Het kabinet zet voor zijn klimaatbeleid in op elektrisch rijden. Helaas verzuimt het om in dit kader tweedehands emissievrije auto’s aantrekkelijk te maken voor de consument. Zolang dit niet verandert, verdwijnen veel elektrische occasions naar het buitenland, zo waarschuwt Renate Hemerik, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Autoleasemaatschappijen (VNA). In Nederland stokt volgens haar de transitie naar elektrisch rijden.
In de Nederlandse autobranche is iedereen het er over eens: de elektrificatie van het Nederlandse wagenpark kan alleen worden versneld als tweedehands elektrische auto’s aantrekkelijk worden voor de occasionkoper. Daarom werd vol spanning uitgekeken naar de plannen van minister Sophie Hermans (Klimaat en Groene Groei). Maar hoewel het kabinet wel het een en ander doet om de aanschaf van nieuwe elektrisch auto’s te stimuleren, schiet de tweedehandsmarkt daar voorlopig niets mee op.
De maatregelen die het kabinet gaat nemen hebben namelijk te weinig gewicht om daadwerkelijk een goede tweedehandsmarkt te creëren. Dat is althans de mening van Hemerik. Andere deskundigen bevestigen dat de afzetmarkt voor tweedehands stekkerauto’s in Nederland moeizaam van de grond komt. Daardoor bestaat het gevaar dat de subsidies die werden gegeven op nieuwe elektrische auto’s weglekken naar het buitenland.
Sinds het wegvallen van stimuleringsregelingen als de SEPP zijn consumenten een stuk huiveriger geworden om een elektrische auto aan te schaffen. Dat komt omdat er nog steeds zorgen zijn rondom de actieradius en de beschikbaarheid van laadpalen. Auto’s die terugkomen uit de zakelijke lease worden daarom tegen een lagere restwaarde verkocht dan waarop was gerekend. Wagenparkbeheerders proberen de waardedaling op te vangen door de tweedehands auto’s in het buitenland te verkopen. Alleen al in het eerste kwartaal van dit jaar zijn al afgerond 10.000 elektrische auto’s geëxporteerd, zo blijkt uit cijfers van marktonderzoeker Autotelex. Op deze manier lekken de subsidies die zijn gegeven op nieuwe exemplaren dus weg naar het buitenland.
Om dat te ondervangen, wil Hermans de wegenbelasting herzien. De hoogte van de taks wordt bepaald aan de hand van het gewicht van een auto, wat nadelig uitpakt voor de doorgaans zware elektrische modellen. Om dat te corrigeren, bestaat er nu nog voor elektrische auto’s een korting op de motorrijtuigenbelasting (MRB) van maximaal 75 procent. Dit zou volgend jaar 25 procent worden. Het kabinet verzacht deze verlaging nu naar 30 procent, maar die maatregel is een druppel op de gloeiende plaat. Branche-analisten stellen dat 5 procent extra korting niet toereikend is om de verkoop van elektrische auto’s te stimuleren. Zeker consumenten die in de markt zijn voor een compact, relatief goedkoop model en geneigd zijn om elk dubbeltje eerst 2 keer om te draaien voordat die wordt uitgegeven, zullen een korting van slechts 30 procent nog steeds te weinig vinden.
Voor de langere termijn streeft het kabinet wel naar een nieuwe berekening van de wegenbelasting, waarbij niet langer naar het gewicht van de auto wordt gekeken, maar naar het formaat. Daarmee zou het probleem van de relatief zware elektrische modellen ondervangen worden. De precieze uitwerking hiervan laat echter, zoals bij zoveel dossiers van dit kabinet, op zich wachten.
Een andere maatregel van Hermans die elektrisch rijden moet stimuleren, is dat werkgevers een zogeheten eindheffing ontlopen indien zij in hun wagenpark geen modellen meer hebben met enkel een verbrandingsmotor. Het gaat om 52 procent van het bijtellingspercentage over de cataloguswaarde van een auto. Maar ook daar schiet de tweedehandsmarkt weinig mee op. Immers, zolang de vraag van de consumenten naar tweedehands elektrische auto’s lager is dan het aanbod, blijven dergelijke occasions naar het buitenland verdwijnen. De leasesector is bovendien kritisch op het idee. Volgens Hemerik komt het neer op een penalty voor benzine- en dieselauto’s van de zaak. Zij had liever een bonus gezien voor bedrijven die hun wagenpark verduurzamen.
In de Tweede Kamer zijn er genoeg ideeën om het rijden in een tweedehands elektrische auto aan te jagen. Zo pleit VVD-Kamerlid Hester Veltman-Kamp voor een regeling die vergelijkbaar is met die voor youngtimers. Deze auto’s vallen momenteel onder een hoger bijtelling percentage, maar door deze te baseren op de dagwaarde en niet de catalogusprijs valt het maandbedrag een stuk lager uit. Youngtimers zijn geliefd onder kleine en middelgrote ondernemers. Met een gunstige bijtelling worden zij wellicht verleid om elektrisch te gaan rijden. Van Biezen stelt dat emissievrij auto’s zo langer aantrekkelijk blijven voor de zakelijke markt. Dat vergroot de kans dat zij in Nederland blijven. ‘Vervolgens kunnen die youngtimers alsnog worden doorgeschoven naar de particuliere occasionmarkt. Tegen die tijd zijn de betreffende auto’s voldoende goed betaalbaar voor de gemiddelde tweedehands koper.
