De opmars van automerken uit China in Nederland en de rest van Europa kan niet los worden gezien van de wildgroei aan fabrikanten in het Aziatische land. Aldaar proberen maar liefst 137 bedrijven elektrische voertuigen te verkopen. Adviesbureau Alixpartners denkt dat daar tegen 2030 nog maar heel weinig van over zullen zijn.
De reden: slechts een klein deel van de 137 Chinese autofabrikanten is winstgevend. Alixpartners schat het aantal dat in 2030 geld verdiend aan de verkoop van elektrische auto’s op 19 oftewel 13,6 procent van het totaal. Dit betekent dat een enorme hoeveelheid fabrikanten in China rond de decenniumwisseling verdwenen zal zijn: 86,4 procent dus. Het gros van de Chinese bedrijven die elektrische auto’s verkopen, gaat dus een moeilijke tijd tegemoet. Velen zullen fuseren in een poging om met vereende krachten het hoofd boven water proberen te houden.
Dat er zo weinig Chinese automerken winstgevend zijn, komt doordat de onderlinge concurrentie op hun thuismarkt zeer fel is. Dit betekent dat prijsverlagingen aan de orde van de dag zijn. Die concurrentiestrijd is voor grote autofabrikanten als BYD en Tesla wel vol te houden, maar niet voor kleine spelers die moeite hebben om een paar promille marktaandeel te bemachtigen. De gemiddelde verkoopprijs van auto’s is in China in het afgelopen jaar met maar liefst 13,4 procent gedaald. Fabrikanten konden dat grotendeels compenseren door toeleveranciers onder druk te zetten en dus goedkoper in te kopen, maar de rek is wat dat betreft nu wel uit.
Onlangs voorspelde Alixpartners nog dat Chinese autofabrikanten omstreeks 2030 samen ongeveer 33 procent van de wereldwijde automarkt in handen zullen hebben (in het segment voor volledig elektrische en plug-in hybride modellen zou het zelfs gaan om 45 procent). Het gaat daarbij dus om de bedrijven die de concurrentiestrijd wel zullen overleven en daar mogelijk zelfs versterkt uit zullen komen. Dat er nu zoveel Chinese autofabrikanten in de rode cijfers zitten, kan niet los worden gezien van de financiële steun die zij van de overheid van hun land (hebben) ontvangen. Dat verstoort niet alleen internationaal de werking van de markt, maar ook nationaal.
Is er sprake van een uniek Chinees fenomeen? Nee, een dergelijke ‘shake-out’ deed zich eerder voor op Westerse automarkten. In de Verenigde Staten waren uiteindelijk alleen de ‘big three’ over. In Groot-Brittannië zijn alle zelfstandige autoproducenten in het volume segment verdwenen. In Italië kon Fiat zichzelf kronen tot alleenheerser. In Duitsland werden na de Tweede Wereldoorlog tal van nieuwe spelers actief op de automarkt, maar dat waren vooral motorfiets fabrikanten die het verkoopverlies van hun tweewielers op die manier op probeerden te vangen. Niemand heeft het gered. Alleen Porsche wist een vaste plek op de Duitse automarkt te veroveren, maar wist haar marginale rol pas van zich af te schudden na de introductie van de Cayenne. Daarvan werden destijds heel veel exemplaren in China verkocht. En daarmee is de cirkel weer (een beetje) rond.
