BMW heeft aan de Europese Commissie gevraagd om het importtarief voor haar in China gebouwde elektrische Mini’s te verlagen. Het Duitse autoconcern hoopt het model in de categorie bedrijven geplaatst te krijgen die hebben meegewerkt aan het onderzoek naar oneerlijke handelspraktijken. Als dat lukt, dan blijft de extra importheffing op de Mini Cooper E en SE beperkt tot 20,8 procent.
Op dit moment vallen de in China gebouwde elektrische Mini’s nog in de categorie bedrijven die niet hebben meegewerkt aan het onderzoek. Dat betekent een extra importheffing van 38,1 procent. Autofabrikanten kunnen tot 18 juli bezwaar maken tegen de inschaling door de Europese Commissie.
BMW bouwt in samenwerking met Great Wall Motors in China de Cooper E en SE. Ook de Aceman rolt in het Aziatische land van de band. De productie begon vorig jaar, kort nadat de Europese Commissie haar onderzoek naar oneerlijke handelspraktijken van China startte. Omdat de productie nog maar net was begonnen, konden BMW en Great Wall Motors naar eigen zeggen geen antwoord geven op de gedetailleerde vragen van de Europese Commissie. Daardoor werden de Mini modellen ingeschaald in de categorie met het hoogste tarief. De huidige, voorlopige heffingen gelden voor 4 maanden.
BMW kan een zogeheten ‘versnelde beoordeling aanvragen’ aangezien het niet was vertegenwoordigd in de steekproefgroepen van de Europese Commissie. Het Duitse autoconcern kan voor de Mini modellen daarom een lager importtarief krijgen, maar daarvoor is wel eerst onderzoek nodig.
