In het eerste kwartaal zijn er door autobedrijven 359.689 occasions verkocht aan particulieren. Dat is een stijging van 9,2 procent in vergelijking met de eerste 3 maanden van 2023. De markt draait dus goed, maar er zijn wel zorgen over de grote voorraad occasions. Sinds 2021 stonden er er niet eerder zoveel exemplaren te koop.
Anders gezegd: autobedrijven zouden het niet verkeerd hebben gevonden als de groei van de occasionverkopen in het eerste kwartaal nóg wat hoger was uitgevallen. Maar aan de vraagzijde valt ondanks de plus van 9,2 procent toch enige aarzeling te bespeuren. Dat komt doordat door de inflatie tweedehands auto’s nu duurder zijn dan een paar jaar geleden. Menig occasionklant hikt aan tegen vraagprijzen van 15.000 tot 16.000 euro. Vooral jongeren zijn wat terughoudender geworden. Het grootste deel van de kopers van een tweedehands auto is tussen de 35 en 70 jaar. Daar zit genoeg geld en die groep wil het ook wel uitgeven.
Dit jaar komen er massaal elektrische auto’s met een lage bijtelling terug uit de lease. Dat zal voor extra druk zorgen op de huidige voorraad aan onverkochte occasions. Veel autobedrijven zien de bui al hangen omdat er momenteel ontzettend weinig vraag naar elektrische tweedehands exemplaren is. Dat komt niet in de laatste plaats door de onvoorspelbaarheid in het overheidsbeleid. Diverse autobedrijven hebben vorig jaar geld verloren op elektrische occasions. Dat maakt hen erg voorzichtig om extra exemplaren in te kopen. Autobedrijven spreken van een lastige markt, terwijl de vraag naar occasions met een benzinemotor heel groot is.
De algehele verwachting is dat het gros van de elektrische auto’s die dit jaar uit de lease komen, geëxporteerd gaan worden. In eigen land kan private lease van tweedehands exemplaren enige verlichting brengen, al weet niemand hoe hoog de restwaarde over 5 jaar zal zijn. Dat maakt scherp calculeren lastig. De restwaarden zullen logischerwijs alleen maar verder onder druk komen te staan als er meer tweedehands elektrische auto’s op de markt verschijnen.
Met name oudere elektrische occasions zijn nu lastig te slijten. Bijvoorbeeld de Volkswagen e-Golf. Daar is nul interesse voor. Ook de ID.3 van Volkswagen (foto) is lastig om te slijten. Verder valt op dat de Hyundai Kona Electric het op de occasionmarkt relatief slechter doet dan de technisch identieke, en qua formaat vergelijkbare Kia Niro EV. Met het slijten van dieselmodellen ondervinden autobedrijven weinig problemen. Daar zit de bottleneck in de aanvoer, want het valt de branche op dat we steeds minder exemplaren aangeboden krijgen. De overheid in in haar beleid dus negatiever over diesels dan de consument.
De Nederlandse automarkt is er een waarin permanent verstoringen zijn als gevolg van overheidsingrijpen. In 2025 staan er weer grote wijzigingen op de rol. Zo zullen plug-in hybride modellen naar verwachting gemiddeld zo’n 10.000 euro duurder worden. Die onzekerheid voelt de consument. Die is sowieso niet happig op gebruikte PHEV modellen omdat de onderhoudskosten relatief hoog zijn. Gezien de dubbele techniek is dat natuurlijk niet verwonderlijk.
Na de gouden coronajaren zijn er nu dus talloze redenen voor de occasionhandel om te klagen. De autobranche is van mening dat dit vooral door overheidsingrijpen komt. Daardoor ligt de markt voor gebruikte elektrische auto’s op zijn gat. Particulieren die nu een tweedehands dieselmodel in te ruilen hebben, kunnen momenteel juist goede zaken doen.
