Door de geringe vraag naar tweedehands elektrische auto’s is de restwaarde van leasewagens veel lager dan verwacht. Dit probleem doet zich nu ook in België voor. Voor een Tesla Model 3 kan het verschil oplopen tot 10.000 euro.
De prijzen van elektrische occasions kelderen, want er komen er ook bij onze zuiderburen steeds meer bij, terwijl de particulier ze nog niet aandurft. Volgens marktanalisten van Indicata kan deze situatie makkelijk tot 2030 duren.
Het gevolg is dat het momenteel barre tijden zijn voor verkopers van tweedehands elektrische auto’s. De prijzen van dergelijke auto’s bevinden zich immers in een vrije val. Een van de handelaren verzucht: “Voor een Tesla Model 3 met 120.000 kilometer op de teller van 4 jaar oud rekende ik eigenlijk op een restwaarde van ongeveer 45 procent van de nieuwprijs. Maar veilingen leveren substantieel minder op: slechts 30 tot 35 procent van de nieuwprijs”.
Uit onderzoek blijkt dat in België de prijs van een tweedehands elektrische auto sinds begin vorig jaar met bijna een kwart gedaald is. Bij occasions met een benzinemotor was dat in dezelfde periode slechts 10 procent. Naar de oorzaak is het niet lang zoeken: terwijl het aanbod groeit, blijft de vraag achter. Hierbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat de prijzen van tweedehands auto’s zich direct na de coronacrisis en de daaruit resulterende chiptekorten op recordhoogte bevonden. Nu autofabrikanten niet meer kampen met leveringsproblemen, normaliseren ook de prijzen van occasions.
Met name voor elektrische auto’s die afkomstig zijn van leasebedrijven zijn echter nauwelijks kopers te vinden. Handelaren melden dat het gemiddeld 129 dagen kost om een tweedehands exemplaar verkocht te krijgen. Dit speelt in iets mindere mate ook voor plug-in hybride auto’s. Ter vergelijking: een dieselmodel wordt 2 keer zo snel verkocht.
De tweedehandsmarkt bestaat in België voor 80 tot 85 procent uit particulieren en die aarzelen over de aanschaf van een elektrische auto. Niet onterecht, want van de week werd bekend dat grote aantallen Amerikanen en Duitsers spijt hebben van hun aanschaf en voornemens zijn om, de volgende keer dat de aanschaf van een andere auto aan de orde is, weer terug te keren naar een benzine- of dieselmodel.
Het probleem speelt niet alleen bij de Tesla Model 3. Ook duurdere elektrische leasewagens die nu de occasionmarkt opkomen, zoals de Mercedes EQS of de BMW iX, zijn voor de meeste particulieren niet aantrekkelijk. Ze zijn niet alleen onhandig groot, maar ook te duur. Occasionkopers zouden wel oren hebben naar een kleine gebruikte elektrische auto, maar het aanbod daarvan is vooralsnog beperkt. Bovendien moeten die niet te oud zijn, want anders haakt de occasionkoper alsnog af vanwege twijfels over de capaciteit van de batterij. Als een deel daarvan verloren is gegaan tijdens het gebruik door de eerste eigenaar, dan blijft er voor modellen die op papier 360 kilometer ver kunnen komen op een acculading (maar in de praktijk is het rij bereik in nieuwstaat vaak al beperkt tot 240 kilometer) maar weinig over. Dat schrikt mensen af.
Wat ook niet helpt, is dat fabrikanten continue bezig lijken te zijn met het verlagen van de prijzen van nieuwe elektrische modellen. Dat doet zich over de hele linie, van Ford tot Volkswagen voor. Hierbij wordt met de beschuldigende vinger richting Tesla gewezen omdat die vorig jaar begonnen is met de prijzenslag, maar dat is niet helemaal terecht: de consument heeft gewoon geen zin om een Renault Mégane E-Tech voor 46 mille te kopen, of een Nissan Ariya die 57 mille moet opbrengen. Deze elektrische auto’s zijn na hun introductie dan ook noodgedwongen flink in prijs verlaagd. Of neem de Opel Corsa Electric. Die kostte als Launch Edition nog 34.999 euro, maar mag nu al weg voor 30.949 euro. Dat zet natuurlijk ook de prijzen van gebruikte exemplaren onder druk.
Opel heeft de instapprijs van de Corsa Electric verlaagd om geen klanten kwijt te raken aan merken die een goedkoper elektrisch model aan hun gamma hebben toegevoegd, zoals Citroën (ë-C3), Dacia (Spring) en Renault (5 E-Tech). In de startblokken staan goed betaalbare instappers van Hyundai en Leapmotor klaar. Voor een elektrische auto van pakweg 20 à 25 mille is de automobilist dus niet langer aangewezen op de occasionmarkt. En dat is merkbaar aan de prijzen. Die zakken snel. Marktanalisten verwachten dan ook dat de prijsdaling van gebruikte elektrische auto’s zullen aanhouden.
Een einde van de prijsdaling op de markt voor tweedehands elektrische auto’s is dus voorlopig nog niet in zicht. Ook omdat nieuwe elektrische auto’s snel goedkoper zullen worden. Zo bestudeert Stellantis momenteel de mogelijkheid om de Fiat 500e te voorzien van een LFP batterij. Als dat lukt, dan kan de nieuwprijs van dit model fors worden verlaagd. Met als gevolg dat tweedehands exemplaren van de Fiat 500e minder geld zullen opbrengen. Deskundigen verwachten dan ook dat de prijsdaling van gebruikte elektrische auto’s zal aanhouden tot het eind van het decennium.
De situatie zadelt leasebedrijven met een probleem op. Zij bepalen hun maandelijkse tarieven grotendeels op basis van de geschatte restwaarde van de auto aan het einde van het leasecontract. Die ramingen blijken nu te hoog te zijn: door de prijsdalingen levert een Tesla Model 3 een leasemaatschappij tot 10.000 euro minder restwaarde op dan verwacht. Hetzelfde probleem speelt bij Lynk & Co. Dat zette de 01 tegen zeer scherpe abonnementstarieven in de markt, in de verwachting dat het wel los zou lopen met de afschrijving. Dat blijkt niet het geval te zijn.
Verkoop van elektrische auto’s in het buitenland als de inruilwaarde hier tegenvalt, is niet echt een optie. Voor modellen met een benzine- of dieselmotor is dit geen probleem. Die ‘lust’ iedereen in heel Europa. Maar buiten Noorwegen, Nederland en Vlaanderen is er elders geen sprake van een behoorlijke laadinfrastructuur. Dat beperkt het afzetpotentieel van voormalige elektrische leasewagens in Midden- en Oost-Europa aanzienlijk.
Het betekent dat leasebedrijven voorzichtiger worden met het inschatten van restwaardes. Dat drijft onvermijdelijk de tarieven van elektrische auto’s op. Met als gevolg dat werknemers die in aanmerking komen voor een leasewagen nu vaker voor een benzine- of dieselmodel opteren dan 3 à 4 jaar geleden. Dat is vervelend voor mensen die van mening zijn dat de elektrificatie van het wagenpark niet snel genoeg kan gaan, maar bedrijfseconomisch wel beter. Minder nieuwe elektrische leaseauto’s betekent medio 2028 of 2029 minder aanbod op de occasionmarkt. Dat zal er voor kunnen zorgen dat de prijzen kunnen stabiliseren.
