 euro. In Wolfsburg kan men nu zelfstandig met het juiste antwoord op deze auto. Ook denkt Volkswagen op deze manier Stellantis beter van repliek te kunnen dienen. Die concurrent wil een kleine elektrische auto van zijn Chinese partner Leapmotor in Europa gaan produceren en verkopen.
Maar het blijft onduidelijk hoe het in Wolfsburg gevestigde bedrijf precies geld wil verdienen in wat als een onrendabel segment wordt beschouwd. Tot nu toe heeft Wolfsburg officieel altijd over het project gezegd: “Alle mogelijke scenario’s zijn afhankelijk van de financiële haalbaarheid en zullen zorgvuldig worden geëvalueerd vóór een mogelijke uitbreiding van het product portfolio”. Tot nu toe zijn de elektrische auto’s van Volkswagen voor veel klanten te duur. Het kleinste type, de ID.3, kost momenteel 39.990 euro. Eind 2025 gaan de merken Volkswagen, Skoda en Cupra in Spanje weliswaar een kwartet kleine elektrische modellen, maar die worden niet goedkoper dan 25.000 à 27.000 euro. Dat is niet alleen te veel geld om de BYD Seagull te kunnen beconcurreren, ook de nieuwe Citroën ë-C3 is een stuk goedkoper.
