Het is officieel: Leapmotor start nog dit jaar met de verkoop van auto’s in Europa. Dat doet het Chinese merk onder de paraplu van Stellantis. Dit Frans/Italiaanse concern heeft zich ingekocht bij de Aziatische collega vanuit de geachte: ‘if you cannot beat them, joint them’. Vanaf september moeten de Leapmotor modellen T03 (zie hoofdfoto) en C10 in 9 Europese landen te koop zijn, waaronder Nederland.
Leapmotor is sinds 2015 actief op haar Chinese thuismarkt. Het is niet oneerbiedig bedoeld een ’tweede garnituur’ autofabrikant, waarmee bedoeld wordt dat het merk vergeleken bij BYD, de Geely Groep en SAIC Motor (eigenaar van MG) een kleine speler is. Juist over die wat kleinere Chinese spelers zijn twijfels of die het zelfstandig gaan redden op een markt die gekenmerkt wordt door overcapaciteit. Het aanbod van Stellantis om zich in te kopen, werd dus met open armen ontvangen. Het Frans/Italiaanse concern zal Leapmotor in het Oude Continent op de rails zetten. In eerste instantie gaat dat met 2 modellen gebeuren.

Zowel de T03 als de C10 beschikken, je raadt het al, over een elektrische aandrijflijn. Het laatste model is een elektrische SUV voor het D-segment, hetgeen betekent dat deze Leapmotor een concurrent is voor onder andere de Tesla Model Y en de Volkswagen ID.4. Naar goed Chinees gebruik is er sprake van een tamelijk generisch design (zie onderstaande foto), hetgeen op zich een goede manier is om zo weinig mogelijk Europese consumenten tegen het hoofd te stoten, maar het model tegelijkertijd net zo inwisselbaar maakt als wasmiddel. Onder het anonieme koetswerk bevindt zich een 231 pk sterke elektromotor en een accu van 53 of 70 kWh. Met de laatste batterij moet de C10 een WLTP-rijbereik van 420 kilometer kunnen realiseren. Van die actieradius zal men bij Tesla niet wakker liggen, maar op een ander gebied heeft de C10 wel een streepje voor: hij biedt plek aan 7 personen.

Een veel duidelijker eigen gezicht, al is het alleen maar omdat hij amper concurrenten heeft, is de Leapmotor T03. Die is een flinke slag kleiner en gaat in het A-segment opereren. Door je wimpers kijkend zou je er een vleugje Renault Twingo Electric of Smart Forfour EQ in kunnen zien. De techniek is echter totaal verschillend. De T03 is namelijk voorzien van een elektromotortje dat 100 pk kan mobiliseren en een accu van 36,5 kWh. Dat is voldoende voor een rij bereik van 265 kilometer; genoeg om de Dacia Spring het vuur aan de schenen te leggen. In tegenstelling tot deze rivaal van de Renault Groep (en de C10) zal de T03 (zie ook foto hieronder) op Europese bodem gebouwd worden, namelijk in de Stellantis fabriek in het Poolse Tychy. Daar loopt nu nog de Fiat 500 met benzine motor van de band, maar dat model zal op korte termijn worden gesaneerd.

Het inrichten van een productielijn in een Europese fabriek toont aan dat Leapmotor ‘here to stay’ is. Dat wordt nog duidelijker wanneer je de toekomstplannen van het merk bekijkt. Zo moeten de C10 en de T03 al volgend jaar gezelschap krijgen van de C11; een elektrische SUV die onder de C10 in het gamma komt en derhalve voor het C-segment is bestemd. In 2026 kunnen wij een 2-tal emissievrije hatchbacks voor het B- en C-segment verwachten. Het jaar daarop komt Leapmotor met een elektrische SUV voor het B-segment.

Leapmotor begint dit jaar in Europa in 9 landen: Frankrijk, Duitsland, Nederland, Italië, Spanje, Portugal, Griekenland, Roemenië en België. Iets later volgen dan nog Australië, Brazilië, Chili, India, Israël, Maleisië, Nieuw-Zeeland, Thailand, Turkije en enkele landen in het Midden-Oosten. In ons land gaan de orderboeken voor de C10 en T03 al in september open. Beide Leapmotor modellen gaan verkocht worden vanuit Stellantis showrooms die ook de auto’s van de overige merken van het concern te bewonderen zijn. In eerste instantie krijgen de Chinezen op deze manier 200 Europese verkooppunten, uit te breiden naar 500 in 2026. Leapmotor doet nog geen mededelingen over wat de C10 en de T03 gaan kosten, maar als we Stellantis (dat 51 procent van de aandelen in de speciaal voor de Europese verkoopactiviteiten opgerichte joint venture in handen heeft) mogen geloven, worden de prijzen “competitief”. Het merk heeft dus geen premium aspiraties en dat is maar goed ook, want dergelijke merken heeft Stellantis al meer dan voldoende in haar portefeuille.
