De vraag naar elektrische auto’s neemt in Europa af en fabrikanten moeten hun productiecapaciteit dienovereenkomstig aanpassen. Dit komt ook tot uiting in een groeiende belangstelling voor hybride modellen. Niet alleen in Europa, maar vrijwel overal ter wereld.
De tegenwind die momenteel op de elektriciteitsmarkt waait, leidt tot onderbezetting in fabrieken. Volgens marktanalisten ervaren Franse, Duitse en Amerikaanse autofabrikanten een vraag die ruim 40 procent lager is dan hun voorspellingen. Dit betekent dat de productiecapaciteit voortdurend moet worden aangepast. De oorzaak van de vraaguitval zijn vooral de hoge prijzen, in combinatie met een steeds lagere koopondersteuning van de overheid.
Dit resulteert ook in het stopzetten of vertragen van projecten voor batterijfabrieken, zoals bij ACC, de joint venture van Stellantis, Mercedes en TotalEnergies. Die kondigde begin juni aan een pauze in te lassen voor wat betreft de bouw van 2 nieuwe fabrieken (Kaiserslautern in Duitsland en Termoli in Italië).
Bij de autofabrikanten heeft Stellantis besloten om opnieuw een Fiat 500 met verbrandingsmotor te gaan ontwikkelen, terwijl de slechte verkoop van de Q8 e-Tron de sluiting van de Audi fabriek in Brussel zou kunnen versnellen. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan kondigde General Motors afgelopen week aan dat het haar doelstellingen voor wat betreft de productie van elektrische auto’s op korte termijn niet gaat halen. Volgens topvrouw Mary Barra is dat “vanwege een markt die zich niet ontwikkelt”.
Inmiddels pleit de baas van Renault, tevens voorzitter van de European Automobile Manufacturers Association (ACEA), voor een uitstel tot 2040 van het verbod op de verkoop van nieuwe thermische modellen in Europa. De verkoopproblemen bij Maserati, dat wél investeerde in (te) dure elektrische modellen, maar niet in volwaardige hybride types, zijn een ander voorbeeld van de ellende in de autobranche.
Voor fabrikanten is de enige oplossing op korte termijn het voluit gaan met hybride modellen: Er is hernieuwde belangstelling voor dat soort auto’s. Vooral in de Verenigde Staten krijgt deze aandrijfvorm een nieuwe kans nu fabrikanten merken dat de consument aarzelt om over te stappen van een model met een conventionele verbrandingsmotor naar volledig elektrische aandrijving. Net als in Europa is ook in Noord-Amerika de overstap naar emissievrij rijden opgelegd door de overheid en niet voortgekomen uit de vraag van de consument.
De Meo zei maandag: “Politici moeten begrijpen dat kwesties over de industriële strategie verder gaan dan de cyclus van een regering of verkiezingen, en dat fabrikanten 10 tot 15 jaar vooruit moeten plannen”. Het is duidelijk dat de agenda van de auto-industrie niet die van de politici is. Het probleem is helaas ook dat de planeet niet wacht.
