Ruim 40 jaar na de productiestart op 20 maart 1984 in de fabriek in Pamplona verlaat de Volkswagen Polo de assemblagelijnen op deze Spaanse locatie. Het laatste exemplaar werd op 2 juli geproduceerd. Maar de Polo is niet dood aangezien de productie naar Zuid-Afrika wordt verplaatst.
De productie van de Volkswagen Polo in Pamplona is dus definitief beëindigd. De fabriek gaat zich nu voorbereiden op de productie van de elektrische SUV modellen Cupra Raval, Skoda Epiq en Volkswagen ID.2x.

Hoewel het er aanvankelijk naar uitzag dat de Polo hetzelfde lot te wachten stond als de Ford Fiesta, zal Volkswagen hem bij nader inzien tot het einde van dit decennium op de Europese markt blijven verkopen. Volgens de algemeen directeur van het merk, Thomas Schäfer, is de versoepeling van de Euro 7 emissienorm de reden voor deze koerswijziging. Maar het besluit om de Polo langer in leven te houden, werd genomen nadat de assemblagelijn in de Navarra-fabriek in Pamplona voor de tweede helft van het decennium al vergeven was aan 2 elektrische modellen die in 2026 in de showrooms moeten arriveren: de Skoda Epiq en de SUV-versie van de toekomstige Volkswagen ID.2. Ook zal er in de voormalige Polo site de Cupra Raval gebouwd gaan worden.

In totaal werden In Pamplona 8.422.161 eenheden van de Polo geproduceerd. Het laatste exemplaar is bedoeld voor de lokale (Spaanse) markt en is een Life uitvoering uitgedost in Reef blauw en voorzien van de 95 pk sterke 1.0 TSI motor. De productie wordt nu dus overgebracht naar de Kariega-fabriek in Zuid-Afrika, waar de meeste versies van de Polo al worden geassembleerd.

In Navarra liet fabrieksdirecteur Michael Hobus niet na om “de duizenden en duizenden collega’s die bij Volkswagen in Pamplona hebben gewerkt en nog steeds werken, te bedanken voor hun prestaties in de afgelopen 40 jaar. Het was van fundamenteel belang om van deze locatie een van de referentiefabrieken van het merk te maken”.
