BMW en Tesla hebben de Europese Commissie aangeklaagd vanwege de extra invoertarieven op elektrische auto’s uit China. Met deze stap voegen beide autofabrikanten zich bij diverse Chinese collega’s. Die verzetten zich ook tegen de hoge importheffingen die in sommige gevallen oploopt tot 45 procent.
Aanleiding voor de door BMW en Tesla aangespannen rechtszaak is het feit dat beide autofabrikanten de extra invoertarieven onterecht vinden en als schadelijk beschouwen voor hun bedrijfsmodellen. Tot afgelopen woensdag hadden autofabrikanten de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen bij het Gerecht van de Europese Unie. Dat hebben naast BMW en Tesla ook veel Chinese bedrijven gedaan.
Branche-analisten hebben begrip voor de stap van BMW en Tesla. BMW laat voor haar dochter Mini de Aceman exclusief in China bouwen. Ook alle exemplaren van de elektrische Cooper komen daar vandaan. In Tesla’s Chinese fabriek worden een groot deel van de auto’s voor de Europese markt geproduceerd. Beide bedrijven worden nu geconfronteerd met een extra tarief van 7,8 procent boven op de standaard importheffing van 10 procent. Dat maakt een Mini Cooper en een Tesla Model 3 in totaal 17,8 procent duurder dan wanneer die auto’s elders geproduceerd zouden worden. Dat tikt aan in een segment waar sterk op prijs wordt geconcurreerd. Met name Tesla merkt dat de concurrentie voor haar volumemodellen gestaag toeneemt.
Het wordt interessant om af te wachten of Tesla ook een rechtszaak start als de Amerikaanse president Donald Trump daadwerkelijk met een hoger invoertarief voor Europese auto’s komt. De vraag is dan of Elon Musk, naast eigenaar van Tesla sinds enige tijd ook vazal van Trump, daar tegen zal ageren. Tesla heeft momenteel geen plannen om haar nieuwe instapper in de Verenigde Staten te gaan bouwen. Import vanuit China is sowieso uitgesloten. Maar bij een hoger invoertarief op Europese auto’s vervalt ook de optie om dat basismodel in het Duitse Grünheide te gaan produceren.
