De regering-Trump heeft felle kritiek op de zakelijke partnerschappen van Ford met Chinese bedrijven. Een woordvoerder laat vanuit Washington weten dat die vrijage de nationale veiligheid in gevaar kan brengen.
De Amerikaanse minister van Transport Sean Duffy zei in een brief aan de CEO van Ford, Jim Farley, dat de samenwerkingsprojecten van de autofabrikant met de Chinese batterijmaker CATL en met de Chinese automakers Geely en BYD de regering “diep bezorgd” maken. Hij dringt er bij Ford op aan om de banden met grote Chinese bedrijven te verbreken.
Duffy zei dat het Amerikaanse ministerie van Transport “zeer verontrust” is over de afhankelijkheid van Ford van gelicentieerde technologie van de Chinese batterijfabrikant CATL voor zijn fabriek in Marshall, Michigan. Hij merkt op dat CATL op de Pentagon-lijst van bedrijven staat die worden beschuldigd van banden met het Chinese leger. Duffy bekritiseerde ook het besluit van Ford om de productie van de Lincoln Nautilus pas in 2030 van China naar de Verenigde Staten te verplaatsen, omdat dit het bedrijf nog enkele jaren afhankelijk houdt van China.
Ford noemt in een verklaring de brief van Duffy “een dwaze poging om krantenkoppen te halen”. Het bedrijf voegde eraan toe dat “terwijl anderen Chinese batterijen blijven importeren, Ford investeert om batterijen hier in Amerika te bouwen” en dat “wij eigenaar zij van de fabriek, de bedrijfsvoering controleren en voor het personeel verantwoordelijk zijn”.
President Donald Trump zal later deze maand bijeenkomen met de Chinese president Xi Jinping. Duffys opmerkingen komen terwijl het Congres aandringt op het aanscherpen van een verbod op Chinese voertuigen in de Verenigde Staten. Grote autofabrikanten drongen er vorige week bij het Congres op aan het verbod nog voor het einde van het jaar aan te nemen, en riepen wetgevers uitdrukkelijk op om BYD en andere Chinese automakers te weren van ontheffingen om voertuigen in de Verenigde Staten te verkopen.
Duffy zette ook vraagtekens bij Farleys voorstel in januari aan regeringsfunctionarissen op de autoshow van Detroit “om Chinese joint ventures op Amerikaanse bodem te faciliteren”. “Wanneer een bedrijf er bewust voor kiest om operationele afhankelijkheden van strategische concurrenten te verdiepen, handelt het niet als de betrouwbare partner die het Amerikaanse publiek en dit ministerie van Transport verlangen”, zei Duffy over Ford.
De deal van Ford met Geely kreeg in juli kritiek, waarbij de voorzitter van de select commissie van het Huis van Afgevaardigden over China, afgevaardigde John Moolenaar uit Michigan, zei dat het “partnerschap met Geely China’s vernietiging van automarkten in Europa verder zal faciliteren”. Ook het partnerschap met CATL ligt onder vuur. “Wanneer een bedrijf er bewust voor kiest om de operationele afhankelijkheid van strategische concurrenten te vergroten, slaagt het er niet in om op te treden als de betrouwbare partner waar het publiek en dit ministerie van Transport behoefte aan hebben”, aldus Duffy. Hij wil dat Ford zo snel mogelijk de samenwerking met de Chinese bedrijven opzegt.
Maar volgens Ford is het dus allemaal een storm in een glas water en probeert Duffy vooral op een verkeerde manier zieltjes te winnen voor zijn standpunt. In een statement laat de automaker weten dat het hier gaat om een oneerlijke vergelijking tussen autobouwers en dat Ford onevenredig hard wordt aangepakt. De autofabrikant uit Dearborn stelt namelijk dat het al bezig is met het afbouwen van de Chinese afhankelijkheid en dat het hard werkt aan het produceren van accu’s in de Verenigde Staten. Iets wat General Motors en Stellantis vooralsnog niet aan het doen zijn.
