Na jaren van indrukwekkende groei op de Europese markt, en net nu de Japanse fabrikant concurrent Volkswagen in de top van de verkoopstatistieken nadert, lijkt het erop dat Toyota voor het eerst in een dip zit. Is er een eind gekomen van een buitengewone periode die gekenmerkt werd door een spectaculaire vooruitgang op de Europese markt?
Denk eens terug aan de Europese automarkt in 2010. Onder de Japanse autofabrikanten was het destijds vooral de metamorfose van Nissan die indruk maakte: midden in de wederopbouw binnen de Renault-Nissan alliantie had het merk uit Nishi-ku net zijn Qashqai en Juke gelanceerd; 2 modellen met een carrosserievorm die verfrissend anders was (bij de Juke gold dat ook voor het interieur) waarmee het een enorm marktaandeel op het Oude Continent wist te veroveren.
Nissan zat destijds Toyota op de hielen. De verkoop van dat merk stagneerde in Europa, terwijl deze aan de andere kant van de Atlantische Oceaan (de Verenigde Staten) en op veel andere belangrijke markten in de wereld aanzienlijk toenam. Nu, 25 jaar later, is de dynamiek aanzienlijk veranderd: Nissan heeft nu te kampen met hevige concurrentie in de strategische segmenten waarin het als eerste investeerde: iedereen heeft tegenwoordig cross-overs in zijn segment. Tegelijkertijd lijkt de veel besproken e-Power techniek een dood geboren mus te zijn. Terecht, want de hiermee bereikte CO2-reductie is bijna net zo teleurstellend als het vermogen van minister Femke Wiersma om de koe bij de hoorns te vatten in de stikstof discussie.
Toyota is daarentegen eindelijk een gigant geworden op de Europese automarkt, net als in de rest van de wereld. Hoewel Volkswagen nog steeds onverslaanbaar is aan de top (1,37 miljoen verkochte auto’s in Europa tot 2024), heeft het Japanse merk de afgelopen jaren een spectaculaire vooruitgang geboekt en is het nu samen met 1,01 miljoen registraties met het op één na best verkopende speler in onze regio, vóór alle andere Europese merken. Peugeot, Renault, Ford, Opel, Citroën en Fiat worden allemaal verslagen.
Maar na jaren van vaak dubbele groeicijfers dankzij zeer populaire hybride modellen, lijkt Toyota de laatste maanden enigszins te zijn vastgelopen. In Frankrijk, in zekere zin een soort tweede thuismarkt vanwege de fabriek in Valenciennes, daalde de afzet in februari met 5,2 procent, terwijl de markt als geheel slechts met 0,7 procent kromp. In januari was de verkoopstijging van Toyota reeds erg bescheiden (1,8 procent) na een zeer solide 2024 waarin met 12,0 procent werd geplust.
Met name in Europa loopt de groeimotor van Toyota niet lekker meer: volgens voorlopige gegevens voor februari 2025, verzameld door DataForce, verkocht het Japanse autoconcern afgelopen maand 69.908 auto’s in de regio, vergeleken met 74.339 exemplaren een jaar eerder. In de eerste 2 maanden van 2025 verkocht de Toyota Groep 150.096 nieuwe auto’s, vergeleken met 156.062 stuks in 2024. Het dochtermerk Lexus zit in de lift, maar het is het moederbedrijf dat wat aan het kwakkelen is (136.863 nieuwe voertuigen verkocht in de eerste 2 maanden van 2025, versus 148.058 exemplaren in 2024).
Er is geen echte reden tot paniek voor de Japanse autogigant, maar we naderen mogelijk het einde van een zeer sterke groeiperiode op de Europese markt. Dat komt niet de de laatste plaats doordat Toyota de afgelopen jaren optimaal heeft geprofiteerd van de stagnatie in de verkoop van elektrische auto’s en de groeiende belangstelling voor niet-oplaadbare hybride voertuigen in diverse Europese landen. De Yaris gaat sinds de introductie van de nieuwste generatie als warme broodjes over de toonbank (er zijn vorig jaar 180.806 exemplaren verkocht, goed voor de 10de plaats op de Europese markt). Maar het is vooral de Yaris Cross die het Japanse bedrijf zijn hoogtijdagen heeft bezorgd (194.512 verkochte exemplaren in 2024, waarmee het op de 8ste plaats staat in het algemene klassement en op de tweede plek bij de zogeheten Urban Cross-overs, na de Volkswagen T-Roc).
Waarom houdt de groeimotor van Toyota momenteel in? Enerzijds is het niet zo dat de autoconsument inmiddels uitgekeken is geraakt op niet-oplaadbare modellen, integendeel. Maar inmiddels hebben veel concurrenten deze aandrijfvorm ook omarmt. Renault heeft haar Full Hybrid techniek inmiddels aardig fijn geslepen. Daar profiteert sinds kort ook Dacia van. Stellantis vergroot in een hoog tempo haar productiecapaciteit voor haar MHEV modellen met 1,2 liter turbobenzinemotor en 6-traps automaat met dubbele koppeling. Nieuwe Chinese merken als MG zijn nu ook actief op het vlak met niet-oplaadbare modellen: de 3 Hybrid+ en de ZS Hybrid+: in beide gevallen gaat het om producten met een formidabele prijs-kwaliteitverhouding.
Anderzijds rolt de Europese autoconsument de rode loper niet uit voor wat Toyota momenteel op elektrisch gebied in de showroom heeft staan. Daarover kunnen we kort zijn, want het betreft slechts de BZ4X: een cross-over die in de meeste Europese landen zeer matig verkoopt, met uitzondering van enkele Scandinavische landen (waaronder Noorwegen). Dit betekent dat Toyota momenteel niks te bieden heeft in de prijsklasse onder de 40.000 euro waar Kia (EV3) en Skoda (Elroq) momenteel de dienst uit maken. Om over het marktsegment waarin Citroën nu order na order voor de ë-C3 noteert nog maar te zwijgen. Een elektrische auto onder de 30.000 euro gaat er bij Toyota op korte termijn sowieso niet komen. Het goedkoopst wordt een van Suzuki geleend model. Voor ’s werelds grootste autofabrikant is dat nogal een zwaktebod. Ook is er de in China te produceren C-HR+ in aantocht. Maar waar blijft de in Europa geproduceerde elektrische Toyota die zonder CO2-transportboete verkocht kan gaan worden? Nee, wat de Japanners op emissievrije mobiliteit doen, komt te laat en is te weinig.
Net als Nissan gedurende de periode 2007-2016, heeft Toyota misschien ook wel zijn beste jaren op de Europese markt achter de rug. Het merk blijft voorlopig weliswaar hybride modellen van kwalitatief zeer hoog niveau aanbieden en zal ongetwijfeld nog lang profiteren van zijn uitstekende imago op het gebied van betrouwbaarheid dankzij de robuustheid van zijn hybride aandrijfsysteem, dat bekendstaat als vrijwel onverwoestbaar. Maar Toyota zal wellicht zijn marges moeten verlagen en zijn kortingen moeten verhogen om de felle concurrentie voor te blijven. Niet in de laatste plaats omdat de Volkswagen Groep, in het kader van ‘beter laat dan nooit’, eindelijk zo ver is om MHEV en HEV versies van haar compacte modellen te introduceren (niet alleen bij de nieuwe T-Roc van het hoofdmerk, maar ook bij de Seat Arona en Skoda Fabia). En op volledig elektrisch gebied zal Toyota zich opnieuw moeten bewijzen. Dat gaat, gegeven de innovatiekracht van BYD, nog een hele uitdaging worden.
