Vorige maand was er sprake van historisch nieuwsfeit: BYD wist voor het eerst meer auto’s op kenteken te zetten in Nederland dan Fiat. Is er sprake van een definitieve doorbraak?
Ter nuancering: Fiat is nog maar een schim van zichzelf. Het merk beleefde zijn gouden jaren in de periode 1964-1971. Het begon met de introductie van de goedkoop te produceren, maar veel lekkerder dan een Kever rijdende 850, daarna (in 1966) oogstte Fiat veel lof met de 124 (die uitgeroepen werd tot Auto van het Jaar) en een jaar later met de 125 (die deze prijs ook in de wacht zou hebben gesleept als de juryleden van deze verkiezing niet was ingefluisterd dat zij om politieke redenen een andere dienden te kiezen). Absoluut hoogtepunt was de 128 uit de 1969 die de complete concurrentie in de lagere middenklasse op achterstand zette. De 127 deed dat succes nog eens dunnetjes over. Even leek het er op dat Fiat door zou stoten tot de toppositie in de Nederlandse verkoopstatistieken, maar zo ver is het niet gekomen. Wel gaven de Italianen op Europees niveau iedereen het nakijken.
Maar daarna ging het mis. Het begon zich rond te zingen dat de reparatiegevoeligheid van een Fiat toch wel erg hoog was. Verder kon je aan de na 1971 geïntroduceerde modellen merken dat de beroemde ontwerper Dante Giacosa met pensioen was gegaan: de 126, 131, 132 en 133 waren allemaal flauwe happen. Verlammende stakingen in Italië duwden Fiat verder richting de afgrond. De Ritmo uit 1978 was een te krampachtige poging om het initiatief weer naar zich toe te trekken. Dat zou aan de onderkant van de automarkt pas weer lukken met de door Giorgetto Giugiaro ontworpen Panda en Uno. In de hogere segmenten zou Fiat nooit meer de top bereiken. De Tipo uit 1988 deed qua ruimteaanbod weliswaar niet onder voor modellen uit een duurdere prijsklasse, maar de motoren waren verouderd en anders dat Fiat had gehoopt bleek het digitale instrumentarium van de DGT uitvoering meer potentiële klanten weg te jagen dat aan te trekken.
Gelukkig werd in 2007 wel de 500 opnieuw uitgevonden door Fiat. Dat koddige retrolook model werd een grote hit en bracht dankzij een premium prijsstelling weer geld in het laadje bij Fiat. De 500 was jarenlang de kurk waar dit merk op dreef en ook de in 2020 gelanceerde elektrische opvolger 500e leek een schot in de roos te zijn. Maar anno 2024 is de rol van Fiat op de automarkt gemarginaliseerd. De 500 voldoet niet een de nieuwe Europese eisen op het gebied van veiligheid en privacy, terwijl de vraag naar de 500e is ingestort omdat veel autoconsumenten bij nader inzien toch liever een hybride model hebben.
En zo kon het gebeuren dat Fiat in oktober in Nederland slechts 160 auto’s op kenteken wist te zetten: nog niet eens 5 procent van het verkoopaantal dat Volkswagen wist te realiseren. Voor Fiat is op de automarkt hooguit nog een bijrol weggelegd. En alsof dat nog niet voldoende vernederend is, mag zelfs nieuwkomer BYD nu rekenen op een grotere populariteit in Nederland. Dit Chinese merk wist in oktober 270 auto’s op kenteken te zetten. De Dolphin, Atto 3, Seal en Seal U gingen allemaal vaker over de toonbank dat de 500/500e. De Fiat 600/600e doet het amper beter.
Fiat bevindt zich tegenwoordig onder de Stellantis paraplu, maar daarin verschijnen de laatste tijd steeds meer gaten en scheuren. Tot een renaissance van het Italiaanse merk heeft de krachtenbundeling met Peugeot en de andere volumemerken uit haar portefeuille niet geleid. Laten we hopen dat de Grande Panda wel voor een ommekeer zal zorgen, net zoals de 5 E-Tech bij Renault gedaan heeft …
