De eerste ‘onderhandelingsronde’ met Stellantis over de onbetrouwbaarheid van de 1.2 PureTech motor is voorbij. Tot een oplossing heeft het overleg niet geleid. De advocaat die verantwoordelijk is voor de ‘Class Action’ namens gedupeerden met een Stellantis auto die voorzien is van de 1.2 PureTech motor zegt met zijn vuist op tafel te slaan. Hij acht de tegemoetkomingen die de autofabrikant gedaan heeft onaanvaardbaar en is van plan om in september juridische stappen te ondernemen, na een laatste overleg met zijn cliënten.
De PureTech-affaire neemt daarmee een nieuwe wending. De kwestie sleept al jaren en Autointernationaal.nl heeft al regelmatig bericht over de fragiliteit van de 1,2 liter 3 cilinder benzinemotor. Het ontwerp van de PureTech (EB2) krachtbron die in 2012 werd gelanceerd, deugt niet. Het gevolg is talrijke betrouwbaarheidsproblemen: overmatig olieverbruik, het voortijdig branden van het diagnoselampje van de motor, verstopping van de cilinderkop, voortijdige slijtage van de distributieriem die kan leiden tot een ’total loss’ van het motorblok … het zijn problemen die eigenaren van talrijke modellen van Citroën, DS, Opel en Peugeot (allemaal lid van de Stellantis familie) tegen kunnen komen. Een voorzichtige raming is dat meer dan 1 miljoen auto’s in Europa die zijn uitgerust met de 3 cilinder benzinemotor kampen met deze mechanische ellende. In Frankrijk hebben benadeelde eigenaren zich georganiseerd in het kader van een zogeheten Class Action rechtszaak tegen Stellantis. Zij hebben hiertoe Christophe Lèguevaques, advocaat in Parijs, in de arm genomen. Die onderhandelt sinds maart met de autofabrikant, maar tot nu toe zonder bevredigend resultaat voor de gedupeerden. Nu volgen er juridische stappen.

De collectieve actie ging op 3 oktober jl. van start. Nadat de doelstelling van 1.000 deelnemers die Lèguevaques (foto) zichzelf had gesteld ruimschoots was overschreden, stuurde de advocaat op 1 februari 2024 een aanmaningsbrief naar Stellantis met het oog op het verkrijgen van een schadevergoeding voor zijn cliënten en het betalen van de reparaties aan hun voertuigen. Op 29 februari liet het autoconcern weten dat het open stond voor een dialoog om te proberen een uitkomst in deze kwestie te vinden. Sindsdien zijn er gesprekken gestart via het Parijse advocatenkantoor Bredin Prat dat de belangen van de Frans-Italiaans-Amerikaanse groep behartigt. Na 3 maanden van discussies en 3 bijeenkomsten werd het standpunt van de partijen duidelijk.
Lèguevaques geeft aan dat hij een mandaat heeft gekregen om voor elk van zijn klanten een geldelijke compensatie te verkrijgen, naast de reparatie van hun voertuig. Als onderdeel van de onderhandelingen wilde Stellantis echter niet verder gaan dan verlengingen van de garantie en betaling van de bedragen die klanten nog moesten voldoen voor de vervanging van hun onherstelbaar beschadigde motor. Dit alles met de bedoeling een label te creëren dat bedoeld is om de waarde van deze voertuigen op de tweedehandsmarkt te behouden door potentiële kopers gerust te stellen bij wederverkoop. Maar Stellantis koppelde beperkende voorwaarden aan haar bod. Het voertuigonderhoud moest binnen het eigen dealernetwerk zijn uitgevoerd. Bovendien vallen alleen motorstoringen die ontstaan zijn na 1 januari 2022 onder een volledige dekkingsaanbieding. Effectief betekent dit dat heel veel eigenaren van een Citroën, DS, Opel of Peugeot met lege handen blijven staan. In een reactie op de beperkende voorwaarden van Stellantis, heeft Lèguevaques voor elk betrokken model een compensatieschaal ontwikkeld, afhankelijk van het soort defect dat zich heeft voorgedaan. Stellantis weigert echter op op basis van deze berekening over te gaan tot een geldelijke compensatie.
De door Stellantis gestelde voorwaarden, namelijk het uitvoeren van al het voertuigonderhoud binnen het eigen dealernetwerk en de genoemde deadline van 1 januari 2022 om in aanmerking te komen voor een volledige dekking van de kosten die verband houden met de vervanging van kapotte motoren, worden door de slachtoffers betreurd. Los van de discussie over een vergoeding van de reparatie kosten. Lèguevaques begrijpt niet waarom Stellantis zo krenterig is. “Het totale gevraagde schadevergoedingsbedrag is minder dan het jaarinkomen van de heer Tavares (de CEO van het autoconcern, red.)”, grapt de advocaat. Maar als Stellantis het hard wil spelen, dan is hij bereid om dat ook te doen. Beide partijen zullen elkaar dus voor de rechter gaan treffen.
In het kader van de Class Action zal Stellantis ook worden verweten dat het geen compensatiebedrag bood om de schade te herstellen die voortvloeit uit de immobilisatie van voertuigen, het verlies van hun waarde of zelfs de blootstelling aan een risico na ongevallen die zich bij de meest ongelukkigen als gevolg van de motorstoring hebben voorgedaan. Inmiddels is duidelijk dat een meerderheid van de gedupeerden het voorstel van Stellantis afwijst en de gerechtelijke procedure wil voortzetten. Dat opent de weg naar juridische vijandelijkheden.
Lèguevaques zal in september een zogeheten bewijsstukken procedure starten. Het doel is om Citroën, DS, Opel en Peugeot te dwingen gevoelige documenten openbaar te maken. Als het verzamelde bewijsmateriaal dit toelaat, volgt een klacht en een strafrechtelijk proces. Lèguevaques, die eerder Renault de oren waste wegens structurele mankementen aan haar 1.2 TCe motor, is van plan om daarbij in te zetten op fraude, bedrog en het in gevaar brengen van de levens van anderen. Maar de juridische weg om te komen tot een compensatie waar de gedupeerden mee kunnen leven, zal waarschijnlijk lang en kronkelig zijn.

Zoals gezegd heeft Autointernationaal.nl al diverse keren aandacht besteed aan deze affaire. Inmiddels is duidelijk dat occasionkopers beslist GEEN Citroën, DS, Opel en Peugeot met de vermaledijde 1.2 PureTech motor moeten kopen. En het kan niet anders dan dat eerste eigenaren van een wat ouder exemplaar (bouwjaar 2022 of eerder; bij een nieuwere versie van de 3-pitter is de distributieriem vervangen door een stevigere ketting) geconfronteerd zullen worden met een bovengemiddeld grote waardedaling van hun voertuig omdat in de occasionbranche ‘geen hond’ hun PureTech-auto nog wil hebben. Dat het woord ‘geen’ in de tweede zin van deze alinea met hoofdletters wordt geschreven, zal vaste bezoekers van deze website bekend voorkomen: dat wordt ook gedaan als Chinese auto’s onderwerp van discussie zijn. Maar het valt niet mee om een pleidooi te houden om geen personenwagen uit China te kopen als er Europese autofabrikanten zijn die zulk ondermaats bocht aanbieden, en vervolgens niet bereid is om een adequate compensatie van de geleden schade te bieden. Europa, let op uw saeck!
