Veel Europese automedia hebben, al dan niet uit eigenbelang, een nogal naïeve houding ten aanzien van China en haar economische agenda, waarin een prominente plek is gereserveerd voor de auto-industrie. In Brussel houden zij zich liever bezig met het verbieden van rookworst omdat niet uit de sluiten valt dat het rookaroma kankerverwekkend zou kunnen zijn (al is daar geen hard bewijs voor).
Hoe anders in dat in de Verenigde Staten. Daar stelde de regering van president Joe Biden afgelopen week een importheffing van 100 procent in voor auto’s uit China. De Amerikanen willen niet dat dit Aziatische land met haar agressieve wereldvisie hun auto-industrie gaat decimeren; een scenario dat in Europa realiteit zal worden als er niet één front gevormd wordt. En dat zit er niet in zolang Duitse autofabrikanten niet bereid zijn om verder te kijken dan hun neus lang is.
Het is de Amerikanen niet enkel te doen om de gevolgen voor de werkgelegenheid indien bedrijven als BYD met financiële steun van de Chinese regering hun plan kunnen uitvoeren: vernietiging van Westerse branchegenoten. De regering-Biden onderzoekt op dit moment ook het potentiële gevaar van zogeheten ‘connected’ voertuigen uit het Aziatische land. Dat zijn auto’s die min of meer permanent in verbinding staan met het hoofdkantoor van de Chinese autofabrikant. Connected voertuigen staan de laatste tijd volop in de belangstelling omdat hun dataverbinding kan worden gebruikt om draadloos updates te versturen. De klant hoeft daarvoor dus niet bij de dealer langs. Reuze handig dus, maar de dataverbinding kan eenvoudig ook worden gebruikt voor de verzending van grote hoeveelheden data. Welke gegevens dat precies zijn en waarvoor ze in China worden gebruikt, is niet duidelijk.
In Brussel lijkt men zich daar weinig zorgen over te maken. Daar is men zoals gezegd van mening dat er belangrijkere kwesties zijn. Maar de eerste resultaten van een Amerikaans onderzoek dat in februari werd opgestart, zijn dermate alarmerend dat de minister van Handel van de Verenigde Staten, Gina Raimondo, nu al tot actie wil overgaan. Zij stelt dat auto’s die met China verbonden zijn een bedreiging zijn: “Ze vormen een gevaar voor de nationale veiligheid”.
De regering-Biden overweegt daarom drastische maatregelen. Een van de opties is een verkoopverbod voor auto’s die gegevens met Chinese servers uitwisselen. In de Verenigde Staten zijn nu nog niet zoveel modellen uit het Aziatische land te koop als in Europa (zo zijn BYD en Nio er momenteel nog niet actief), maar de Polestar 2 is er al een tijd verkrijgbaar en een ander dochterbedrijf van het Chinese Geely concern, Volvo, wil komende zomer starten met de levering van de EX30 aan Amerikanen. Die auto rolt in Zhangjiakou van de band.
Het dreigende verkoopverbod kan er toe leiden dat Polestar, Volvo en andere autofabrikanten die in China geproduceerde modellen op de Amerikaanse markt (willen) verkopen eieren voor hun geld kiezen. Bijvoorbeeld door de internetverbinding uit te schakelen. Hetgeen betekent dat de klant voor software-updates alsnog naar de dealer moet. Daarmee vervalt een koopargument, maar daar zullen de Amerikanen niet rouwig om zijn.
